<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>Theorien van SOM by Groeningen Heino van</title>
      <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1</link>
      <description>Gemaakt met standvastigheid</description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2018-05-28 07:07:33 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2025-11-18 04:21:23 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url></url>
      </image>
      <item>
         <title>Communicatietheorie</title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264859260</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Wat is de theorie?</strong><br>Al het gedrag is communicatief: mensen kan niet niet communiceren. Zelfs als iemand niets zegt door bijvoorbeeld te zwijgen, geeft dit een bepaald signaal. Het kan verschillende betekenissen hebben. Zwijgen kan impliceren dat iemand niets weet te zeggen, onzeker en verlegen is of een signaal naar de ander toe dat men zich niet interesseert voor die ander/de inhoud niet interessant vindt.<br><br>Communicatie vindt plaats op verschillende niveaus, namelijk het betrekkingsniveau, de metacommunicatie en <br><br>Betrekkingsniveau:<br>Met dit wordt bedoeld hoe iets gezegd wordt. Hoe wordt de inhoud ontvangen door degene die de boodschap krijgt. Op betrekkingsniveau geeft de zender van de boodschap indirect aan hoe hij zichzelf ziet in relatie tot de ander. Het betrekkingsniveau komt tot uiting in de intonatie, non-verbale uitingen en de context. Zo zal bijvoorbeeld een vader op een andere manier of toon tegen zijn zoon zeggen om de deur dicht te doen dan tegen zijn baas.<br><br>Metacommunicatie:<br>Metacommunicatie is het praten over het praten, communiceren over de onderlinge betrekking. Er wordt niet gesproken over de inhoud van een gesprek. een voorbeeld hiervan is wanneer een vader tegen zijn zoon zegt: “Zo praat je niet tegen je vader!”<br><br>Ik boodschap:<br>Iets loopt niet zoals je wilt bijvoorbeeld wanneer je les aan het geven bent en de kinderen zijn erg druk. Je kunt dan zeggen “Jullie zijn druk en dus niet geconcentreerd.” Maar je kan het ook via een ik boodschap brengen en dan zeg je “Ik merk dat het druk is en jullie wat snel afgeleid zijn, klopt dit en wat kunnen we hier aan doen?”<br>Een ik boodschap is vaak vriendelijker en heeft ook meer waarheid in zich.<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-05-31 18:04:19 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264859260</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Tentamenvragen communicatietheorie</title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264861743</link>
         <description><![CDATA[<div>“Ik vind dat we meer vergaderingen per jaar moeten houden, want een goede communicatie tussen de verschillende afdelingen is nauwelijks aanwezig.” Is een voorbeeld van:<br>A.	Ik boodschap<br>B.	Metacommunicatie<br>C.	Betrekkingsniveau<br><br>Met betrekkingsniveau wordt bedoeld:<br>A.	Een boodschap die vriendelijker is en meer waarheid heeft<br>B.	Praten of het praten<br>C.	Hoe de inhoud van een boodschap wordt ontvangen door iemand<br><br>Welk gedrag is niet communicerend:<br>A.	Zwijgen<br>B.	Knikken <br>C.	Huilen<br>D.	Geen, elk gedrag is communicerend<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-05-31 18:16:54 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264861743</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Casus communicatietheorie</title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264871363</link>
         <description><![CDATA[<div>Bij de communicatietheorie wordt er onderscheid gemaakt tussen inhoudsaspect en het betrekkingsaspect. Het inhoudsaspect is de feitelijke boodschap en het betrekkingsaspect is de manier waarop de boodschap opgevat moet worden, denk hierbij aan 'neem me eens serieus' en 'doe onmiddellijk wat ik zeg, want ik ben de baas'. Het betrekkingsaspect is belangrijker dan het inhoudsaspect, zeker als de betrekkingsboodschap niet overeen komt met de inhoud of de betreffende personen het niet met elkaar eens zijn. Hierdoor ontstaan eindeloze discussies, omdat er als ware een machtsstrijd ontstaat en het onderwerp vervolgens niet meer belangrijk is.&nbsp;<br>Voorbeeld:<br>Jan en Marie raken steeds in gesprek over politieke onderwerpen. In die gesprekken worden zij almaar feller en persoonlijker. Marie wordt op een gegeven moment kwaad op Jan, die daarop dichtklapt en gaat zitten mokken. Daarna roert Karel, die nauwelijks deelneemt aan deze discussie, allerlei gezellige onderwerpen aan in de hoop dat Jan en Marie weer goed met elkaar worden.</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-05-31 19:04:10 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264871363</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Cognitieve theorie: RET</title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264880815</link>
         <description><![CDATA[<div>De RET is een methode om ongewenst gedrag of emoties van jezelf om te buigen naar gedrag of emoties die effectiever zijn. Dat houdt dus in dat je effectiever wordt, door je gedachten te veranderen. Het principe en de theorie klinken wellicht niet zo moeilijk, maar het kost wel de nodige oefening om daadwerkelijk blijvend resultaat te hebben. Daarom is de RET ook een training.<br><br>De basis van RET is het A-B-C, afkortingen voor de termen:<br><br></div><div><strong>A</strong>  | <strong>A</strong>ctivating Event  | Situatie<br><strong>B</strong>  | <strong>B</strong>eliefs  | Gedachten<br><strong>C</strong>  | <strong>C</strong>onsequences  | Gedrag en/of Emoties<br><br>Je hebt dus een situatie <strong>A</strong> en in die situatie heb je gedrag of emoties waar je last van hebt <strong>C</strong>. Voor jou zijn je gedrag en emoties een logisch gevolg op de situatie, maar een ander persoon kan heel anders reageren op de situatie. Er zit dus nog een stap tussen, <br>namelijk jouw gedachten <strong>B</strong> in en over de situatie. Die gedachten veroorzaken het gedrag en de emoties. Deze tussenstap van gedachten vindt razendsnel en voor een groot gedeelte onbewust plaats. Vandaar dat je vaak niet doorhebt dat je in die situatie allerlei gedachten hebt. Laat staan dat die gedachten het ongewenste gedrag veroorzaken. Je zult je van deze gedachten bewust moeten worden, wil je de veroorzaker van je ongewenste gedrag of gevoel op het spoor komen.<br><br><strong>Casus/praktijkvoorbeeld:</strong></div><div>Uitgewerkt in het A-B-C-schema ziet het er als volgt uit:<br><br>Jijzelf:</div><div> | <strong>A:</strong>  | Je moet volgende week een presentatie houden (op je opleiding of op je werk)<br> | <strong>B:</strong>  | O jee, straks weet ik niet meer wat ik moet zeggen en dan ga ik af als een gieter!<br> Als ik me ga voorbereiden dan word ik zenuwachtig en daar kan ik niet tegen.<br> Ik doe net of ik die presentatie niet hoef te houden, dan hoef ik me er ook niet druk over te maken.<br> Stel dat ik het niet goed doe, dan lacht iedereen me uit.<br> | <strong>C:</strong>  | Emotie: zenuwen, spanning<br> Gedrag: uitstelgedrag. Je gaat het niet voorbereiden, maar bent er ondertussen wel voortdurend tegenaan aan het hikken.</div><div><br>Je collega/medestudent:</div><div> | <strong>A:</strong>  | Je moet volgende week een presentatie houden (op je opleiding of op je werk)<br> | <strong>B:</strong>  | Spannend, een presentatie. Maar met een goede voorbereiding ga ik er wat van maken!<br> Leuk om eens te vertellen wat mijn bevindingen zijn.<br> Ik vind het ook wel een beetje eng, maar dat mag toch ook?<br> Als ik het even niet meer weet, dan is dat vervelend maar daar kom ik wel uit.<br> | <strong>C:</strong>  | Emotie: gespannen verwachting<br>   Gedrag: goed voorbereiden</div><div><br>Je ziet hier in schema dat in dezelfde situatie <strong>A</strong> verschillende soorten gedrag en emoties <strong>C</strong> mogelijk zijn. En dat die worden veroorzaakt door de gedachten <strong>B</strong>. <br><br>Als iemand zich dus bewust kan worden van de gedachten B en deze kan veranderen dan kunnen het gedrag of de emoties ook veranderd worden tot gedrag en emoties die effectiever/gewenst zijn.  </div>]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/285528305/55cc3c2c32aeb523fcbb97c276ffad22/abc_schema.gif" />
         <pubDate>2018-05-31 20:00:08 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264880815</guid>
      </item>
      <item>
         <title></title>
         <author>joyce_bauhuis</author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264881868</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Innovatie theorie:</strong> Geslaagde vernieuwingen <br><br><strong>Wat is de theorie?</strong></div><div>Het is geen psychologische model, maar een model die uitlegt wanneer vernieuwingen een grotere kans van slagen heeft.&nbsp;</div><div>o&nbsp; De wijze waarop vernieuwingen hun weg vinden in (een deel van) de samenleving.&nbsp;</div><div>o&nbsp; Innovaties = vernieuwingen&nbsp;</div><div>o&nbsp; Introductie en acceptatie van iets wat concreet en praktisch is&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>Om een goede kans van slagen te hebben, moeten vernieuwingen aan een aantal kenmerken voldoen:&nbsp;</div><div>-&nbsp; Relatief voordeel, verbetering (problemen die er door worden opgelost)&nbsp;</div><div>-&nbsp; Compatibel met het bestaande / verenigbaar met wat er al is&nbsp;</div><div>-&nbsp; Eenvoud (zo laag mogelijke complexiteit)&nbsp;</div><div>-&nbsp; Testbaarheid &nbsp;</div><div>-&nbsp; Waarneembaarheid van het effect</div><div><br><br><br><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-05-31 20:08:07 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264881868</guid>
      </item>
      <item>
         <title></title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264886692</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Theorie gepland gedrag&nbsp;</strong></div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div>Bij de theorie gepland gedrag zijn er drie belangrijke variabele die de sterkte van de intentie om het gedrag uit te voeren beïnvloeden. Deze variabele zijn attitude, sociale/subjectieve norm en waargenomen gedragscontrole. De intentie van het gedrag is dan de uiteindelijke voorspeller van het gedrag zelf.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div><strong>Attitude&nbsp;</strong></div><div>Een attitude is een houding of mening die je hebt tegenover iets. Je kan bijvoorbeeld over roken een negatieve of positieve houding hebben. Vind je het vies dan is de houding tegenover roken negatief en zul je dus minder snel roken, vind je roken stoer dan heb je een positieve houding tegenover roken en dan is de kans dus groter dat je zult gaan roken. De sterkte van de attitude wordt dus bepaald door verschillende onderdelen van die attitude.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div><strong>Sociale/subjectieve norm&nbsp;</strong></div><div>De mens wil graag ergens bij horen. Daarom zijn gedragingen en meningen van andere belangrijk voor ons en kijken we vaak ook naar wat andere doen of niet doen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je hele vriendengroep rookt. Dit kan door iemand die nieuw komt in de vriendengroep worden ervaren als sociale norm(of terwijl normaal). De mate waarin iemand er graag bij wil horen kan hierbij een grote rol spelen.&nbsp;</div><div>&nbsp;<strong>Waargenomen gedragscontrole/eigen effectiviteit</strong><br> Dit is de mate waarin iemand denkt in staat te zijn het gedrag daadwerkelijk te kunnen vertonen. Hierbij gaat het er dus niet om of iemand het kan maar of iemand denkt dat hij/zij het kan. Hierbij spelen eerdere ervaringen een belangrijke rol. &nbsp;</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-05-31 20:37:45 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264886692</guid>
      </item>
      <item>
         <title>model theorie gepland gedrag </title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264886838</link>
         <description><![CDATA[]]></description>
         <enclosure url="http://slideplayer.nl/2610931/9/images/10/Theorie+van+gepland+gedrag.jpg" />
         <pubDate>2018-05-31 20:38:49 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264886838</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Consistentie theorie </title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264888642</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Consistentie theorie&nbsp;</strong></div><div>&nbsp;</div><div><em>1.</em>&nbsp; &nbsp; &nbsp;<em>Wat is de theorie. Geef een toelichting + model</em></div><div>De basis van de consistentie theorie is evenwicht. De theorie zegt dat er drie attitudes zijn: verstand, gevoel en gedrag. Wanneer deze drie attitudes in evenwicht zijn zal er geen verandering plaats vinden. Wanneer er bij 1 van de attitudes verandering plaats vindt dan geeft dit een drang tot algemene verandering. Dit kan cognitieve dissonantie veroorzaken.&nbsp;</div><div>Voorbeeld: Wanneer je meer kennis krijgt over een onderwerp/vakgebied (kennis) dan kan dit je gevoel en gedrag beïnvloeden waardoor er een verandering plaatsvindt.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>* Cognitieve dissonantie = mensen zoeken evenwicht in verschillende delen van hun wereld. Cognitie: alles wat iemand vindt, weet of denkt. Cognitieve dissonantie: als twee of meerdere cognities in strijd zijn met elkaar.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>Mensen hebben consistentie nodig: dingen moeten samenhangen en kloppen. Als dat niet zo is dan hebben we een probleem die we willen oplossen.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>Stap 1: Mensen verwachten consistentie.&nbsp;</div><div>Bijna een wet van de menselijke natuur. Mensen willen dat dingen elke keer dat ze gebeuren op de zelfde manier gaan. Iedere ochtend wakker worden, met de blote voeten op de vloer en een gevuld kopje koffie (fysieke consistentie). Mensen verwachten ook psychologische consistentie: Als je gister nog getrouwd was, een gezin had en een baan, dan verwachten we dat die dingen vandaag ongeveer in dezelfde toestand zijn.&nbsp;</div><div>Mentale wereld: onze verwachtingen van de wereld, de mensen en de relaties met de wereld en andere mensen. Consistentie houdt deze dingen bij elkaar. Waarom verwachten we dat onze partner morgen nog steeds van ons houdt à omdat dit consistent is. Menselijke zwaartekracht.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>Stap 2: Inconsistentie veroorzaakt een toestand van dissonantie.&nbsp;</div><div>Er zijn veel situaties waarin dingen op een verassende en onverwachte manier gebeuren à inconsistentie tussen wat we verwachten en krijgen. Je viert je zoveelste verjaardag en verwacht een speciaal cadeau: Je krijgt uiteindelijk een elektrische tandenborstel.&nbsp;</div><div>Toestand die volgt op inconsistentie is dissonantie à ervaren geestestoestand van belemmering en lichte verwarring. We proberen uit te vinden wat we gemist hebben. Mensen beginnen zich dan enigszins van streek en van slag te voelen met fysieke dissonantie als gevolg: verhoogde hartslag, zweethanden en een stijgende bloeddruk. Dissonantie is oncomfortabel.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>Stap 3: Dissonantie maakt dat we consistentie herstellen.&nbsp;</div><div>Omdat dissonantie een vervelend gevoel is willen we het direct kwijt. We willen terug naar de toestand van consistentie. Om de dissonantie kwijt te raken moeten we onze manier van denken veranderen. Een aantal mogelijkheden hoe:&nbsp;</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Ontkenning: Doe net alsof het niet is gebeurd. Het is er niet, het is er nooit geweest en het zal nooit komen.&nbsp;</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Overstem de dissonantie: Misschien liep het deze keer niet zoals verwacht, maar de andere keren toch wel? Slechte dissonantie overladen met positieve dingen.&nbsp;</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Stel je verwachtingen bij: Er zijn nog meer dagen!</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Je oordeel over een gebeurtenis aanpassen: in plaats van negatief op een situatie reageren de positieve dingen er van inzien. Stel je krijgt een cadeau waarvan je denkt wat moet ik daar nou mee? Zie dan in dat iemand juist de moeite heeft gedaan om een cadeautje te zoeken.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div><em>2.</em>&nbsp; &nbsp; &nbsp;<em>Beschrijf een casus..&nbsp;</em></div><div>Voor de agoog streven naar verandering in:&nbsp;</div><div>Attitudes: Gevoel, gedrag en kennis (cognitie)&nbsp;</div><div>Gevoel: Mensen laten ervaren dat ze plezier kunnen hebben tijdens bewegen door sociale contacten te maken.&nbsp;</div><div>Gedrag: Er voor zorgen dat de mensen gezonder gaan leven, zich bewuster gaan gedragen.&nbsp;</div><div>Kennis: Kennis vergaren over bepaald gedrag: zoals ongezond eten of roken. Daarnaast positieve kennis vergaren over gezond gedrag, zoals genoeg bewegen en gezond eten.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>Andere voorbeelden:&nbsp;</div><div>Kennis als ingang: reclame wordt overgebracht met behulp van een folder. Men probeert kennis over te dragen. Voorbeeld: vervolgen (kennis) drugs en roken à willen ook angst (gevoel) opjagen en het uiteindelijke doel is dat ze het niet gebruiken (gedrag)</div><div>Gevoel als ingang: reclame focust zich steeds meer op het gevoel van een product en minder op de kennis. Associaties zoals vrijheid, plezier en erotiek. &nbsp;</div><div>Gedrag als ingang: bijvoorbeeld een opdracht bij bepaald gedrag: zitten en een taakstraf voor crimineel gedrag.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>3.&nbsp; &nbsp; &nbsp;3 tentamenvragen (liefst 4-keuze vragen)</div><div>&nbsp;</div><div>Wat is cognitieve dissonantie? Wanneer er sprake is van:</div><div>a.&nbsp; &nbsp; &nbsp;Als 1 cognitie in strijd is met de anderen.&nbsp;</div><div>b.&nbsp; &nbsp; &nbsp;Als 1 of 2 cognities in strijd zijn met elkaar.&nbsp;</div><div>c.&nbsp; &nbsp; &nbsp; Als 2 of 3 cognities in strijd zijn met elkaar.&nbsp;</div><div>d.&nbsp; &nbsp; &nbsp;Als er geen cognities in strijd zijn met elkaar.&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>Wat is de basis van de consistentie theorie?&nbsp;</div><div>a.&nbsp; &nbsp; &nbsp;Gelijkheid</div><div>b.&nbsp; &nbsp; &nbsp;Evenwicht&nbsp;</div><div>c.&nbsp; &nbsp; &nbsp; Disbalans&nbsp;</div><div>d.&nbsp; &nbsp; &nbsp;Overeenkomsten&nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>Om welke drie attitudes gaat het bij de consistentie theorie?&nbsp;</div><div>a.&nbsp; &nbsp; &nbsp;Gedrag, cognitie en gevoel.&nbsp;</div><div>b.&nbsp; &nbsp; &nbsp;Kennis, gedrag en waarneming.&nbsp;</div><div>c.&nbsp; &nbsp; &nbsp; Gevoel, kennis en oordelen.</div><div>d.&nbsp; &nbsp; &nbsp;Emotie, gevoel en gedrag. &nbsp;</div><div>&nbsp;</div><div>&nbsp;</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-05-31 20:51:43 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264888642</guid>
      </item>
      <item>
         <title></title>
         <author>robbertvandyk</author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264891010</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Casus: Theorie van gepland gedrag<br><br></strong>Peter komt langs bij jou als bewegingsagoog en je gaat met hem in gesprek over zijn levensstijl. Tijdens het gesprek kom je er achter dat Peter 15 tot 20 glazen bier drinkt per week verdeeld over 4 a 5 dagen. Je haakt op het onderwerp in en gaat vragen naar de variabelen van de theorie van gepland gedrag. In Peter’s geval:<br><br><strong>Attitude<br></strong>Zelf vindt Peter dat hij misschien wel iets te veel bier drinkt en hij merkt ook aan zichzelf dat het invloed heeft op zijn dagelijks functioneren.<br><br><strong>Sociale norm<br></strong>Peter werkt fulltime in de horeca en werkt met een heel leuk en gezellig team. Na werk gaat iedereen altijd nog gezellig naborrelen en wordt er altijd wel alcohol gedronken. Als iemand een keer een cola besteld als sluitdrankje is deze persoon altijd wel de pispaal van de avond. Wat natuurlijk niet uitnodigd om alcoholvrij te drinken na werk.<br><br><strong>Eigen effectiviteit<br></strong>Peter vindt het lastig om te stoppen met drinken omdat de sociale sfeer op werk het drinken van bier heel erg stimuleert maar denkt dat hij in ieder geval wel kan gaan minderen.&nbsp;<br><br>Jij als bewegingsagoog hebt nu een beeld van het gedrag van Peter en kan inschatten hoe groot de daadwerkelijke kans is dat Peter in staat is zijn gedrag veranderen en of hij het zelf ook wil.</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-05-31 21:09:45 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264891010</guid>
      </item>
      <item>
         <title></title>
         <author>robbertvandyk</author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264894490</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Meerkeuze vragen theorie van gepland gedrag<br><br>1. Wat is belangrijk bij eigen effectiviteit wil er verandering van gedrag ontstaan?<br></strong>A) Dat hij/zij daadwerkelijk iets kan.<br>B) Dat anderen denken dat hij/zij iets kan.<br>C) Dat zijn/haar houding negatief is over iets.<br>D) Dat de persoon zelf denkt dat hij/zij iets kan.<br><br><strong>2. Waarom gebruik je de theorie van gepland gedrag?<br></strong>A) Het in kaart brengen van gedrag<br>B) Het veranderen van gedrag<br>C) Het aansporen tot gedrag/gedragsverandering<br>D) Het in stand houden van gedrag<br><br><strong>3. Welk van de volgende stellingen zijn waar?<br>I. Met een negatieve attitude zal de persoon nooit zijn gedrag kunnen veranderen.<br>II. Een positieve sociale omgeving heeft geen invloed op het slagen van eventuele gedragsverandering.<br></strong>A) I is juist<br>B) II<strong>&nbsp;</strong>is juist<br>C) Beide zijn juist<br>D) Beide zijn onjuist </div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-05-31 21:33:39 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264894490</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Tentamen vragen Cognitieve theorie (RET)</title>
         <author>verigutte</author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264963153</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>De basis van RET is het A-B-C. De betekenis van B is:</strong></div><div><br></div><div>A) Back and forth<br>&nbsp;B) Be different&nbsp;<br>&nbsp;C) Beliefs<br>&nbsp;D) Blame&nbsp;<br><br></div><div><strong>Hoe kan je je ongewenste gedrag voorkomen volgens RET?</strong><br><br></div><div>A) Door je achteraf schuldig te voelen.<br>&nbsp;B) Door je bewust te worden van de gedachten die je hebt in bepaalde situaties.<br>&nbsp;C) Door onbewust je gedrag te ervaren in de situatie.<br>&nbsp;D) Door naar het gedrag van andere mensen te kijken in bepaalde situaties.&nbsp;<br><br></div><div><strong>De basis van RET is het A-B-C. A staat voor Activating Event, wat houdt dit in?</strong><br><br></div><div>A) Een situatie<br>&nbsp;B) Een sportevenement<br>&nbsp;C) Het vergroten van de sportparticipatie<br>&nbsp;D) Het motiveren van anderen<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-01 07:19:55 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264963153</guid>
      </item>
      <item>
         <title>NLP theorie </title>
         <author>reneebeijers</author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264982341</link>
         <description><![CDATA[<div>Neurolinguïstisch programmeren (NLP) is een methodiek voor training, coaching en communicatieverbetering. De grondgedachte van NLP is dat vaardigheden van zogeheten <em>experts</em> in kaart gebracht als techniek aan anderen onderwezen kunnen worden. Theorie en effectiviteit van NLP hebben geen wetenschappelijke ondersteuning.&nbsp;<br><br>NLP bestaat uit de wisselwerking tussen drie elementen:</div><ol><li><em>Modelleren</em> - menselijke vermogens overdraagbaar maken met behulp van psychologische technieken.</li><li><em>Analyse van de subjectieve ervaring</em> - het bepalen van patronen in de beleving.</li><li><em>Communicatietechnieken</em> - manieren om harmonieuze relaties op te bouwen en boodschappen te verhelderen en te versterken.</li></ol><div><br>Het doel van neurolinguïstisch programmeren is om vaardigheden waarover een ervaren en succesvol persoon (expert) door jarenlange ervaring beschikt snel en efficiënt over te dragen. Iemand die door ervaring over bepaalde vermogens beschikt is zich daarvan vaak niet meer bewust; deze vermogens worden als individuele eigenschappen gezien. Volgens aanhangers daagt NLP cliënten uit vaardigheden van zo'n expert in kaart te brengen als volgorde van handelingen, lichaamstaal, cognitieve schema's enzovoort, en over te nemen.<br><br></div><div><em>Filmpje&nbsp;<br></em><br></div><div><a href="https://www.youtube.com/watch?v=lASCyM-_-80">https://www.youtube.com/watch?v=lASCyM-_-80<br></a><br></div><div><a href="https://www.youtube.com/watch?v=M5ZcXm3HvtA">https://www.youtube.com/watch?v=M5ZcXm3HvtA</a> <br><br>C<em>asus&nbsp;</em></div><div>Docent is een ‘expert’ in zijn vak en moet informatie door middel van bv. handelingen en lichaamstaal de informatie overbrengen naar zijn/ haar studenten.&nbsp;<br><br><em>3 tentamenvragen&nbsp;</em></div><div>1. Uit hoeveel onderdelen bestaat NLP:&nbsp;</div><div>a. 2</div><div>b. 3</div><div>c. 4&nbsp;<br><br></div><div>2. Bij de NLP theorie heeft tijd geen rol, als de informatie maar overgedragen wordt</div><div>a. juist&nbsp;</div><div>b. onjuist&nbsp;<br><br></div><div>3. Vermogen waar iemand zich niet meer bewust van is door ervaring worden ook wel als individuele eigenschappen gezien.&nbsp;</div><div>a. juist&nbsp;</div><div>b. onjuist&nbsp;</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-01 09:03:48 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264982341</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Veldtheorie by Bas and Lars</title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264983907</link>
         <description><![CDATA[<div>Kurt Lewin is een Amerikaan geboren op 9 september 1890 (Duitsland). Hij is de grondlegger van deze theorie omtrent gedragsverandering. Veranderingskracht en weerstandskracht. Een stabiele situatie: zijn de veranderingskracht en de weerstandskracht in evenwicht. Deze situaties zijn meestal persoonlijk. Verandering kan pas optreden wanneer er iets in één of meerdere krachten wijzigt. Hierna vindt er weer evenwicht plaats. Bij veranderingskracht staan alle positieve kanten van een overweging. Bijv: een auto kopen (het gemak van overal heen komen). Bij weerstandskracht staan de negatieve kanten van overwegingen: bijv: hoge kosten. Over het algemeen heeft de afname van weerstandskracht meer effect dan de toename van veranderingskracht. Weer een voorbeeldje: kosten van de auto nemen af, heeft meer effect dan toename dan waardering. (sneller kopen, dan dat mensen zeggen: Jow zieke bak ouwe). Weerstandskracht daalt of gaat gemakkelijk, dit is dan beter volgens de theorie om totale spanning te vermijden (ipv toe te voegen). <br><br><a href="https://www.youtube.com/watch?v=CzcOrfX-rPY">https://www.youtube.com/watch?v=CzcOrfX-rPY</a><br><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-01 09:14:19 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264983907</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Veldtheorie toets vragen</title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264985405</link>
         <description><![CDATA[<div><br>1. Wat wordt bedoeld met 'de veranderingskracht'<br><br>A) Alle negatieve kanten van een overweging<br>B) Alle neutrale kanten van een overweging<br>C) Alle positieve kanten van een overweging<br><br>2. Waar dient de veldtheorie voor?<br><br>A) Om positieve en negatieve kanten van een overweging te bekijken<br>B) Naar de fysieke kanten van het lichaam kijken<br>C) Om gedragsverandering te lokaliseren<br><br>3. Wat heeft meer effect: afname van weerstandskracht, of het effect van toename van veranderingskracht<br><br>A) De weerstandskracht (afname)<br>B) Toename van veranderingskracht<br>C) Beide evenveel<br><br><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-01 09:23:55 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264985405</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Tentamen vragen: innovatie theorie, geslaagde vernieuwingen.</title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264986894</link>
         <description><![CDATA[<div><br>Vraag 1: Wat betekend innovatie?<br><br></div><div>A: verbreding<br>&nbsp;B: verdieping<br>&nbsp;C: vernieuwing<br>&nbsp;D: verplaatsing&nbsp;<br><br></div><div>Vraag 2:Om een goede kans van slagen te hebben, blijken innovaties aan een aantal kenmerken te moeten voldoen; de slagingskans is groter naarmate een innovatie meer…<br><br></div><div>A: relatief meer voordeel bied en meer compatibel, minder complex, beter te testen en beter waarneembaar is.&nbsp;<br>&nbsp;B: economische inzichten bied, meer compatibel is , minder complex, beter te testen en beter waarneembaar is.&nbsp;<br>&nbsp;C. inspeelt op het beleid, meer compatibel is, minder complex, beter te testen en beter waarneembaar is.&nbsp;<br>&nbsp;D: Ruimtelijk inzicht heeft, meer compatibel is, minder complex, beter te testen en beter waarneembaar is.&nbsp;<br><br></div><div>Vraag 3: wat betekend compatibiliteit?<br><br></div><div>A: vertrouwd en bekend<br>&nbsp;B: de mogelijkheid krijgen om eens iets nieuws te proberen<br>&nbsp;C: de cliënt in contact te brengen met andere innovaties<br>&nbsp;D: een goede uitleg geven, waarbij kleine overzichtelijke stappen worden gezet.&nbsp;</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-01 09:32:10 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/heino_vangroeningen/SOM1/wish/264986894</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
