<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>S1141464 Bente Brummel IVK by </title>
      <link>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w</link>
      <description></description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2024-12-13 13:27:24 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2025-03-07 09:56:31 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url></url>
      </image>
      <item>
         <title>Emotionele ondersteuning positief klimaat</title>
         <author>bentebrummel</author>
         <link>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259361938</link>
         <description><![CDATA[<p>Binnen dit domein zie ik mijn kwaliteit in het tonen van <strong>positieve emoties richting de kinderen</strong>. Ik heb een <strong>lach </strong>op mijn gezicht en kijk het kind aan wanneer ik er mee praat. Wanneer ik zie dat het kind haar pietenmuts af zet, pak ik hem over en zet hem op mijn eigen hoofd. Het kind reageert met: ‘Haha, juf Bente wat doe je nu? Gekke juf Bente’. Ik reageer hier op door te zeggen: ‘Ja, ik wilde ook even je muts op. Mag dat?’. Het meisje reageert met haar mondhoeken gekruld: ‘Ja dat mag wel!’. Vervolgens kijkt ze mij voor 3 seconden aan met haar mondhoeken gekruld. Ik <strong>reageer op haar</strong> door met haar mee te lachen. Het kind is graag bij mij in de buurt. Dit is te zien aan haar houding, ze zit ontspannen op haar stoel, ze kijkt telkens richting mijn ogen en maakt lach geluiden. Ik maak gebruik van <strong>respectvol taalgebruik</strong>. Wanneer het kind mij iets aangeeft, zeg ik dankjewel en wanneer ik haar een puzzelstukje aan geef zeg ik alsjeblieft. Ik geef daarbij ook complimenten en mijn stem is warm en kalm. Ik gebruik een <strong>gepaste volume</strong> voor de situatie, een één op één begeleiding, waarbij het kind mij kan verstaan. Dit is te zien doordat het kind reageert op mijn vragen en ze luistert. Dit zie ik doordat ik zeg: ‘Kijk, ik heb hier een hele grote stapel met plaatjes…’ waarop het kind antwoordt met ja. Daarbij vraag ik: ‘Hoeveel heb ik hiervan?’ waarna zij begint met tellen. Ik reageer op haar stemvolume wanneer zij fluistert door terug te fluisteren. Tijdens dit filmfragment zie ik dat ik een positieve interactie met het kind heb. Ik maak contact met het kind, ik wacht tot het kind reageert, ik ontvang de reactie door te lachen en ik benoem wat ik zie (pietenmuts gaat af), ik voeg iets toe (ik pak de muts en zet het op mijn hoofd nadat ik heb gevraagd of ik hem op moet zetten), ik luister naar de reactie van het kind (ze maakt lach geluiden) en we sluiten dit contact af door verder te gaan met de activiteit (Schoemaker &amp; Strik, 2018).</p><p><br></p><p>Een verbeterpunt zou hierbij zijn dat ik <strong>meer vragen</strong> stel aan het kind, waardoor er een echt gesprek op gang kan komen, in plaats van dat ik het aan de oppervlakte houd. Tijdens dit filmfragment zie ik dat er voornamelijk aandacht is voor het spel dat er gespeeld word. Bij dit spel zouden er zeker vragen gesteld kunnen worden over hetgeen wat te zien is, maar dit gebeurt tijdens dit fragment niet. Hierdoor is niet te zien dat ik <strong>oprechte interesse</strong> heb voor het kind.</p><p>Ik heb gekozen voor deze still omdat deze laat zien dat ik het kind aan kijk en reageer op de situatie door te lachen. Deze still laat zien wat ik hierboven heb benoemd als mijn kwaliteiten, hierdoor is deze still geschikt bij dit domein.</p>]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/3169629830/53fb86d2b2e644fe78b63a258ed9a088/20241213_141101000_iOS.jpg" />
         <pubDate>2024-12-13 13:29:57 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259361938</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Sensitiviteit </title>
         <author>bentebrummel</author>
         <link>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259366916</link>
         <description><![CDATA[<p>Tijdens dit filmfragment zie ik mijn kwaliteit liggen bij <strong>het zicht hebben</strong> op alle kinderen. Alle kinderen zijn zichtbaar voor mij en ik kan stuk voor stuk hun gezicht zien. Dit is te zien op de still, waar ik duidelijk deel uit maak van de kring, de kinderen naar mij kijken en ik kijk naar hen. Tijdens het filmfragment mogen <strong>emoties geuit </strong>worden en ze worden <strong>erkend</strong> door mij. Dit is te zien wanneer een kind zegt: ‘oh dit vind ik leuk’, waarop ik antwoord met dat ik het fijn vind dat hij dit leuk vindt. Ook benoemt een kind dat hij het lastig vindt om met zijn hoofd te rollen, hierop reageer ik door te zeggen: ‘Wat vind je lastig? Zal ik het nog eens laten zien?’. Doordat ik de beweging herhaal, kan het kind de beweging na doen. Ik reageer hier op door te zeggen: ‘Wauw, wat goed! Nu kun je het zelf.’. Doordat ik het kind heb laten zien het zelf te kunnen en vervolgens hem te complimenteren, draag ik bij aan zijn intrinsieke motivatie. Ik beloon positief gedrag met meer positief gedrag (Schoemaker &amp; Strik, 2018). De kinderen gedragen zich <strong>ongedwongen</strong>, dit is te zien doordat de kinderen niet precies de beweging van mij nadoen, lach geluiden maken en maken zich niet druk om formele regels. Ongedwongen wordt beschreven op <a rel="noopener noreferrer nofollow" href="http://encyclo.nl">encyclo.nl</a> (2025) als gemoedelijk, gemakkelijk en ontspannen. De kinderen maken een ontspannen houden, ze volgen de bewegingen van de juf waar ze hun eigen draai aangeven en nemen actief mee aan de activiteit. Aan de hand van de kenmerken die beschreven staan in <em>Interactievaardigheden </em>(2018) zie ik dat de kinderen zich welbevinden in de groep. Dit zie ik doordat de kinderen energie hebben, ze geven niet snel op, ze zijn betrokken bij de activiteit, vragen om hulp en zijn ontspannen. De kinderen doen actief mee met de activiteit omdat ze alle bewegingen volgen die worden aangedragen door mij. De kinderen blijven <strong>niet onnodig</strong> met vragen zitten, wanneer deze worden gesteld geef ik antwoord. Zoals hierboven benoemd ga ik in op het feit dat ik hoor dat het kind het lastig vind en vraag aan het kind of ik het moet herhalen. Hierna zag het kind wat er van hem verwacht werd en ging het kind verder mee in de activiteit. Hierbij heb ik <strong>moeilijkheden opgemerkt</strong> en <strong>reageer </strong>ik op de kinderen wanneer ik merk dat ze <strong>aandacht nodig hebben</strong>.</p><p><br></p><p>Het verbeterpunt wat ik hierbij zie is het kind zelf over een oplossing na te laten denken. Zo gaf ik meteen aan dat ik het nog een keer voor kon doen, zonder te wachten tot hij antwoord gaf op de vraag wat hij lastig vond. Ik zie ook een verbeterpunt in de manier waarop ik complimenten geef. Ik hoor dat ik vaak hetzelfde compliment gebruik, namelijk: wat goed, of knap hoor, en vaak verwijs naar andere kinderen zoals: Kijk, X draait al heel goed met haar hoofd, kunnen jullie dat ook? Hierdoor kunnen kinderen er onzeker van worden omdat ze al die woorden niet geloven of ontstaat er een gevoel van boosheid of jaloezie bij de kinderen. Ik kan er beter voor kiezen om een gericht compliment te geven zoals: ‘ik vind het knap van je dat je het nog een keer hebt geprobeerd’, het betrekken van het andere kind erbuiten laten en dit kind een eigen compliment geven (Schoemaker &amp; Strik, 2018).</p>]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/3169629830/8f8a950fa7dde5f74fc2244d92f6fbe1/IMG_6666.png" />
         <pubDate>2024-12-13 13:35:09 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259366916</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Aandacht voor kindperspectief</title>
         <author>bentebrummel</author>
         <link>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259367235</link>
         <description><![CDATA[<p>Een kwaliteit die ik zie binnen dit domein is het <strong>keuzemogelijkheden</strong> <strong>bieden</strong> en <strong>ideeën</strong> <strong>opvolgen</strong> van het kind. Ik vraag aan het kind met welk bordje hij wil beginnen met spelen en het kind geeft hier antwoord op. Het kind pakt zelf de puzzelstukjes om mee te spelen en dit sta ik toe. Ik ga hierin mee met de <strong>flow</strong> van het spel en wat het kind <strong>graag</strong> <strong>wil</strong>. Ik merk dat het kind het spel leuk vindt, dit zie ik doordat het kind <strong>gemotiveerd</strong> is, <strong>betrokken</strong>&nbsp; is bij het spel en zelf komt met <strong>initiatieven</strong> (Schoemaker &amp; Strik, 2018). Het kind praat over wat hij ziet en hier reageer ik op. Ik zie dat het kind benoemd dat de taart ‘lit’ is en hier reageer ik op door het kind aan te kijken en te zeggen met een glimlach,: ‘Inderdaad, de kaarsjes op de taart staan aan’. Tijdens dit fragment zie ik dat de <strong>zelfstandigheid</strong> <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>kind</strong> <strong>stimuleer</strong> door het kind zelf op <strong>ontdekking</strong> te laten gaan met het spel. Ik zie dat ik het spel heb begrenst door alles uit de doos te nemen en klaar te leggen, waarna het kind zelf mag kiezen waar hij mee begint. Hierdoor is er balans en ervaart het kind dat zijn eigen initiatieven er mogen zijn (Schoemaker &amp; Strik, 2018). De still die ik heb gekozen laat zien dat het kind zelf dingen laat pakken, waarbij ik de autonomie van het kind stimuleer. Tegelijkertijd geef ik ook aanwijzingen en praat ik over wat het kind pakt.</p><p><br/></p><p>Ik zie ruimte voor verbetering om me te verplaatsen in het <strong>kind</strong> <strong>perspectief</strong>. Ik zie tijdens dit fragment <strong>weinig</strong> <strong>taal</strong> die aansluit bij het perspectief. Hierbij zie ik dat ik alleen de woorden gebruik die op tafel liggen, maar hierbij geen gesprekje vorm. Het kind beweegt binnen de lijnen die verwacht worden bij het spelen van dit spel, ik zie geen bewegingen of gepraat die niet verwacht kunnen worden bij dit spel, dus ik kan mijzelf niet beoordelen op hoe ik reageer wanneer een kind bewegingen of taal gebruiken die niet passen binnen het spel. Het kind beweegt namelijk naar het spel toe en legt de puzzelstukjes op de juiste plaats. De woorden die hij gebruikt hebben te maken met wat hij ziet, als er een bed op het plaatje staat benoemt hij bed.</p>]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/3169629830/5d73f9fada1f0e68fd0a3e3ba4438281/IMG_6665.png" />
         <pubDate>2024-12-13 13:35:30 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259367235</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Begeleiding van gedrag</title>
         <author>bentebrummel</author>
         <link>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259367437</link>
         <description><![CDATA[<p>Een kwaliteit die ik terug zie is het uitleggen wat er wordt verwacht van de kinderen. Ik benoem aan het begin van de activiteit dat wij onszelf gaan rekken en strekken en leg daarbij uit dat dit peuteryoga is. Ik benoem dat ik bewegingen ga voor doen en de kinderen deze na mogen doen. Ik begin door op de grond te gaan zitten en de kinderen gaan in een kring naast mij zitten. Ik benoem dat ik het erg knap vind dat de kinderen al in de kring naast mij gaan zitten. Ik gebruik woorden zoals: 'zwaai met je armen door de lucht als een hoge boom in de wind' of 'laat je armen vallen als een blaadje die uit de boom valt'. Ik weet dat deze groep kinderen lichamelijke activiteiten erg leuk vinden en hier heb ik gekozen voor een peuteryoga activiteit. Hierdoor sluit ik aan bij de <strong>behoefte</strong> <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>kind</strong>. De betrokkenheid van het kind ontstaat doordat het spel aansluit op het niveau van het kind (Schoemaker &amp; Strik, 2018). Ik sta de bewegingen van het kind toe, het kind mag tijdens dit fragment zelf bepalen hoe hij of zij de bewegingen vorm geeft. Dit zie ik doordat ik niet of nauwelijks aanwijzingen geef over de beweging die ik voor doe. Hierdoor kan het kind zelf inspelen op hoe hij de beweging doet. De kinderen praten en maken lach geluiden tussen door, ik reageer hier op door bepaalde woorden die ik hoor te herhalen, zoals: ‘lekker zeg’ of ‘wow’. Ik heb gekozen om deze activiteit te doen met een klein groepje van peuters die in dezelfde leeftijd zitten, hierdoor kon ik het tempo aanpassen op het niveau van de kinderen.</p><p><br></p><p>Ik zie een verbeterpunt binnen het open staan voor <strong>initiatieven van</strong> de <strong>kinderen</strong>. In het filmpje zie ik dat ik niet met de kinderen praat en ze alleen luisteren naar mijn aanwijzingen. Ik benoem wat ik doe, maar dit zou nog uitgebreider kunnen. In het boek <em>interactievaardigheden</em> (2018) wordt verteld dat kinderen graag praten over een gebeurtenis die indruk heeft gemaakt. Door bijvoorbeeld te vragen aan de kinderen of zij ook wel eens een blaadje uit te boom hebben zien vallen, kon ik de deur openen om met het kind in gesprek te gaan. Dit wordt ook benoemd in hoofdstuk 4.4.7. Hierin wordt gesproken over de <strong>inbreng</strong> <strong>van</strong> <strong>het</strong> <strong>kind</strong> en dat dit zorgt voor een goede instructie van de activiteit. In dit fragment zie ik geen wangedrag van de kinderen, waardoor ik bij dit fragment mijzelf niet kan beoordelen op hoe ik handel bij wangedrag. Wel zie ik een kind dat niet één keer draait zoals de instructie, maar 5 rondjes draait. Hier zie ik dat ik hier geen aandacht aan geef en verder ga met de instructie. Hier had ik op in kunnen spelen door te zeggen: ‘Kijk, X wil nog meer rond draaien, zullen wij dat ook doen?’. Hierdoor <strong>betrek</strong> ik het kind, zie ik het kind op <strong>individueel</strong> <strong>niveau</strong> en speel ik in op de behoefte van het kind.</p>]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/3169629830/8c22f38292403cdf92074b5c3775cafe/image.webp" />
         <pubDate>2024-12-13 13:35:43 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259367437</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Bente in verbinding met kinderen</title>
         <author>bentebrummel</author>
         <link>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259420295</link>
         <description><![CDATA[<p>In deze padlet kijk ik naar mijn interactievaardigheden met de kinderen. Ik heb meerdere filmpjes gemaakt waarbij met de kinderen speel of met de kinderen een groepsactiviteit leid. Met deze filmpjes kan ik mijn handelen onder verdelen in de verschillende domeinen: emotionele ondersteuning positief klimaat, sensitieve responsiviteit, aandacht voor kindperspectief en het begeleiden van gedrag. Ik werk met kinderen van 2 tot 4 jaar op een peutergroep. </p><p><br></p><p>De stills die ik heb toegevoegd zijn screenshots uit de filmfragmenten. De kinderen en collega's zijn onherkenbaar gemaakt vanwege de privacy wetgeving, ik heb toestemming van ouders om deze kinderen te filmen om zo te kijken naar mijn handelen. </p><p><br></p><p>Verder staat er in deze padlet ook een bronnenlijst en een reflectie op basis van de afstandsschaal. </p>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2024-12-13 14:23:18 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3259420295</guid>
      </item>
      <item>
         <title></title>
         <author>bentebrummel</author>
         <link>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3280068023</link>
         <description><![CDATA[]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/3169629830/de864417336274044b9fe30c0d3ba24b/20241213_141143000_iOS.jpg" />
         <pubDate>2025-01-05 12:16:06 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3280068023</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Bronnenlijst</title>
         <author>bentebrummel</author>
         <link>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3296319170</link>
         <description><![CDATA[<p>Encylo. (2025) <em>Ongedwongen definities</em>. Geraadpleegd op 19 januari 2025 via <a rel="noopener noreferrer nofollow" href="https://www.encylo.nl/begrip/ongedwongen">https://www.encylo.nl/begrip/ongedwongen</a></p><p>Schoemaker, J en Strik, S. (2018) <em>Interactievaardigheden. </em>Bohn Staflau van Loghum</p>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2025-01-19 15:14:55 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3296319170</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Reflectie</title>
         <author>bentebrummel</author>
         <link>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3296353910</link>
         <description><![CDATA[<p>Voor dat deze module begon heb ik al eens gebruik gemaakt van de kernkwadranten. Deze zijn van drie jaar geleden en gelden nog steeds. Het mooie van deze opleiding vind ik dat ik nu bewust word van de theorie die beschikbaar is en dat ik mijzelf soms herken in de punten die worden omschreven als ‘niet doen’ of ‘het wordt afgeraden om. Door de toegang tot deze theorie en de punten die worden aangegeven om juist wel te doen, kan ik mijn handelen verbeteren. Hier onder leg ik mijn persoonlijke eigenschappen toe, geef ik voorbeelden uit de praktijk en koppel ik de theorie aan mijn eigenschappen. &nbsp;</p><p>&nbsp;</p><p>Ik zou mezelf omschrijven als een persoon die direct is. Ik praat snel, probeer zo snel mogelijk tot de kern van mijn verhaal te komen, praat met een rustige en warme toon en houd mijn instructies kort en bondig. Daarbij ben ik ook een snelle werker, ik begin graag vanaf het eerste moment met werken of dingen bedenken. Ik ben ook een persoon die een hoge pijngrens heeft en zich niet snel aanstelt. Deze twee eigenschappen zie ik ook terug in de praktijk.</p><p>&nbsp;</p><p>In het geval van de eerste eigenschap merk ik dat ik bij kinderen die langzaam praten, of op een manier praten die ik als vervelend ervaar, een grotere afstand. Ik voel dat mijn geduld bij deze kinderen sneller opraakt omdat ik bij mijzelf voel dat het allemaal veel sneller kan. Het feit dat mijn geduld sneller op raakt is dus te koppelen aan de eigenschappen van direct zijn en snel willen werken. Door deze situatie heb ik het gevoel dat ik mijn tijd beter kan gebruiken, terwijl het kind alleen zijn of haar verhaal wil vertellen. Hierbij komt ook dat ik vaak het gesprek niet af luister en niet het kind het gevoel geeft dat ik hem of haar hoor. Bij kinderen die snel praten en snel tot hetgeen komen wat ze willen zeggen voel ik een minder grote afstand. Ik merk dat ik deze kinderen sneller help dan kinderen die langzaam praten.</p><p>&nbsp;</p><p>Bij de tweede eigenschap die ik beschrijf over de hoge pijngrens merk ik een grotere afstand voor kinderen die wanneer ze een duw krijgen, of wanneer ze struikelen en meteen beginnen te huilen. Ik merk dat de gedachte: ‘stel je niet zo aan’ soms door mijn hoofd spookt. Daarbij merk ik ook een grotere afstand bij kinderen die kunnen blijven hangen in hun verdrietige emotie, terwijl ik voor mijn gevoel alles al heb gedaan om het kind te helpen en de situatie waar ze verdrietig om zijn 10 minuten geleden is. Zo voel ik bij kinderen die meteen opstaan na het vallen, hun kleren afkloppen en weer verder gaan spelen een kleinere afstand en ik zal deze kinderen ook sneller complimenteren met woorden zoals goedzo of ga je weer lekker verder spelen.</p><p>&nbsp;</p><p>Een manier waarop ik mijn eigenschap kan bij draaien zodat de afstand tot deze kinderen verkleind zou zijn het kind zien zoals hij is. Zoals Schoemaker &amp; Strik (2018) benoemd is het belangrijk dat je zorgt voor een tweerichtingsverkeer tijdens het praten. Dit vraagt werkelijke interesse van de PM’er. Oprechte interesse mist soms bij mij als het gaat om de kinderen waar ik een grote afstand tot ervaar. Nu ik met deze reflectie bezig ben, kom ik tot de conclusie dat het veelal kinderen zijn die ik niet zo goed ken. Ik weet wie het zijn omdat het kinderen zijn die op de BSO of peuteropvang zitten, maar het individuele kind ken ik niet. Om een band op te bouwen is het belangrijk dat er tijd en ruimte is om elkaar te leren kennen (Schoemaker &amp; Strik, 2018). Met deze kinderen heb ik nog geen tijd en ruimte gecreëerd om het kind echt te leren kennen. Door een band met het kind op te bouwen, kan ik de persoonlijke behoeftes van het kind beter herkennen en zal ik waarschijnlijk gemakkelijker de afstand tot deze kinderen overbruggen. Ik kan er dan achter komen waar bepaald gedrag vandaan komt, door de kijken naar de non-verbale signalen die het kind uitstraalt.</p>]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/3169629830/5b28e11db7c51b0116d1eaa0fcd2ffee/Schermafbeelding_2025_01_19_170904.png" />
         <pubDate>2025-01-19 16:10:12 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bentebrummel/vses3y8v01r8621w/wish/3296353910</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
