<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>Ontwikkelingspsychologie: Begrippen by Mandy</title>
      <link>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba</link>
      <description>Begrippen en kleine samenvatting</description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2021-03-23 17:52:19 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2021-03-23 21:17:11 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url>https://padlet.net/icons/png/2764.png</url>
      </image>
      <item>
         <title>Begrippen:</title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1344396887</link>
         <description><![CDATA[<div><strong><mark>Fasen:</mark></strong> indeling can de gemiddelde leeftijden waarop de meeste mensen een mijlpaal bereiken. <br><strong><mark>Normatieve ontwikkeling:</mark></strong><strong> </strong>De algemene veranderingen die kinderen laten zien naarmate ze ouder worden. <br><strong><mark>Cummulatief proces: </mark></strong>Vaardigheden en ervaringen bouwen op elkaar voort &gt; baby &gt; armen bewegen &gt; tijgeren &gt; kruipen &gt; lopen <br><strong><mark>Differentiatieproces: </mark></strong><strong><br></strong>Specifieke vaardigheden veranderen van algemene naar specifieke vermogens &gt; aangeboren grijpreflex &gt; gebruiken van een potlood<br><strong><mark>Georganiseerd: </mark></strong><strong><br></strong>Ontwikkeling voltrekt zich in een vaste logische volgorde en is onder normale omstandigheden onomkeerbaar. <br><strong><mark>Holistisch: </mark></strong>Alle aspecten van een persoon veranderen samen  en integreren zich met elkaar. &gt; Bijv lopen en praten. <br><strong><mark>Het continu proces:</mark></strong><strong> </strong>Proces waarbij de persoon voortdurend veranderd en is er sprake van <strong><em>kwantitatieve veranderingen: </em></strong>Nieuwe vaardigheden bouwen zich automatisch voort op aanwezige vaardigheden. <br><strong><mark>Discontinu proces:</mark></strong><strong><br></strong>Proces waarbij de ontwikkeling van de persoon in aparte stappen verloopt, waarbij de persoon een zichtbaar sprongetje maakt. Er is sprake van<em> </em><strong><em>kwalitatieve veranderingen</em></strong><em> </em>waarbij elke fase nieuw gedrag oplevert. <br><strong><mark>Nature: </mark></strong>Erfelijke eigenschappen en karakteristieken. <br><strong><mark>Nurture:</mark></strong><strong> </strong>Ervaringen die een persoon opdoet, omgevingsfactoren ect. <br><strong><mark>Vijf fasen van de psychoseksuele ontwikkelingstheorie S. Freud: </mark></strong><strong><br>1. Orale fase - 0 tot 21 maanden: </strong>zuigen, eten ect. <br><strong>2.</strong> <strong>Anale fase - 21 tm 3 jr: </strong>Ontlasting ophouden en laten gaan. <br><strong>3.</strong> <strong>Fallische fase - 3 tm 6jr: </strong>interesse in geslachtsdelen<br><strong>4. Latentie fase - vanaf 6 jr:<br></strong>kind gaat minder egocentrisch denken. <br><strong>5. Genitale fase - 12 tot volwassenheid: </strong>Geslachtsdrift, seksuele interesses. <br><strong><mark>Fixatie:</mark></strong><strong> </strong>Wanneer er in een van de fases iets verkeerd is gegaan, het gedrag blijft daar steken. &gt; Denk nagelbijten. </div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-03-23 17:54:00 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1344396887</guid>
      </item>
      <item>
         <title>.</title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1344671214</link>
         <description><![CDATA[<div><strong><mark>psychosociale ontwikkelingstheorie: </mark></strong><strong><br></strong>Theorie van E. Erikson die stelt dat het leven uit 8 opeenvolgende fasen bestaat. <br>1. Babytijd 0 - 18 maanden , Fundamenteel vertrouwen vs. Wantrouwen.<br>2. Peutertijd 18mnd - 3jr, Autonomie vs Schaamte.<br>3. Kleutertijd 3jr-5jr, Initiatief vs schuld<br>4. basisschool 6 - 12 jr, Vlijt vs minderwaardigheid.<br>5. Adolescentie 12-18jr, Identiteit vs rolverwarring.<br>6. Jongvolwassenheid 18-35 jr, intimiteit vs isolatie<br>7. Midden volwassenheid 35-70jr generativiteit vs stagnatie.<br>8. Ouderdomsfase 70-dood, integriteit vs wanhoop.<br><strong><mark>Cognitieve ontwikkelingspsychologie J. Piaget:</mark></strong> Stelt dat kinderen anders denken als volwassenen en daardoor niet dommer zijn. <br><strong><mark>Schema's:</mark></strong><strong> </strong>generalisaties die de ervaringen vanuit de wereld vormen. <br><strong><mark>Adaptie: </mark></strong>leren door onderzoeken, reageren of aan te passen aan nieuwe informatie. <br><mark>-</mark><strong><mark> Assimilatie:</mark></strong> vanuit een bestaand schema nieuwe informatie interpreteren of waarbij nieuwe stukjes buitenwereld opgenomen worden in de schema’s die je al bezit. <em>Ziet voor het eerst een vlinder. Het vliegt en is gekleurd, net als een vogel. Kind denkt dat dit een vogel is</em> <br><mark>- </mark><strong><mark>Accommodatie</mark></strong><mark>: </mark>het aanpassen van een al bestaand schema, zodat het schema past aan de nieuwe ervaringen. <em>Het kind dat vogel riep beseft dat de vlinder geen veren en snavel heeft en accommodeert het schema dat al aanwezig was, zodat het 2 soorten vliegende dieren omvat: de vogel én de vlinder. <br></em><strong><mark>Cognitieve stadiumtheorie: </mark></strong><strong><em><br></em></strong><strong><em><mark>- Sensomotorisch Stadium:</mark></em></strong><mark> </mark>kinderen ontdekken de wereld door zintuigelijke waarnemingen en motorische activiteiten en de coördinatie tussen die twee. <br><strong><mark>-Preoperationeel stadium:</mark></strong> kinderen gaan symbolisch denken, in mentale representaties; ze kunnen nog niet op logische wijze informatie manipuleren of transformeren.<br><mark>- </mark><strong><mark>Concreet operationeel stadium: </mark></strong>kinderen gaan logische principes begrijpen en zodoende logisch nadenken. <br><mark>- </mark><strong><mark>Formeel operationeel stadium:</mark></strong><strong> </strong>Kinderen kunnen logisch nadenken over abstracte zaken en speculeren over wat al dan niet is. </div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-03-23 18:46:30 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1344671214</guid>
      </item>
      <item>
         <title>. </title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1344747293</link>
         <description><![CDATA[<div><strong><mark>Morele stadium theorie L. Kohlberg:</mark></strong><strong> </strong>Bouwde voort op Piaget, focuste op morele ontwikkeling van mensen. voor zijn theorie had hij 3 niveaus:<br><strong><mark>1. Pre conventioneel niveau: </mark></strong>op dit niveau gedragen kinderen zich vooral naar de opgelegde regels en bepalen ze wat goed of fout is door zich te baseren op de beloning of straf die zou kunnen volgen op het getoonde gedrag. <br><strong><mark>2. Conventioneel Niveau:</mark></strong><strong><br></strong>Vangt aan in het begin van de adolescentie fase. Kinderen gaan rekening houden met andermans belangen en dit vervolgens doortrekken naar de belangen van de samenleving en maatschappij waarin ze leven. De meesten blijven heel hun leven op dit niveau. <br><strong><mark>3. Het post conventioneel Niveau:</mark></strong><strong> </strong>Hier richt men zich meer op abstracte morele principes.<br><strong><mark>Behaviorisme:</mark></strong><strong> </strong>richt zich meer op het waarneembare. <strong><br></strong><strong><mark>Klassieke conditionering: <br></mark></strong>Mensen leren om een gebeurtenis met een andere gebeurtenis te associëren. <br><strong><mark>Operante conditionering: </mark></strong>gaat het om het veranderen van het gedrag vanwege de gevolgen ervan. <br><strong><mark>Modeling:</mark></strong><strong> </strong>het nadoen van het gedrag van anderen. <br><strong><mark>Vygotsky: ontwikkelingslijnen<br> Natuurlijke ontwikkelingslijn: </mark></strong>Erfelijke eigenschappen en biologische rijpingsprocessen. <strong><br></strong><strong><mark>Sociaalhistorische ontwikkelingslijn:</mark></strong><strong> </strong>de invloeden van buitenaf <br><strong><mark>Bandura leertheorie - Sociaal leren in 4 stappen: </mark></strong><strong><br></strong>1.<strong> </strong>Het kind neemt bewust de meest cruciale aspecten van het gedrag van het model waar. <br>2. Het kind moet dit gedrag kunnen herkennen. <br>3. Het kind moet dit gedrag adequaat kunnen nabootsen. <br>4. Het kind moet gemotiveerd zijn om dit gedrag te leren en te laten zien. <br><strong><mark>U. Bronfenbrenner - Bio-ecologische model. </mark></strong><strong><br></strong>-<strong>Microsysteem</strong>: omvat de directe, dagelijkse leefomgeving; thuissituatie, familie, buurt, school, kerk, verenigingen, werk van de ouders. Ze bouwen ook zelf mee aan hun microsysteem.<br>-<strong>Mesosysteem</strong>: omvat alle interacties tussen de verschillende aspecten van het microsysteem. Het bepaalt bijv. de religie van de ouders dat het kind naar een christelijke school gaat, of als vader een slechte dag op zijn werk had, dan is hij thuis kortaf tegen het kind. <br>-<strong>Exosysteem</strong>: ligt rondom het micro- en mesosysteem en betreft sociale instituties waar het kind meer indirect mee te maken krijgt. Het sociale beleid, de media of aanwezige gezondheidsvoorzieningen. </div><div>-<strong>Macrosysteem</strong>: ligt rondom het exosysteem, staat voor de algemeen geldende normen, waarden, gebruiken en voorschriften van de cultuur waarin men opgroeit. </div><div>-<strong>Chronosysteem</strong>: geeft een tijdsdimensie weer en ligt ten grondslag aan het micro-, meso-, exo- en macrosysteem. Er kunnen veranderingen voordoen die van invloed zijn op de ontwikkeling van een mens. S<em>cheiding, ongeluk. </em></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-03-23 19:02:22 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1344747293</guid>
      </item>
      <item>
         <title>. </title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1344951719</link>
         <description><![CDATA[<div><strong><mark>Genotype:</mark></strong><strong> </strong>Krijg je<br><strong><mark>Fenotype:</mark></strong><strong> </strong>kan je veranderen. <br><strong><mark>Teratogene effecten:</mark></strong><strong> </strong>zijn prenatale omgevingsinvloeden die tot geboorteafwijkingen kunnen leiden.<br><strong><mark>Nestblijvers: </mark></strong>hulpeloze jongen die langer in het nest blijven. <br><strong><mark>Nestvlieders: </mark></strong>zelfstandig exemplaar, sneller uit het nest. <br><strong><mark>Reflexen:</mark></strong><strong> </strong>ingebouwde responsen<br><strong><mark>Gehechtheidsgedrag: </mark></strong>werkt hechtingsrelatie tussen verzorger en kind in de hand. <br><strong><mark>Hechtingstheorie in Fasen van Bowlby: </mark></strong><strong><br></strong><strong><em>1. Voorhechtings fasen: </em></strong>een baby reageert in deze fase op iedereen. <br><strong><em>2. Beginnende gehechtheid: </em></strong>baby wordt selectiever. Baby ontwikkelt sterke hechtingsrelatie met de hechtingspersoon die het meest adequaat reageert.<br><strong><em>3. Feitelijke gehechtheid: </em></strong>In deze fase wordt de hechtingsrelatie sterker en intensiever.  <br><strong><em>4. Vreemdelingenangst: </em></strong>Baby protesteert bij vreemd persoon, rond 7/8 maanden oud. <br><strong><mark>Intern werkmodel: </mark></strong>algemeen idee over de beschikbaarheid van hechtingspersoon. <br><strong><mark>Social referencing:</mark></strong><strong> </strong>een baby gaat zoeken naar informatie over de gevoelens van anderen om onduidelijke gebeurtenissen te kunnen plaatsen. <br><strong><mark>Joint attention: </mark></strong>wijzen naar speelgoed bijv. <br><strong><mark>Fysiologische rijpingsproces kan je twee ontwikkelingslijnen koppelen: </mark></strong><strong><br></strong><strong><mark>1. Cefalocaudale ontwikkelingslijn: </mark></strong>ook wel de van kop tot staart ontwikkeling: onze ontwikkeling voltrekt zich van boven naar beneden, dit heeft gevolg dat we eerder onze visuele vermogens ontwikkelen, dan het ontwikkelen van lopen. <br><strong><mark>2. Proximodistale ontwikkelingslijn:</mark></strong> de ontwikkeling voltrekt zich van dichtbij de lichaamsas naar de extremiteiten. denk armen en benen. <br><strong><mark>Piaget - Sensomotorisch stadium in fasen: <br></mark></strong><strong>1. Ongecoördineerde reflexen: </strong>Baby's gaan al snel reflexen samenvoegen zoals zoek en zuigreflex. <br><strong>2. Primaire circulaire reacties: </strong>De handeling is in dit geval het doel en op zichzelf bevredigend. <br><strong>3. Secundaire circulaire reacties: </strong>tussen de 4-8 maanden krijgen baby's meer aandacht voor de effecten die hun gedrag teweegbrengt in de buitenwereld. <br><strong>4. Intentioneel handelen: </strong>Tussen de 8-12 maanden baby's gaan differentiëren tussen middel en doel. <br><strong><mark>Cognitieve ontwikkeling Piaget: <br>Klassieke conditionering:</mark></strong><strong>  </strong>het herhaaldelijk tegelijkertijd voorkomen van het geluid van hakken op de gang en het tevoorschijn komen van de moeder heeft ervoor gezorgd dat de baby deze 2 zaken met elkaar is gaan associëren. <br><strong><mark>Operante conditionering:</mark></strong><strong> </strong>pasgeboren baby's voeren het zuigtempo op wanneer dit gedrag herhaaldelijk wordt gevolgd door een leuke prikkel. <br><strong><mark>Habituatie:</mark></strong> ook wel gewenning , dit lijkt aangeboren. <br><strong><mark>Receptieve vocabulaire: </mark></strong>het taalbegrip, het begrijpen van wat er gezegd wordt. <br><strong><mark>Expressieve vocabulaire: </mark></strong>Gaat om de eigen taalproductie. </div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-03-23 19:50:30 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1344951719</guid>
      </item>
      <item>
         <title>.</title>
         <author>mandyklappe</author>
         <link>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1345113244</link>
         <description><![CDATA[<div><strong><mark>Piaget - Sensomotorisch stadium in fasen: <br>1. Tertiaire circulaire reacties:</mark></strong><strong> </strong>12-18 maanden kind gaat nu dingen anders proberen te doen als normaal. <br><strong><mark>2. Mentale voorstellingen:</mark></strong><strong> </strong>vanaf 18 mnd. Hij kan nu ook verinnerlijkte afbeeldingen van de werkelijkheid oproepen en manipuleren. <br><strong><mark>Indirecte imitatie:</mark></strong><strong> </strong>het vermogen om te doen alsof &gt; doen alsof ze een pop voeren.<br><strong><mark>Egocentrisch empathisch leed:</mark></strong><strong> </strong>Troost zichzelf wanneer een ander verdrietig is. <br><strong><mark>Quasi-egocentrisch empathisch leed:</mark></strong> Kind zal eigen moeder halen voor ander kind voor troost, en niet de moeder van dat andere kind. <br><strong><mark>Parallel spel:</mark></strong><strong> </strong>Er wordt in dezelfde ruimte met hetzelfde materiaal gespeeld maar er zal geen spontane interactie zijn tussen de kinderen. <br><strong><mark>Toekijkend spel: </mark></strong>ze kijken naar het spel maar doen zelf niet mee. <br><strong><mark>Onderextensie</mark></strong><strong>: </strong>poes alleen voor knuffelpoes en niet voor de poes van de buren. <br><strong><mark>Overextensie:</mark></strong><strong> </strong>woorden worden in het algemeen gebruikt, alle objecten met wielen zijn een auto. <br><strong><mark>Fonemen:</mark></strong><strong> </strong>basisklanken van taal. <strong><br></strong><strong><mark>Morfemen</mark></strong><strong>:</strong> kleine betekeniseenheden in taal zoals fiets &gt; fietstas. <br>Syntaxis: afspraken over opbouw en structuur van zinnen. <strong><br></strong><strong><mark>Semantiek:</mark></strong><strong> </strong>regels die de betekenis van woorden en zinnen bepalen.<strong> <br></strong><strong><mark>Pragmatiek:</mark></strong><strong> </strong>manier van praten. <strong><br></strong><strong><mark>Hechtingsstijlen: </mark></strong><strong><br>- Onveilige hechtingstijl: </strong>gaan zelfstandig op onderzoek uit maar komen voor troost of hulp niet naar de hechtingspersoon toe. <br><strong>- Onveilige afwerende hechtingsstijl/onveilige ambivalente hechtingsstijl: </strong>kenmerkt zich door zowel positieve als negatieve gevoelens tov de hechtingspersoon. <br><strong>- Gedesorganiseerde hechtingsstijl: </strong>niet iedereen kan goed geplaatst worden tussen deze stijlen. dit is de middenweg. <br><strong><mark>Sensitieve responsiteit: </mark></strong>het vermogen van de hechtingspersoon om adequaat te reageren. <br><strong><mark>Baumrind 4 opvoedstijlen: </mark></strong><strong><br>1. Autoritaire opvoedstijl: </strong>streng, straffen, eisen volledige gehoorzaamheid. weinig oog voor behoeften en gevoelens. <br><strong>2. Autoritatieve opvoedstijl/ gezaghebbend:</strong> duidelijke regels, rekening gehouden met gevoelens en behoeften van kind, duidelijke uitleg over straffen of beloning. <br><strong>3. Permissieve opvoedstijl: </strong>ruimte voor mening en gevoelens van kind, weinig gecorrigeerd of uitgedaagd. <br><strong>4. Laissez-Faire opvoedstijl: </strong>geen verwachtingen van kind, ontbreken van liefde. kind word essentieel verwaarloosd. <strong><br></strong><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-03-23 20:33:45 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/mandyklappe/wozxpk6b0qxu1gba/wish/1345113244</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
