<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>Nierfunctie vervangende therapie by Nina Moors</title>
      <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k</link>
      <description>AFP les 14</description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2018-06-21 07:59:31 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2025-11-14 05:10:14 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url></url>
      </image>
      <item>
         <title>Peritoneale dialyse</title>
         <author>annepi99</author>
         <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268087550</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Definitie:<br></strong>Bij peritoneale dialyse (ook wel buikspoeling genoemd) wordt het buikvlies als filter gebruikt. Hiervoor moet door de chirurg een slangetje (katheter) in de buikholte worden aangebracht&nbsp;</div><div>zodat er een permanente toegang is. Via de katheter loopt de dialysevloeistof in de buik. De dialysevloeistof blijft een aantal uren in de buik en in die tijd neemt het overtollige vocht en&nbsp;</div><div>de afvalstoffen uit het bloed op. Na een voorgeschreven periode loopt de dialysevloeistof uit de buik terug in de lege zak en loopt vervolgens nieuwe dialysevloeistof de buik in. Er zijn verschillende vormen van peritoneale dialyse. De meest bekende zijn CAPD (Continue Ambulante Peritoneale Dialyse) en APD (Automatische Peritoneale Dialyse). <br><em>Ambulant:</em> niet gebonden aan een vaste plaats.<br><br><strong>De behandeling:</strong></div><div>Peritoneale dialyse met dagelijks worden uitgevoerd.&nbsp;</div><div>Bij CAPD wordt 4 - 5 keer per dag de vloeistof handmatig gewisseld. Elke wissel duurt ongeveer 30 minuten. APD berust op hetzelfde principe, maar hierbij worden de wisselingen 's nachts met behulp van een machine uitgevoerd. Deze behandeling duurt ± 10 uur per nacht. Daarnaast zijn combinaties mogelijk.&nbsp;<br>Het wordt thuis uitgevoerd.<br>Medisch gezien heeft peritoneale dialyse, mits mogelijk, de voorkeur omdat bij deze vorm van dialyse de eigen resterende nierfunctie langer behouden blijft. De nieren blijven werken en de peritoneale dialyse heeft een ondersteunende werking en nemen 5-10% van de nierfunctie over.</div><div><br><strong>Spoelvloeistof:</strong></div><div>Bij dialyse wordt een speciale spoelvloeistof gebruikt. Dit noemen we dialysaat. Het dialysaat bestaat vooral uit steriel water met enkele procenten glucose. Het komt in nauw contact met het bloed. Ze kunnen niet met elkaar vermengd raken, doordat ze gescheiden zijn door een half doorlaatbaar membraan.</div><div>De afvalstoffen, zouten en het vocht kunnen dit membraan door heel kleine gaatjes wel passeren en zo vanuit het bloed via het dialysaat het lichaam verlaten. Dit proces verloopt door middel van diffusie en osmose.<br><em>Diffusie:</em> In het dialysaat zitten weinig deeltjes t.o.v. het bloed. Daardoor zullen de afvalstoffen vanuit het bloed richting de vloeistof gaan.<br><em>Osmose: </em>In het dialysaat bevindt zich glucose en daardoor heeft het een hoge osmotische waarde t.o.v. het bloed. Daardoor zal er vocht vanuit het bloed naar de vloeistof gaan.<br><br><strong>Gevolgen:<br></strong>Peritoneaaldialyse vereist een verbinding van buiten naar de buikholte. Daarvoor wordt operatief een katheterslangetje aangebracht door de buikwand. De buikomvang kan toenemen bij Peritoneaaldialyse door de spoelvloeistof in de buik, maar ook door gewichtstoename: de glucose in de spoelvloeistof wordt gedeeltelijk door het lichaam opgenomen. Verder komen katheterproblemen voor, zoals huidirritatie, infecties of lekkage, en buikvliesontsteking.<br><br><strong>Verpleegkundige aandachtspunten: <br></strong>De verpleegkundige moet in het bezit zijn van goede communicatieve eigenschappen, innovatief en vasthoudend zijn en het geloof in eigen kunnen van de patiënt kunnen stimuleren. &nbsp;<br>&nbsp;<br>De verpleegkundige is in staat om samen met de patiënt of verzorger een leerroute uit te stippelen, waarbij rekening wordt gehouden met de leermogelijkheden van deze patiënt of verzorger en de leeromgeving. Het leerproces wordt bewaakt d.m.v. evaluatie.<br><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/248585562/fd857624e88472adc844e72ae2268cb9/Knipsel.png" />
         <pubDate>2018-06-21 11:26:23 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268087550</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Niertransplantatie </title>
         <author>nina_moors</author>
         <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268087565</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Definitie </strong><br>Een operatie waarbij de chirurg bij iemand met slechte nieren een donornier plaatst. Soms werken de nieren van iemand zo slecht dat medicijnen en aangepast eten (dieet) niet meer helpen. Dan krijgt die persoon dialyse totdat er een nier voor een transplantatie is.<br><br><strong>Operatie </strong><br>De operatie: Er wordt een snee van 15 cm gemaakt. De bloedvaten en de urineleider van de nieuwe nier worden aan je eigen bloedvaten en urineleider aangesloten. Tussen de nier en de blaas wordt er een katheter geplaats. Dit is voor versteviging. Vaak blijft de oude nier zitten. Behalve wanneer er kanker in zit, bloedingen veroorzaakt of geïnfecteerd zijn. De operatie duurt ongeveer 3-4 uur. Na de operatie krijg je medicijnen om afstoting te  voorkomen.<br>De nier van een levende persoon kan 20 jaar mee ongeveer, en die van een overleden persoon kan 10 jaar mee.<br>Waar moet de donor aan voldoen: Waar moet een donor aan voldoen: De bloedgroep moet passen bij die van de donor. Ze testen een kruisproef en kijken of deze negatief is. Als de donor medisch goedgekeurd is kan er een nier worden afgestaan.  Donor moet meerderjarig zijn. Weefseltypering mogen geen bezwaren leveren voor de ontvanger. Donor mag geen nierziekte hebben. Het moet vrijwillig zijn zonder financiële redenen. Verder moet de donor het ook echt willen.<br>Passende bloedgroepen:<br>Ontvanger	Donor<br>Bloedgroep A	Bloedgroep A of O<br>Bloedgroep B	Bloedgroep B of O<br>Bloedgroep AB	Bloedgroep A, B, AB of O<br>Bloedgroep O	Bloedgroep O<br><br><strong>Soorten </strong><br>Relatie-transplantatie:<br>Een nier van een familielid wordt hierbij gegeven aan de patiënt. Allerlei familieleden kunnen hierbij in aanmerking komen, je kan denken aan een ouder, broer, zus maar ook aan ooms en tantes. Hierbij is een grotere kans dat de weefseltypering en de bloedgroep overeenkomen en dat het lichaam minder snel een nier zou afstoten. <br><br>Cross-over transplantatie:<br>Als er geen mogelijk is dat familie een nier afstaat kan een goede vriend of je partner een nier afstaan. Hierbij komen de nierweefsels en bloedgroep vaak niet overeen, waardoor het meestal niet mogelijk is. Daarnaast kan je bij een cross-over transplantatie een methode worden toegepast waarbij een ander koppel van donor en ontvanger gezocht worden en staan de beide donoren een nier af aan de ontvanger van het andere koppel. Het is in feite een ruil-transplantatie. Het zoeken naar een koppel gaat via de computer van de Nederlandse Transplantatie Stichting. Zij zorgen voor het matchen van transplantatieparen. Zodra de kruisproeven tussen ontvangers en hun nieuw gevonden donor van beide koppels goed zijn, worden de twee donor-ontvanger paren aan elkaar gekoppeld.<br><br>Altruïstische of Samaritaanse transplantatie<br>Bij deze vorm van transplantatie gaat het erom dat een geheel onbekende een nier doneert aan iemand die op de wachtlijst staat, dit gebeurt vaak anoniem. Deze mensen willen graag iets doen voor een ander.<br><br>Pre-emptieve transplantatie<br>Hierbij wordt een nier getransplanteerd voordat er is begonnen met dialyse, dit gebeurt dan omdat het lichaam dan beter een nieuwe nier op kan nemen.<br><br><strong>Wachtlijst</strong><br>De wachtlijst op een nier duurt gemiddeld 3 jaar. Het gaat hierbij om een overleden persoon die de nier afstaat aan iemand op de wachtlijst.<br><br><strong>Gevolgen </strong><br><em>Risico's </em>Elke operatie gaat gepaard met een bepaald risico, bijvoorbeeld longontsteking, wondinfecties of trombose. Er is een kans van 3 op 10.000 donoren dat de complicaties zo ernstig zijn dat de donor hieraan overlijdt.<br>Verder: pijn die wat langer aanhoudt, verminderde energie, langdurige vermoeidheid. Omdat je gezond de operatie ingaat, kunnen deze beperkingen erg tegenvallen.<br><em><br>Afstoting <br></em>Wanneer je een niertransplantatie hebt ondergaan krijg je medicijnen om afstoting tegen te gaan. Maar het kan toch gebeuren:<em><br>Acute afstoting</em> ontstaat meestal in de eerste weken tot maanden na de niertransplantatie. Daarom zijn er in het begin ook meer controles. Na ongeveer 6 maanden worden acute afstotingsreacties zeldzamer. <em><br></em>De behandeling bestaat meestal uit een hoge dosis prednison of methylprednison. Dit middel krijgt u via een infuus. Minstens 3 dagen lang krijgt u iedere dag een infuus.<br><br>Met chronische (= blijvende) afstoting wordt bedoeld dat in de nier chronische schade ontstaat. Eigenlijk klopt de term ‘afstoting’ dus niet. De werking van de nier gaat langzaam maar zeker achteruit.<br><br>Deze vorm van afstoting kan al na enkele maanden optreden, maar ook pas na vele jaren. De bloedvaatjes in de nier worden beschadigd door antistoffen, hoge bloeddruk en overbelasting van de nier. Uiteindelijk krijgt u klachten.<br><br></div><div>Chronische afstoting is niet goed te behandelen. Uw arts probeert de achteruitgang van de nier zoveel mogelijk te vertragen. Dit kan met medicijnen. Wanneer de nier voor nog maar 5 tot 10% werkt, is dialyse nodig.<br><br></div><div>Een nieuwe transplantatie is meestal ook mogelijk. Het is wel moeilijker om een passende donornier te vinden. Dit komt omdat het lichaam meer antistoffen aanmaakt na transplantatie.</div><div><em><br>Resultaat <br><br></em>Na de operatie is de nierfunctie van 10% of minder verhoogd naar 50% of hoger. Wel is er altijd kans op tegenvallers, de klachten kunnen blijven bestaan. <em><br><br>Bijwerkingen medicatie <br><br></em>- Meer kans op infecties<br>- Meer kans op kanker<br>- Meer kans op diabetes<br>- Hart en vaatziekten<br><br><em>Nieuwe transplantatie </em><br>Het is wel lastiger om een geschikte donornier te vinden. Dat komt omdat lichaam vaak antistoffen vormt na de eerste transplantatie. <br><br><strong>Verpleegkundige aandachtspunten</strong><br>Verpleegkundige interventies bij opname. Nierpatiënten worden door een multidisciplinair team behandeld. Het is raadzaam de desbetreffende disciplines, indien noodzakelijk, in consult te roepen.<br><br>Verpleegkundige interventies preoperatief<br>Op de operatiedag moeten recente bloedwaarden bekend zijn in verband met de anesthesie. Voor de operatie moet de patiënt in consult zijn geweest bij een internist/nefroloog. Het is mogelijk dat de dosering of wijze van toediening van bepaalde immunosuppressieve medicijnen moet worden aangepast. Zo nodig moet antibiotische profylaxe worden meegegeven bij bepaalde ingrepen.<br><br>Verpleegkundige interventies postoperatief<br>Houd een nauwkeurige vochtbalans bij en spreek een goed vocht- en infuusbeleid af.<br>Wees alert op temperatuurstijging(en), pijnlijk transplantaat en/of vermindering van urineproductie.<br>Weeg de patiënt dagelijks.<br>Controleer de bloeddruk frequent.<br>Neem regelmatig bloed af ter controle van de nierfunctie.<br>Controleer de urine op eiwit en ontsteking.<br>Spreek een mobilisatiebeleid af in verband met trombosegevaar.<br><br>Verpleegkundige interventies bij complicaties<br>Waarschuw direct een internist/nefroloog als er sprake is van: koorts, minder of stoppen van de urineproductie, gewichtstoename, bloeddrukstijging, eiwit in de urine, pijnlijk transplantaat en/of een stijging van het creatinine gehalte in het bloed.<br><br>Verpleegkundige interventies bij ontslag<br>Is de patiënt op de hoogte van welke medicijnen er op welk tijdstip ingenomen moeten worden en waarom?<br>Heeft de patiënt voldoende medicijnen thuis of is een recept noodzakelijk?<br>Ga na of er een afspraak gepland staat voor een poliklinische controle bij de internist/nefroloog<br><br>Een patiënt kan moeite hebben met acceptatie van de donornier. Hier moet je opletten en eventueel over in gesprek gaan.<em><br></em><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-21 11:26:29 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268087565</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Hemodialyse</title>
         <author>fleurvanmeurs</author>
         <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268087667</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Definitie:</strong></div><div>het bloed van de patiënt gaat via een slangetje naar een kunstnier, waar het bloed gefilterd wordt. De kunstnier haalt afvalstoffen, en overtollig vocht en zout uit het bloed. Dit gaat door middel van filtratie. Het bloed kan niet door de filter heen, maar de afvalstoffen wel. Daarna pompt de dialysemachine het bloed weer terug. Tijdens een dialyse passeert al het bloed meerdere keren de kunstnier. Hiervoor wordt een AV-fistel (shunt) aangelegd. Dit is een directe verbinding tussen ader en slagader in de niet-dominante arm. Deze behandeling kan echter maar tien tot vijftien procent van de zuivering leveren vergeleken met de gezonde nieren. <br> <br><strong>Gevolgen</strong>:</div><div>- Je moet naar het dialysecentrum tenzij het medisch verantwoord is, dan kan het thuis. <br>Thuis mag het alleen als je hemodynamisch stabiel bent. Dat betekent dat er geen grote schommelingen in uw bloeddruk ontstaan tijdens dialyse.</div><div>-  Aan de arm waar mogelijk een shunt komt of zit geen bloed meer laten afnemen en geen bloeddruk meer laten meten. </div><div>- 3 x per week ongeveer 4 uur per keer aan het apparaat<br>- Dieet hemodialyse: beperking van zouten (Na en K) en eiwitten </div><div>- Vochtbeperking: het vocht kan alleen via dialyse worden verwijderd en dit is per dialyse een beperkte hoeveelheid. </div><div>- Shunt kan beperkingen opleveren bij sporten en bewegen en problemen geven zoals verstopping en infectie. </div><div>- Dialysekater: in korte tijd treedt er een grote verandering op in de samenstelling van het bloed. Als er te veel vocht wordt afgevoerd kan kramp, misselijkheid en duizeligheid ontstaan.<br>- Bloedarmoede: dialyse zorgt niet voor de aanmaak van EPO die de aanmaak van rode bloedcellen stimuleert. <br><br><strong>Verpleegkundige aandachtspunten:</strong><br>-  Kan communiceren op inhouds-, procedure- en procesniveau en soepel schakelen tussen   deze niveaus. <br>- Kan gesprekstechnieken toepassen, passend bij de patiënt en het niveau van communicatie: luisteren, vragen stellen, samenvatten en parafraseren, spiegelen en gevoelsreflecties geven. <br>- Kan uitstekend formuleren, mondeling en schriftelijk, vaktaal in gewone mensentaal omzetten. <br>- Kan adviezen geven, de patiënt instrueren en motiveren en informatie doseren afgestemd op de patiënt. <br>- Kan op gelijkwaardig niveau met andere zorgprofessionals communiceren. <br>- Past vakinhoudelijke deskundigheid toe in combinatie met begeleidingsvaardigheden als luisteren, observeren, stimuleren, motiveren, feedback geven, weerstanden herkennen en productief maken. <br>- Kan feedback geven en ontvangen.</div><div>- Zelfmanagement ondersteunen. Kan iemand thuis dialyseren of niet?<br>- Voorlichting geven over vrijheid, dieet en lichamelijke gevolgen en risico's. <br>- Na de dialyse moet je de bloeddruk en de pols in de gaten houden, want je kunt een lage bloeddruk krijgen.</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-21 11:27:33 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268087667</guid>
      </item>
      <item>
         <title></title>
         <author>fleurvanmeurs</author>
         <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268087891</link>
         <description><![CDATA[
]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-21 11:29:20 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268087891</guid>
      </item>
      <item>
         <title></title>
         <author>fleurvanmeurs</author>
         <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268088979</link>
         <description><![CDATA[￼]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-21 11:40:10 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268088979</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Hoe werkt hemodialyse?</title>
         <author>fleurvanmeurs</author>
         <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268089229</link>
         <description><![CDATA[<div>&nbsp;<figure class="attachment attachment--preview" data-trix-attachment="{&quot;contentType&quot;:&quot;image&quot;,&quot;height&quot;:475,&quot;url&quot;:&quot;https://cms.nieren.nl/sites/default/files/styles/nieren_nl/public/media/2018-03/images/werking-hemodialyse-1920x1304.jpg?itok=aPryUo4V&quot;,&quot;width&quot;:700}" data-trix-content-type="image"><img src="https://cms.nieren.nl/sites/default/files/styles/nieren_nl/public/media/2018-03/images/werking-hemodialyse-1920x1304.jpg?itok=aPryUo4V" width="700" height="475"><figcaption class="attachment__caption"></figcaption></figure>&nbsp;</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-21 11:42:41 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268089229</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Werking peritoneale dialyse</title>
         <author>annepi99</author>
         <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268090096</link>
         <description><![CDATA[]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/248585562/af55618788089c93917f643e96193a22/werking_peritoneale_dialyse_1920x1690.jpg" />
         <pubDate>2018-06-21 11:51:46 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268090096</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Peritoneale dialyse</title>
         <author>fleurvanmeurs</author>
         <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268331035</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Definitie:<br></strong>Bij peritoneale dialyse (ook wel buikspoeling genoemd) wordt het buikvlies als filter gebruikt. Hiervoor moet door de chirurg een slangetje (katheter) in de buikholte worden aangebracht </div><div>zodat er een permanente toegang is. Via de katheter loopt de dialysevloeistof in de buik. De dialysevloeistof blijft een aantal uren in de buik en in die tijd neemt het overtollige vocht en </div><div>de afvalstoffen uit het bloed op. Na een voorgeschreven periode loopt de dialysevloeistof uit de buik terug in de lege zak en loopt vervolgens nieuwe dialysevloeistof de buik in. Er zijn verschillende vormen van peritoneale dialyse. De meest bekende zijn CAPD (Continue Ambulante Peritoneale Dialyse) en APD (Automatische Peritoneale Dialyse). <br><em>Ambulant:</em> niet gebonden aan een vaste plaats.<br><br><strong>De behandeling:</strong></div><div>Peritoneale dialyse met dagelijks worden uitgevoerd. </div><div>Bij CAPD wordt 4 - 5 keer per dag de vloeistof handmatig gewisseld. Elke wissel duurt ongeveer 30 minuten. APD berust op hetzelfde principe, maar hierbij worden de wisselingen 's nachts met behulp van een machine uitgevoerd. Deze behandeling duurt ± 10 uur per nacht. Daarnaast zijn combinaties mogelijk. <br>Het wordt thuis uitgevoerd.<br>Medisch gezien heeft peritoneale dialyse, mits mogelijk, de voorkeur omdat bij deze vorm van dialyse de eigen resterende nierfunctie langer behouden blijft. De nieren blijven werken en de peritoneale dialyse heeft een ondersteunende werking en nemen 5-10% van de nierfunctie over.</div><div><br><strong>Spoelvloeistof:</strong></div><div>Bij dialyse wordt een speciale spoelvloeistof gebruikt. Dit noemen we dialysaat. Het dialysaat bestaat vooral uit steriel water met enkele procenten glucose. Het komt in nauw contact met het bloed. Ze kunnen niet met elkaar vermengd raken, doordat ze gescheiden zijn door een half doorlaatbaar membraan.</div><div>De afvalstoffen, zouten en het vocht kunnen dit membraan door heel kleine gaatjes wel passeren en zo vanuit het bloed via het dialysaat het lichaam verlaten. Dit proces verloopt door middel van diffusie en osmose.<br><em>Diffusie:</em> In het dialysaat zitten weinig deeltjes t.o.v. het bloed. Daardoor zullen de afvalstoffen vanuit het bloed richting de vloeistof gaan.<br><em>Osmose: </em>In het dialysaat bevindt zich glucose en daardoor heeft het een hoge osmotische waarde t.o.v. het bloed. Daardoor zal er vocht vanuit het bloed naar de vloeistof gaan.<br><br><strong>Gevolgen:<br></strong>Peritoneaaldialyse vereist een verbinding van buiten naar de buikholte. Daarvoor wordt operatief een katheterslangetje aangebracht door de buikwand. De buikomvang kan toenemen bij Peritoneaaldialyse door de spoelvloeistof in de buik, maar ook door gewichtstoename: de glucose in de spoelvloeistof wordt gedeeltelijk door het lichaam opgenomen. Verder komen katheterproblemen voor, zoals huidirritatie, infecties of lekkage, en buikvliesontsteking.<br><br><strong>Verpleegkundige aandachtspunten: <br></strong>De verpleegkundige moet in het bezit zijn van goede communicatieve eigenschappen, innovatief en vasthoudend zijn en het geloof in eigen kunnen van de patiënt kunnen stimuleren.  <br> <br>De verpleegkundige is in staat om samen met de patiënt of verzorger een leerroute uit te stippelen, waarbij rekening wordt gehouden met de leermogelijkheden van deze patiënt of verzorger en de leeromgeving. Het leerproces wordt bewaakt d.m.v. evaluatie.<br><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/248585562/fd857624e88472adc844e72ae2268cb9/Knipsel.png" />
         <pubDate>2018-06-24 10:24:57 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268331035</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Niertransplantatie </title>
         <author>fleurvanmeurs</author>
         <link>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268331493</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Definitie </strong><br>Een operatie waarbij de chirurg bij iemand met slechte nieren een donornier plaatst. Soms werken de nieren van iemand zo slecht dat medicijnen en aangepast eten (dieet) niet meer helpen. Dan krijgt die persoon dialyse totdat er een nier voor een transplantatie is.<br><br><strong>Operatie </strong><br>De operatie: Er wordt een snee van 15 cm gemaakt. De bloedvaten en de urineleider van de nieuwe nier worden aan je eigen bloedvaten en urineleider aangesloten. Tussen de nier en de blaas wordt er een katheter geplaats. Dit is voor versteviging. Vaak blijft de oude nier zitten. Behalve wanneer er kanker in zit, bloedingen veroorzaakt of geïnfecteerd zijn. De operatie duurt ongeveer 3-4 uur. Na de operatie krijg je medicijnen om afstoting te  voorkomen.<br>De nier van een levende persoon kan 20 jaar mee ongeveer, en die van een overleden persoon kan 10 jaar mee.<br>Waar moet de donor aan voldoen: Waar moet een donor aan voldoen: De bloedgroep moet passen bij die van de donor. Ze testen een kruisproef en kijken of deze negatief is. Als de donor medisch goedgekeurd is kan er een nier worden afgestaan.  Donor moet meerderjarig zijn. Weefseltypering mogen geen bezwaren leveren voor de ontvanger. Donor mag geen nierziekte hebben. Het moet vrijwillig zijn zonder financiële redenen. Verder moet de donor het ook echt willen.<br>Passende bloedgroepen:<br>Ontvanger	Donor<br>Bloedgroep A	Bloedgroep A of O<br>Bloedgroep B	Bloedgroep B of O<br>Bloedgroep AB	Bloedgroep A, B, AB of O<br>Bloedgroep O	Bloedgroep O<br><br><strong>Soorten </strong><br>Relatie-transplantatie:<br>Een nier van een familielid wordt hierbij gegeven aan de patiënt. Allerlei familieleden kunnen hierbij in aanmerking komen, je kan denken aan een ouder, broer, zus maar ook aan ooms en tantes. Hierbij is een grotere kans dat de weefseltypering en de bloedgroep overeenkomen en dat het lichaam minder snel een nier zou afstoten. <br><br>Cross-over transplantatie:<br>Als er geen mogelijk is dat familie een nier afstaat kan een goede vriend of je partner een nier afstaan. Hierbij komen de nierweefsels en bloedgroep vaak niet overeen, waardoor het meestal niet mogelijk is. Daarnaast kan je bij een cross-over transplantatie een methode worden toegepast waarbij een ander koppel van donor en ontvanger gezocht worden en staan de beide donoren een nier af aan de ontvanger van het andere koppel. Het is in feite een ruil-transplantatie. Het zoeken naar een koppel gaat via de computer van de Nederlandse Transplantatie Stichting. Zij zorgen voor het matchen van transplantatieparen. Zodra de kruisproeven tussen ontvangers en hun nieuw gevonden donor van beide koppels goed zijn, worden de twee donor-ontvanger paren aan elkaar gekoppeld.<br><br>Altruïstische of Samaritaanse transplantatie<br>Bij deze vorm van transplantatie gaat het erom dat een geheel onbekende een nier doneert aan iemand die op de wachtlijst staat, dit gebeurt vaak anoniem. Deze mensen willen graag iets doen voor een ander.<br><br>Pre-emptieve transplantatie<br>Hierbij wordt een nier getransplanteerd voordat er is begonnen met dialyse, dit gebeurt dan omdat het lichaam dan beter een nieuwe nier op kan nemen.<br><br><strong>Wachtlijst</strong><br>De wachtlijst op een nier duurt gemiddeld 3 jaar. Het gaat hierbij om een overleden persoon die de nier afstaat aan iemand op de wachtlijst.<br><br><strong>Gevolgen </strong><br><em>Risico's </em>Elke operatie gaat gepaard met een bepaald risico, bijvoorbeeld longontsteking, wondinfecties of trombose. Er is een kans van 3 op 10.000 donoren dat de complicaties zo ernstig zijn dat de donor hieraan overlijdt.<br>Verder: pijn die wat langer aanhoudt, verminderde energie, langdurige vermoeidheid. Omdat je gezond de operatie ingaat, kunnen deze beperkingen erg tegenvallen.<br><em><br>Afstoting <br></em>Wanneer je een niertransplantatie hebt ondergaan krijg je medicijnen om afstoting tegen te gaan. Maar het kan toch gebeuren:<em><br>Acute afstoting</em> ontstaat meestal in de eerste weken tot maanden na de niertransplantatie. Daarom zijn er in het begin ook meer controles. Na ongeveer 6 maanden worden acute afstotingsreacties zeldzamer. <em><br></em>De behandeling bestaat meestal uit een hoge dosis prednison of methylprednison. Dit middel krijgt u via een infuus. Minstens 3 dagen lang krijgt u iedere dag een infuus.<br><br>Met chronische (= blijvende) afstoting wordt bedoeld dat in de nier chronische schade ontstaat. Eigenlijk klopt de term ‘afstoting’ dus niet. De werking van de nier gaat langzaam maar zeker achteruit.<br><br>Deze vorm van afstoting kan al na enkele maanden optreden, maar ook pas na vele jaren. De bloedvaatjes in de nier worden beschadigd door antistoffen, hoge bloeddruk en overbelasting van de nier. Uiteindelijk krijgt u klachten.<br><br></div><div>Chronische afstoting is niet goed te behandelen. Uw arts probeert de achteruitgang van de nier zoveel mogelijk te vertragen. Dit kan met medicijnen. Wanneer de nier voor nog maar 5 tot 10% werkt, is dialyse nodig.<br><br></div><div>Een nieuwe transplantatie is meestal ook mogelijk. Het is wel moeilijker om een passende donornier te vinden. Dit komt omdat het lichaam meer antistoffen aanmaakt na transplantatie.</div><div><em><br>Resultaat <br><br></em>Na de operatie is de nierfunctie van 10% of minder verhoogd naar 50% of hoger. Wel is er altijd kans op tegenvallers, de klachten kunnen blijven bestaan. <em><br><br>Bijwerkingen medicatie <br><br></em>- Meer kans op infecties<br>- Meer kans op kanker<br>- Meer kans op diabetes<br>- Hart en vaatziekten<br><br><em>Nieuwe transplantatie </em><br>Het is wel lastiger om een geschikte donornier te vinden. Dat komt omdat lichaam vaak antistoffen vormt na de eerste transplantatie. <br><br><strong>Verpleegkundige aandachtspunten</strong><br>Verpleegkundige interventies bij opname. Nierpatiënten worden door een multidisciplinair team behandeld. Het is raadzaam de desbetreffende disciplines, indien noodzakelijk, in consult te roepen.<br><br>Verpleegkundige interventies preoperatief<br>Op de operatiedag moeten recente bloedwaarden bekend zijn in verband met de anesthesie. Voor de operatie moet de patiënt in consult zijn geweest bij een internist/nefroloog. Het is mogelijk dat de dosering of wijze van toediening van bepaalde immunosuppressieve medicijnen moet worden aangepast. Zo nodig moet antibiotische profylaxe worden meegegeven bij bepaalde ingrepen.<br><br>Verpleegkundige interventies postoperatief<br>Houd een nauwkeurige vochtbalans bij en spreek een goed vocht- en infuusbeleid af.<br>Wees alert op temperatuurstijging(en), pijnlijk transplantaat en/of vermindering van urineproductie.<br>Weeg de patiënt dagelijks.<br>Controleer de bloeddruk frequent.<br>Neem regelmatig bloed af ter controle van de nierfunctie.<br>Controleer de urine op eiwit en ontsteking.<br>Spreek een mobilisatiebeleid af in verband met trombosegevaar.<br><br>Verpleegkundige interventies bij complicaties<br>Waarschuw direct een internist/nefroloog als er sprake is van: koorts, minder of stoppen van de urineproductie, gewichtstoename, bloeddrukstijging, eiwit in de urine, pijnlijk transplantaat en/of een stijging van het creatinine gehalte in het bloed.<br><br>Verpleegkundige interventies bij ontslag<br>Is de patiënt op de hoogte van welke medicijnen er op welk tijdstip ingenomen moeten worden en waarom?<br>Heeft de patiënt voldoende medicijnen thuis of is een recept noodzakelijk?<br>Ga na of er een afspraak gepland staat voor een poliklinische controle bij de internist/nefroloog<br><br>Een patiënt kan moeite hebben met acceptatie van de donornier. Hier moet je opletten en eventueel over in gesprek gaan.<em><br></em><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2018-06-24 10:34:56 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/nina_moors/rv084zj1oo0k/wish/268331493</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
