<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>H4: Ontwikkelingspsychologie: H4 De Baby 0-1 jaar  by Mandy</title>
      <link>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im</link>
      <description>Gemaakt met eigenzinnigheid</description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2021-01-11 15:21:24 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2021-01-12 11:43:56 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url>https://padlet.net/icons/png/1f495.png</url>
      </image>
      <item>
         <title>H4: De baby </title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1074474777</link>
         <description><![CDATA[<div>Het eerste levensjaar van een mensenkind is bijzonder, want alle belangrijke functies komen tot ontwikkeling. In de biologie wordt onderscheid gemaakt tussen <strong>nestblijvers en -vlieders.</strong> Een mensenkind lijkt het meest op een <strong><mark>nestvlieder.<br>Kenmerk 1:</mark></strong> Een pasgeboren baby beschikt over overlevingsstrategieën<br>1. Pasgeboren baby’s beschikken over reflexen, waardoor ze in staat zijn om te overleven (bladzijde 78). Sommige reflexen verdwijnen en worden vervangen door meer doelgerichte gedragingen en sommige reflexen blijven het gehele mensenleven bestaan <em>(niezen, hoesten, gapen).</em></div><div>2. Wanneer een baby huilt, maakt het kenbaar aan zijn omgeving dat iets niet in orde is. het huilen dwingt je om in te grijpen om de onderliggende oorzaak weg te nemen. <em>Eerst volgt huilen op een nare prikkel (honger, kou, pijn) → vervangen door doelgericht huilen.<br><br>- </em>Elementen als de menselijke stem, menselijke gezichten, huidcontact en de vertrouwde geur van de moeder, zorgen ervoor dat een pasgeboren baby niet aan zijn lot wordt overgelaten, maar voor zorg bij een ander terecht kan.</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-01-11 15:23:28 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1074474777</guid>
      </item>
      <item>
         <title>H4: De baby</title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1078005192</link>
         <description><![CDATA[<div><strong><mark>Kenmerk 2:</mark></strong><mark> </mark>Er ontstaat een speciale band tussen de verzorger en het kind. <em>Doordat verzorgers reageren op het gedrag van pasgeboren baby’s, ontstaat er langzamerhand een speciale band. </em>Bowlby is de grondlegger van de <strong><mark>hechtingstheorie. </mark></strong>Hij stelde dat een kind een <strong><em>gehechtheidsgedrag vertoont → hechtingsrelatie tussen verzorger en kind, </em></strong>wat ontstaat uit <strong><mark>verschillende fasen:<br>1. Voorhechtingsfase</mark></strong><mark>: </mark>een baby reageert in deze fase op iedereen hetzelfde. <strong><em>Duur</em></strong><em>: 1-3 maanden<br></em><strong><mark>2.Beginnende gehechtheid</mark></strong><mark>:</mark> het gedrag van een baby verandert aanzienlijk en ze worden selectiever in naar wie ze glimlachen. In deze fase ontwikkelen baby’s de sterkste hechtingsrelatie met de <strong><em>hechtingspersoon</em></strong> die het meest adequaat reageert op hun signalen en het meest betrokken is bij plezierige interacties.<em> </em><strong><em>Duur</em></strong><em>: 3-6 maanden<br></em><strong><mark>3.Feitelijke gehechtheid</mark></strong><mark>:</mark> in deze fase wordt de hechtingsrelatie sterker en intensiever → scheidingsangst rond de 6 maanden &amp; <strong><em>vreemdelingenangst </em></strong>rond de 8 maanden.<em> </em><strong><em>Duur</em></strong><em>: 6 maanden – einde 2e levensjaar<br>- </em>Door dagelijkse interacties met de hechtingspersoon heeft een baby tegen het einde van de 1e levensjaar een soort intern <strong><em><mark>werkmodel</mark></em></strong> opgebouwd. Volgens Erikson staan baby’s voor de uitdaging<em><mark> fundamenteel </mark></em><strong><em><mark>vertrouwen vs. wantrouwen. </mark></em></strong>Wanneer deze uitdaging goed afwikkelt, raakt het kind er van overtuigd dat het allemaal wel goed komt. Hij krijgt vertrouwen in zichzelf en in de wereld om hem heen, wat goed is voor de persoonlijkheidsontwikkeling. </div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-01-12 11:16:10 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1078005192</guid>
      </item>
      <item>
         <title>H4: De baby</title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1078044257</link>
         <description><![CDATA[<div><strong><mark>Kenmerk 3: </mark></strong>een baby is een sociaal wezen. De hechtingspersoon vormt de belangrijkste basis voor de sociale ontwikkeling van het kind. Een pasgeboren baby is zich niet bewust van andere mensen en ziet de hechtingspersoon dus als een hulpmiddel. Hoe ouder het kind wordt, hoe meer het geïnteresseerd raakt in andere mensen en leeftijdsgenootjes. <br>Tegen het einde van het 1e levensjaar laten baby’s meer typische sociale gedragingen zien die zij gaandeweg hebben ontwikkeld. Rond de 4 maanden zijn baby’s in staat om gezichtsuitdrukkingen te interpreteren → rond 9 maanden zijn baby’s bezig met <strong><em><mark>social referencing </mark></em></strong>(vallen van een stoel). Het gaat dus om situaties waarin de baby niet weet welk gedrag hij moet laten zien. Vanaf 9 maanden maken baby’s ook sociale gebaren <strong><em><mark>→ joint attention.<br></mark></em></strong><strong><mark>Kenmerk 4</mark></strong><mark>: </mark>een baby is een hulpeloze nestvlieder.</div><div>De perceptuele ontwikkeling van baby’s is bij de geboorte niet helemaal af. De ogen van een pasgeboren baby zijn anatomisch niet helemaal klaar om te functioneren.</div><div>→ De oogspieren van een pasgeboren baby zijn nog niet helemaal onder controle.</div><div>→ Het gezamenlijk richten van de ogen op een punt blijft ook moeilijk.<br>Na de geboorte verloopt de ontwikkeling van de visuele conceptie snel:</div><ul><li>Na 2 maanden kan een baby zijn blik langdurig ergens op richten.</li><li>Na 3 maanden is een baby instaat om diepte en beweging te onderscheiden.</li><li>Bij 6 maanden is het gezichtsvermogen van een baby vergelijkbaar met een volwassene.</li></ul><div><em>Ondanks de ogen zijn het gehoor, reuk- , smaak- , en tastzin wel goed ontwikkeld na de geboorte.</em></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-01-12 11:30:21 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1078044257</guid>
      </item>
      <item>
         <title>H4: De baby</title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1078068551</link>
         <description><![CDATA[<div>Kenmerk 4: <br>Op het gebied van motorische ontwikkeling blijft een baby lang afhankelijk van zijn verzorgers. Dit ontwikkelingsproces loopt samen met het<strong><em><mark> fysiologische rijpingsproces. </mark></em></strong>Aan dit proces kun je twee ontwikkelingslijnen onderscheiden:</div><ol><li><strong><mark>Cefalocaudale ontwikkelingslijn: </mark></strong>dit stelt dat onze ontwikkeling van boven naar beneden verloopt. We zijn dus eerder in staat om onze spieren in ons hoofd te gebruiken, dan het lopen. Dit noem je ook de ‘van kop tot staart-ontwikkeling’.</li><li><strong><mark>Proximodistale ontwikkelingslijn:</mark></strong> dit stelt dat onze ontwikkeling van dichtbij de lichaamsas naar de extremiteiten verloopt, dus van schoudergewrichten → elleboog → pols → vingers. </li></ol><div>Op basis van deze ontwikkelingslijnen wordt de motorische ontwikkeling in 4 stadia ingedeeld:</div><ol><li><strong><mark>Kijkstadium</mark></strong><mark>: </mark>van 0-3 maanden kan een baby gericht zijn oog- en halsspieren besturen.</li><li><strong><mark>Grijpstadium</mark></strong><mark>: </mark>van 3-6 maanden is een baby langzamerhand in staat objecten op te pakken (zie 2e ontwikkelingslijn).</li><li><strong><mark>Zitstadium</mark></strong><mark>: van</mark> 6-9 maanden versterkt de romp en heupen, waardoor een baby langzamerhand zelfstandig kan zitten.</li></ol><div><strong><mark>Kruip- en optrekstadium</mark></strong><mark>:</mark> doordat de onderste ledematen zich ontwikkelen, kan een baby vanaf 9 maanden kruipen en kort rechtop staan → bij 11-12 maanden kan een baby rechtop staan. In deze fase wordt ook het grijpen geperfectioneerd → pincetgreep. </div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-01-12 11:39:45 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1078068551</guid>
      </item>
      <item>
         <title>H4: De baby</title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1078074818</link>
         <description><![CDATA[<div><strong><mark>Kenmerk 5:</mark></strong> een baby maakt <strong><em>sensomotorische sprongen</em></strong></div><div>In het 1e levensjaar ontdekken baby’s een relatie tussen hun waarnemingen en motorische handelingen, waardoor er doelgericht gedrag ontstaat. Binnen de cognitieve ontwikkeling wordt deze periode het sensomotorisch stadium (Piaget) genoemd, dat bestaat uit verschillende fasen:</div><ol><li><strong><mark>Ongecoördineerde reflexen</mark></strong><mark>: </mark>een baby gaat reflexen samenvoegen om tot het voedingsgedrag te komen</li><li><strong><mark>Primaire circulaire reacties</mark></strong><mark>: </mark>van 1-4 maanden laat een baby gedragingen uit eigen bewegingen zien, zonder dat er een externe prikkel aanwezig is (zuigen op zijn vuistje). Doel: het herhalen van de handeling, want het is bevredigend.</li><li><strong><mark>Secundaire circulaire reacties</mark></strong><mark>:</mark> van 4-8 maanden krijgt een baby meer aandacht voor de effecten die zijn gedrag teweegbrengt in de buitenwereld. Doel: het effect dat met de handeling gepaard gaat. </li></ol><div>Tussen de 8-12 maanden gaat een baby differentiëren tussen middel en doel, waardoor er <strong><em>intentioneel handelen</em></strong> ontstaat. Nu is er geen sprake meer van gewoontegedrag. Een baby heeft nu eerst een doel voor ogen en daarna wordt er uit vroegere ervaringen gedrag bij gehaald om dat doel te bereiken.</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-01-12 11:42:15 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/ws0vll6fkl9ui7im/wish/1078074818</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
