<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>Vermogens/bekwaamheden Stageklas by Bo-gyj Otten</title>
      <link>https://padlet.com/bo_gyj/treh4wt09fg6</link>
      <description>Met charisma gemaakt</description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2018-01-22 12:26:36 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2018-01-24 22:12:08 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url></url>
      </image>
      <item>
         <title>Groepsplan</title>
         <author>bo_gyj</author>
         <link>https://padlet.com/bo_gyj/treh4wt09fg6/wish/223737260</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Overzicht groep</strong><br>Momenteel loop ik stage in groep 1/2 van basisschool de Vossenburcht in de Nijmeegse wijk Hatert. De klas was tot kort geleden naar mijn mening te groot met 37 kinderen. Gelukkig is de klas opgedeeld in 2 klassen(20 en 17) en dit is dus het ideale moment om een nieuw groepsplan te maken.<br><br><strong>Fases in groepsvorming</strong></div><div>In elke groep komen er vijf fases voorbij en het verschilt per groep hoe snel of langzaam dit proces verloopt. De vijf fases zijn:<br>- Forming<br>- Storming<br>- Norming<br>- Performing<br>- Termination<br>Forming: Deze fase kan je het best omschrijven als de verkenningsfase. De kinderen zijn vaak nog rustig en zijn vooral gefocust op hoe ze zelf in de groep staan.<br>Storming: De fase na de formingfase in deze fase gaan de kinderen zichzelf naar buiten toe profileren om hoog in de hiërarchische ladder terecht te komen.<br>Norming: De leiders die zijn ontstaan in de eerdere fases bepalen de ongeschreven regels soms positief soms negatief. Als leraar probeer je voor deze fase duidelijke normen en waarden geschetst te krijgen omdat dat hierna moeilijk lukt.<br>Performing: De groep staat vanaf dit punt redelijk vast en is nu klaar om te werken. Dit proces kan natuurlijk wijzigen door verschillende situaties bijvoorbeeld: een nieuwe leerling.<br>Termination: De groep komt aan het eind van het jaar/bestaan en hierin wijkt die vaak af met de eerdere regels uit de normingfase(Horeweg, 2014).<br><br><strong>Mijn groepsplan</strong><br>In mijn groep staat een veilig en vertrouwd gevoel hoog in het vaandel. Ik begin het plan vanaf het huidige moment in de klas. Dat is de formingfase de klas zit in deze fase omdat de klas is opgesplitst en ieder kind zich weer opnieuw bezig houdt met zichzelf. De klas is rustig en ze gaan respectvol met elkaar om.<br>Na deze fase krijg je de stormingfase. Bij deze fase zou ik gelijk een dominante rol opeisen door middel van regels stellen(samen met de kinderen) en deze zichtbaar maken. Wanneer ik de waarden en normen zo nadrukkelijk benoem en opschrijf hebben we als klas een "leider" gekozen. Als docent van een klas geef ik als eerste het goede voorbeeld en hou ik me vooral bezig met het benoemen van het positieve. De regel om negatieve handelingen tussen de kinderen te voorkomen is: <br>1- Stop hou op zeggen<br>2- Werkt dit niet? Dan naar de leraar!<br>Dit doe ik zodat de kinderen veelal positief tegen elkaar zijn en meteen doorkrijgen dat negatief gedrag niet normaal is. <br>Vervolgens krijg je de performing fase. In deze fase hoef je als leraar niet veel te doen omdat de normen en regels al vaststaan en daarom kunnen de kinderen goed werken. Deze fase kan nog wel verstoord worden door verschillende grote gebeurtenissen, maar dan stap je als docent terug op de normingfase.<br>Dan volgt de laatste fase termination. In deze fase is de rol als docent wel belangrijk om kort op de kinderen te zitten die dit nodig hebben. Zo nodig koppel je terug op de normingfase en pas je een aantal regels aan.<br><strong>Bronnen</strong><br><em>Horeweg, A. (2014). Groepsprocessen in de klas. <br>Geraadpleegd op 24-01-2018,<br>van https://wij-leren.nl/groepsprocessen.php</em>&nbsp;</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-01-23 12:42:32 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bo_gyj/treh4wt09fg6/wish/223737260</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Levensbeschouwelijke vermogen</title>
         <author>bo_gyj</author>
         <link>https://padlet.com/bo_gyj/treh4wt09fg6/wish/223742739</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>De randvoorwaarden</strong></div><blockquote>"Houding van “lerende’ aannemen<br> Radicaal respect tonen&nbsp;<br> Open staan&nbsp;<br> Spreken vanuit je hart&nbsp;<br> Luisteren<br> Vertragen&nbsp;<br> Opschorten van aannames en beoordelingen&nbsp;<br> Constructief redeneren&nbsp;<br> Vragende houding hebben&nbsp;<br> Jezelf als observator observeren"("Dialogisch communiceren", z.j.)</blockquote><div><br><strong>Het gebruik van de randvoorwaarden in het groepsplan</strong><br>Wanneer je als docent een groepsplan maakt ben je eigenlijk bezig met het creëren van de ideale werksfeer. De ideale werksfeer maak je niet zelf, maar met de kinderen. Hiervoor moet je met de kinderen in gesprek gaan en vragen naar hun belangen. hierbij moet je luisteren naar de suggesties en ervoor open staan. Ook hierbij vraag je door "zijn er uitzonderingen voor deze regel?" en bespreken de kinderen om en om hun eisen. Je stelt je als docent constructief op bij de regels die jullie samen maken. Wanneer je aan de meeste/alle eisen voldoet kan je als docent samen met de kinderen tot de regels in de klas komen. <br><br><br><strong>Bronnen</strong><br><br>Dialogisch communiceren. (z.j.). Geraadpleegd op 24 januari 2018, van https://www.fgb.vu.nl/nl/Images/Snijders_Blok%2C_Boukes%2C_Dialogisch_communiceren_tcm263-758422.pdf</div><div><strong><br></strong><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-01-23 12:59:08 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bo_gyj/treh4wt09fg6/wish/223742739</guid>
      </item>
      <item>
         <title>P &amp; O</title>
         <author>bo_gyj</author>
         <link>https://padlet.com/bo_gyj/treh4wt09fg6/wish/223742906</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Actief burgerschap op de Nederlandse scholen</strong><br>In veel scholen in Nederland besteden ze aandacht aan burgerschap in het onderwijs. Dit is vanuit de wet opgenomen om een zogenaamde "civil society" te creëren. toch concludeert Inspectie van het Onderwijs (2016) dat de kwaliteit beter kan. Verschillende punten worden benoemd zoals:<br>- De scholen hebben te weinig zicht op wat de leerlingen leren<br>- Het aanpak plan ontbreekt vaak<br>- De verschillende activiteiten over actief burgerschap vertonen weinig verbanden<br>Dit is een kwalijke zaak. Mogelijke oplossingen om het onderwijs te verbeteren zijn: <br>- Vanuit de overheid belangrijke voorwaarden aan het onderwijs<br>- De schoolleiders moeten duidelijke en concrete doelen opstellen(Inspectie van het Onderwijs, 2016).<br><br><strong>Het actieve burgerschap in mijn groepsplan</strong><br>In mijn groepsplan ben ik opzoek naar een actieve "burger"oftewel een actieve leerling. Een leerling die meedenkt over normen en waarden, maar voornamelijk een leerling die zich hieraan houdt. In de groep 1/2 is het zoeken naar een leerling die meedenkt een stuk makkelijker te vinden dan een leerling die zich aan de regels houdt.<br><br><strong>Mijn kritische-democratische visie</strong><br>De visie waar het in deze patch echt om gaat. Als aankomend docent ben ik van mening dat je actief burgerschap niet creëert door door kinderen mee te laten beslissen(het helpt wel). Ik denk juist dat je &nbsp; het op deze manier niet stimuleert, maar meer verplicht. Stel zelf de regels op en maak ze maar streng. Niet om een slechte sfeer in de klas te krijgen of om dictator te spelen. Dit doe je juist zodat de kinderen zelf de regels willen opstellen. Als docent speel je dit natuurlijk mee, want je merkt wat er speelt in de klas. Op deze manier kan je de kinderen mooi aanleren dat ze niet actief burger zijn omdat ze mee mogen beslissen, maar actief burger moeten zijn als ze mee willen beslissen.<br><br><br><strong>Bronnen</strong><br><br>Inspectie van het Onderwijs. (2016). <em>Burgerschap op school</em>. Geraadpleegd van https://www.onderwijsinspectie.nl/binaries/onderwijsinspectie/documenten/rapporten/2017/02/07/burgerschap-op-school/Themarapport_burgerschap_en_maatschappelijke_stage.pdf</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-01-23 12:59:41 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bo_gyj/treh4wt09fg6/wish/223742906</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Logopedie</title>
         <author>bo_gyj</author>
         <link>https://padlet.com/bo_gyj/treh4wt09fg6/wish/223742938</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Ervaring</strong><br>In mijn stageklas (groep 1/2) merk ik vaak op dat kinderen moeite hebben met sterke/zwakke werkwoorden en meervoud/enkelvoud. Kinderen zeggen hij loopte in plaats van hij liep of zeggen hij heeft twee eis in plaats van twee eieren. Dit gebeurd vaak in de kleuterklas omdat de kinderen nog helemaal bekend zijn met werkwoordelijke vervoegingen. Dit noemen we "overregularisatie" (Schaerlaekens, 1977).<br><br><strong>Mijn handelen</strong><br>Bij het bovengenoemde scenario handel ik als volgt: "Herhaal wat uw kind zegt in de juiste vorm, als uw kind een spraak- of taalfout maakt."("DE TAALONTWIKKELING VAN HET KIND", z.j.) Dit doe ik zodat het kind meteen de juiste vervoeging van het woord hoort.</div><div><br><br><strong>Bronnen</strong><br>DE TAALONTWIKKELING VAN HET KIND. (z.j.). Geraadpleegd op 22 januari 2018, van http://www.wassenaar-logopedie.nl/de-taalontwikkeling-van-het-kind.html<br><br>Schaerlaekens, A. M. (1977). De taalontwikkeling van het kind. Geraadpleegd op 23 januari 2018, van http://www.dbnl.org/tekst/scha134taal01_01/scha134taal01_01_0005.php</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-01-23 12:59:48 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/bo_gyj/treh4wt09fg6/wish/223742938</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
