<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>PTA-toets 3 vmbo by JoyceWiltjer</title>
      <link>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq</link>
      <description></description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2016-06-21 17:53:42 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2025-12-31 15:37:00 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url>https://padlet-assets.s3.amazonaws.com/icons/Apple.png</url>
      </image>
      <item>
         <title>Lezen: Mening, argument &amp;amp; conclusie (hoofdstuk 5)</title>
         <author>j_s_wiltjer</author>
         <link>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115174449</link>
         <description><![CDATA[<div>Voor het onderdeel leesvaardigheid (hst. 5, p. 160-165) moet je met behulp van <strong>signaalwoorden </strong>meningen, argumenten en conclusies in een tekst kunnen herkennen en begrijpen. Hier vind je over dit onderdeel meer informatie.<br><br><strong>Wat is een mening, argument of conclusie?</strong><br><br></div><ul><li><strong>Mening (of standpunt)</strong></li></ul><div>Wat jij vindt of iemand anders, de gedachten van iemand over een onderwerp. Bijvoorbeeld: 'Ik vind het belangrijk dat dierenproeven worden gestopt.' </div><ul><li><strong>Argumenten</strong></li></ul><div>Als een schrijver uitlegt waarom hij of iets vindt, dan geeft hij een argument. Bij zijn mening stelt hij eigenlijk de waarom-vraag. Waarom vind ik dit? Bijvoorbeeld: 'Ik vind het belangrijk dat dierenproeven worden gestopt, omdat de dieren er erg onder lijden.'</div><ul><li><strong>Conclusie</strong></li></ul><div>De conclusie vind je aan het einde van een tekst. Als een schrijver al zijn argumenten heeft gegeven, sluit hij af met zijn uiteindelijke oordeel.</div><div><br><strong>Wat zijn signaalwoorden ook al weer?<br><br></strong>Deze woorden vind je in elke goed geschreven tekst. </div><ul><li>Signaal = een teken, een seintje. </li><li>Signaalwoorden geven een <strong>verband </strong>aan tussen zinnen en alinea's.</li><li>Signaalwoorden helpen jou als lezer, ze geven een duidelijke structuur aan. </li></ul><div><br><strong>Aan welke signaalwoorden herken je een mening, argument of conclusie?<br></strong><br></div><ul><li><strong>Mening: </strong>ik vind, volgens mij, naar mijn mening, mij  opvatting is...</li><li><strong>Argumenten:</strong> want, omdat, namelijk, immers (= redengevend verband).</li><li><strong>Conclusie: </strong>concluderend, kortom,  al met al, vandaar dat.</li></ul><div><br>Hieronder kun je oefenen met de verschillende verbanden die er in een tekst kunnen staan. Leer de verbanden en </div>]]></description>
         <enclosure url="http://www.cambiumned.nl/theorie/stijl/verbanden/" />
         <pubDate>2016-06-21 18:00:10 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115174449</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Woordenschat: Overdrijving &amp;amp; understatement (hoofdstuk 5)</title>
         <author>j_s_wiltjer</author>
         <link>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115176988</link>
         <description><![CDATA[<div>Een overdrijving of een understatement is een <strong>stijlmiddel</strong>. Een schrijver kan ze gebruiken om indruk te maken op de lezer. Dat wat je zegt kan je met deze middelen vaak meer kracht bijzetten of treffender zeggen.<br><br>Het is belangrijk dat je een <strong>overdrijving </strong>en een <strong>understatement</strong> kunt herkennen en begrijpen.</div><ul><li><strong>Overdrijving (ook wel hyperbool):</strong></li></ul><div>Bij een hyperbool (overdrijving) wordt iets op een overdreven manier uitgedrukt. Je gebruikt een hyperbool om iets te laten opvallen.</div><div><br><em>Voorbeeldzinnen:</em></div><ol><li>In Nederland<strong> regent het zomers 29 van de 30 dagen</strong>.</li><li>Je wordt <strong>doodgegooid</strong> met informatie over de eindexamens.</li><li>Ik heb wel <strong>een eeuw</strong> op je staan wachten.</li><li> Toen ik die col afdaalde, <strong>stierf ik duizend doden van angst</strong>.</li></ol><div><br></div><ul><li><strong>Understatement:</strong></li></ul><div>Bij een understatement wordt iets op een spottende manier verkleind of verzwakt. Je doet alsof iets wat heel erg is, niets voorstelt. <strong><br><br></strong><em>Voorbeeldzinnen:</em></div><ol><li>Toen zijn partij weer vier zetels had gewonnen in de peilingen reageerde de fractieleider met: <strong>'Niet slecht'.</strong></li><li>Ik had een twee voor het proefwerk, ik had dus wel <strong>een paar foutjes </strong>gemaakt.</li><li><strong>'Ik doe dat wel even',</strong> zei de man toen hij het brandende huis in rende om zijn kinderen te redden.</li><li>De festivalganger had <strong>een beetje te diep in het glaasje gekeken</strong> en moest zijn roes in de cel uitslapen.<br><br></li></ol><div><br></div><div><br></div><div><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2016-06-21 18:34:40 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115176988</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Grammatica: persoonlijke, bezittelijke, vragende, aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden (hoofdstuk 5)</title>
         <author>j_s_wiltjer</author>
         <link>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115178016</link>
         <description><![CDATA[<div>Voor dit onderdeel is het belangrijk dat je in een zin verschillende woordsoorten kunt herkennen. De woordsoorten die je moet herkennen zijn:<br><br><strong>Persoonlijke, bezittelijke, vragende, aanwijzende en betrekkelijke voornaamwoorden. </strong></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2016-06-21 18:47:48 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115178016</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Spelling: Meervouden en werkwoordspelling (hoofdstuk 5)</title>
         <author>j_s_wiltjer</author>
         <link>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115179175</link>
         <description><![CDATA[<div>Het is belangrijk dat je meervouden in het Nederlands correct kunt spellen. Ook moet je werkwoorden in de tegenwoordige tijd, verleden tijd of het voltooid deelwoord correct kunnen spellen.<br><br><strong>Regels meervouden:<br><br>Meervoud met -s</strong></div><ul><li>Schrijf -s aan woord vast als de uitspraak correct blijft.</li><li>Schrijf <strong>'s </strong>bij afkortingen en bij woorden die eindigen op a, o, i, u en y (<strong>i</strong>k h<strong>ou</strong> v<strong>a</strong>n<strong> y</strong>'s).</li><li>kamers, asperges, cao's, baby's, piano's</li></ul><div><strong>Meervoud met -en</strong></div><ul><li>Schrijf -en aan het woord vast.</li><li>leraar, leraren, huis, huizen, rok, rokken</li><li>Let op: er kan een klinkerweglating, een verandering van de medeklinker of een verdubbeling van de medeklinker ontstaan!</li><li>Let op: als een woord eindigt op onbeklemtoonde -ik, -es, -et,verdubbelt de laatste medeklinker niet. (havik  haviken, dreumes  dreumesen, lemmet  lemmeten).</li></ul><div><strong>Meervoud bij -ie</strong></div><ul><li>Bij klemtoon op de 'ie': + ën</li><li>Bij klemtoon niet op de 'ie': +n</li><li>symfonieën, koloniën</li></ul><div><strong>Meervoud afwijkende vormen </strong></div><ul><li>eindigen vaak op –cus, -um of -sis</li><li>Musicus, museum, basis - musici, musea, bases.</li></ul><div><br><strong>Werkwoordspelling</strong></div><ul><li>Om de juiste vorm van het werkwoord te bepalen, kun je het schema voor de werkwoordspelling gebruiken (zie reader hoofdstuk 5). </li><li>Oefenen met de werkwoordspelling? Klik op de link hieronder:</li></ul>]]></description>
         <enclosure url="http://www.cambiumned.nl/theorie/spelling/werkwoordspelling/" />
         <pubDate>2016-06-21 19:02:32 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115179175</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Lezen: Opmaak en beeld (hoofdstuk 6)</title>
         <author>j_s_wiltjer</author>
         <link>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115216122</link>
         <description><![CDATA[<div>Voor dit onderdeel moet je de functie van beelden bij een tekst en de opmaak kunnen benoemen.<br><br>Bij een tekst moet je altijd rekening houden met de opmaak en de afbeeldingen. <strong>Waarom? </strong>Afbeeldingen voegen vaak extra informatie toe over het onderwerp van de tekst. Ze kunnen jou dus meer vertellen over de tekst en helpen bij het beantwoorden van (een deel van) de vragen.<br><br>Leer de theorie op p. 197.<br><br>Extra oefenen met opmaak en beeld? Klik op de link hieronder:<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="http://leestrainer.nl/Begrijpend%20lezen/vo/beeldenopmaak.htm" />
         <pubDate>2016-06-22 07:11:45 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115216122</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Spelling: Aan elkaar of los?</title>
         <author>j_s_wiltjer</author>
         <link>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115217912</link>
         <description><![CDATA[<div>Voor dit onderdeel moet je weten welke woorden je <strong>aan elkaar of los </strong>moet schrijven. Ook ken je de tips om <strong>foutloos</strong> te kunnen schrijven.<br><br><strong>Aan elkaar</strong></div><ul><li>Samenstellingen van twee of drie woorden. <em>Hoe herken je een samenstelling? </em>Spreek het woord uit en luister waar de klemtoon zit. Een samenstelling heeft maar één klemtoon.&nbsp;<strong>Bijvoorbeeld:&nbsp;</strong><strong><em>politieonderzoek, derdewereldland, rugzaktoerisme, voetbalwedstrijd.</em></strong></li><li>Getallen tot duizend en samenstellingen met honderd en duizend (NIET met miljoen).&nbsp;<strong>Bijvoorbeeld:&nbsp;</strong><strong><em>vierentwintig, vijfhonderd, honderdduizend, MAAR: drie miljoen.&nbsp;</em></strong></li><li>Voornaamwoordelijke bijwoorden: er, hier, daar, waar + voorzetsel. Deze regelt geldt NIET als het voorzetsel bij een werkwoord hoort (inzitten over) of als er nog een zelfstandig naamwoord in de zin staat waar het voorzetsel bij hoort.&nbsp;<strong>Bijvoorbeeld:&nbsp;</strong><strong><em>eronderdoor, daarover, waarheen.</em></strong></li></ul><div><br><strong>Foutloos schrijven</strong></div><ul><li>Maak je zinnen niet te lang en gebruik geen woorden die je eigenlijk niet kent.</li><li>Controleer je tekst altijd op snelheidsfouten.</li><li>Heb je geen letters vergeten?</li><li>Beginnen alle namen en zinnen met een hoofdletter?</li><li>Staan de leestekens op de goede plaats (punt, komma, vraagteken, uitroepteken, aanhalingstekens).</li><li>Controleer of je de werkwoorden hebt gespeld volgens de regels van de&nbsp;<strong>werkwoordspelling.&nbsp;</strong>Belangrijk is het verschil tussen de persoonsvorm en andere vormen van het werkwoord (zie het schema&nbsp;op deze pagina).</li></ul>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2016-06-22 07:51:42 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115217912</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Schema werkwoordspelling</title>
         <author>j_s_wiltjer</author>
         <link>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115221960</link>
         <description><![CDATA[]]></description>
         <enclosure url="https://padletuploads.blob.core.windows.net/aws/97063052/2a9983ca7a089771c4ed64cc7eba01f16a9ed9e9/cb9f23b607fae563a2627df84edfdce5.jpg" />
         <pubDate>2016-06-22 09:13:43 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/j_s_wiltjer/n1v42ar80edq/wish/115221960</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
