<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>Rekenonderwijs KC de Pionier by Fardau  Huisman</title>
      <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa</link>
      <description>Doorgaande lijn groep 1-8</description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2021-12-03 11:03:10 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2025-11-19 20:48:13 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url>https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/914643231/1f0991d6a2485bd0d47a917c1ddc5460/OIP__1_.jpg</url>
      </image>
      <item>
         <title>Groep 1</title>
         <author>fhuisman</author>
         <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927117700</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>1) Tellen en getalbegrip<br></strong>-<strong> </strong>zelf tellen tot ten minste 10 aan de hand van een versje/ liedje<br>- aanwijzend tellen tot ten minste 5<br>- in betekenisvolle contextsituaties bij aantallen t/m 10 kunnen aangeven wat er gebeurt als er 1 bij komt of 1 af gaat<br>- volgorde van getal symbolen in de getallenrij tot 6 herkennen en leggen<br>- hoeveelheden tot 4 overzien zonder te tellen<br>- hoeveelheden t/m 6 koppelen aan concrete objecten: vingers, streepjes, stippen<br><strong><br>2) Meten<br></strong>- voorwerpen ordenen van lang naar kort<br>- begrippen mbt lengte, omtrek en oppervlakte herkennen: groot, groter, grootst(e)<br>klein, kleiner, kleinst(e)<br>- twee inhouden op het oog of via overgieten vergelijken en weten waar meer of minder in past<br>- twee voorwerpen op gewicht vergelijken<br>- het dagritme (ochtend, middag, avond, nacht) herkennen vanuit herkenbare gebeurtenissen<br>- begrijpen dat er een vaste volgorde is in de dagen van de week<br>- munten van 1 euro herkennen en weten tijdens het winkeltje spelen dat iets van bijv. 5 euro duurder is dat iets van 4 euro<strong><br>3) Meetkunde<br></strong>- meetkundige begrippen herkennen: voor, achter, boven, onder, dichtbij, ver weg<br>- eenvoudige bouwwerken nabouwen met blokjes<br>- de figuren cirkel, vierkant, driehoek herkennen<br>- de basiskleuren benoemen en herkennen: rood, blauw, geel, groen<br>- construeren door (na)vouwen met vouwblaadjes: schuine vouw, recht kruis, schuin kruis en huis en envelop<br><br><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-12-03 11:09:29 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927117700</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Groep 2</title>
         <author>fhuisman</author>
         <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927117821</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>1) Tellen en getalbegrip<br></strong>- <strong>zelf tellen tot ten minste 20 (v)</strong><em><br></em><strong>- aanwijzend tellen tot tenminste 10 (v)</strong><br>- aanwijzend tellen tot 20<br>- vanuit verschillende getallen tot 20 verder tellen en en vanuit getallen tot 5 terugtellen<br><strong>- de volgorde van getalsymbool tot 10 herkennen en leggen (v)<br></strong>- de volgorde van getalsymbool tot 20 herkennen en leggen<br><strong>- hoeveelheden tot tenminste 10 representeren met een getalsymbool en omgekeerd (v)<br></strong>- + en - problemen oplossen tot en met 10<br>- verkort tellen van hoeveelheden tot en met 12 door gebruik te maken van patronen en structuren<strong><br>- Hoeveelheden t/m tenminste 10 kunnen representeren met bijv. vingers, streepjes, stippen (v)<br>- splitsproblemen oplossen onder de 10 (v)<br><br>2) Meten<br></strong>- voorwerpen classificeren op basis van eigenschappen en kunnen uitleggen over welke eigenschappen het gaat<br>- voorwerpen die verschillen in gewicht vergelijken en ordenen naar gewicht<br>- hele uren aflezen op een klok<br>- de volgorde in de dagindeling, de namen van de dagen en seizoenen benoemen<strong><br>- begrijpen en uitleggen hoe het systeem van kopen en betalen in elkaar zit aan de hand van eenvoudige winkelsituaties (v)<br><br>3) Meetkunde<br></strong>- meetkundige begrippen herkennen: voor, achter, naast, in, op, boven, onder, dichtbij, veraf, het herkennen van de begrippen links, rechts, tegenover en tussen<strong><br>-</strong> <strong>de plaats van objecten tov zichzelf beschrijven en omgekeerd mbv meetkundige begrippen (v)</strong><br>- eenvoudige plattegronden lezen<br>- moeilijke bouwwerken na bouwen<strong><br>- de figuren cirkel, vierkant, rechthoek, driehoek en verschillen hier tussen benoemen (v)<br></strong>- benoemen van de kleuren paars, roze, oranje, bruin en grijs<br>- voorwerpen sorteren op minimaal 2 kenmerken (logiblocks: zoek alle rode vierkante, alle dikke driehoeken)<br>- een vouwwerk navouwen dat wordt aangegeven met een vouwreeks van slechts enkele stappen<br>-<strong> meetkundige figuren namaken (v)<br><br></strong><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-12-03 11:09:35 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927117821</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Groep 5</title>
         <author>fhuisman</author>
         <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927118082</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Getallen en getalrelaties: </strong><br>- de waarde van een cijfers in driecijferige getallen bepalen. (<br>- plaatsen van getallen op de getallenlijn tot en met 2000.<br>getallen tot 1000 splitsen in D, H, T, E<br>- getallen tot 1000 aanvullen<br>- getallen tot 1000 uitspreken&nbsp; en kunnen noteren in cijfers.<br>- verder- en terugtellen met sprongen van 1,2,5,10,25 en 50&nbsp;<br>op de getallenlijn tot 1000.<br>voorbeeld: Bijvoorbeeld</div><div><br></div><div><strong>Optellen en aftrekken:<br></strong>- optellen en aftrekken in het getallengebied tot 1000, met overschrijding van het tiental.&nbsp;<br>- optellen en aftrekken tot 1000 waarbij de informatie vanuit een verhaalsom komt.<br>- optellen en aftrekken in diverse contexten toepassen; eraf halen, aanvullen, verschil tussen.&nbsp;<br>- Schattend optellen en aftrekken tot 1000.<br>- kolomsgewijs optellen en aftrekken met behulp van DHTE-schema.&nbsp;<br>- optellen en aftrekken tot 1000 met behulp van een lege getallenlijn.&nbsp;</div><div><strong><br>Vermenigvuldigen en delen: </strong><br>- tafel van 6,8,9,7 uit het hoofd kennen.<br>- delen is een omgekeerde vermenigvuldiging<br>- een vermenigvuldiging om kunnen zetten in een deling<br>- een keer som&nbsp; en deelsom kunnen maken in het getal gebied van 1000.<br>-weten wat rest betekend bij een keer som . <br>- schattend vermenigvuldigen en delen tot tenminste 1000.<br>- &nbsp; vermenigvuldigen en delen met informatie uit een verhaal.<br>- schattend vermenigvuldigen met eenvoudige komma getallen. 4x24,95 is ongeveer 4x25.<br><br><strong>Breuken:</strong><br>- een strook/cirkel in delen kunnen knippen.<br>- begrip van de onderlinge relatie bij het verdelen van tweeën, drieën, vieren, vijven en zessen. <br>- weten wat een kwart is en hiermee rekenen. <br><br><strong>Meetkunde en oriënteren:<br></strong>- met behulp van een plattegrond een route beschrijven.<br>- uitkunnenleggen wat iemand wel en niet ziet vanuit een bepaald standpunt<br>- bouwplaat ontwerpen zoals bijv. een doosje. <br>- weten wat symmetrie is.<br>- de spiegel as kunnen aangeven. <br>- de figuren driehoek, vierkant, rechthoek kunnen tekenen<strong>. <br><br>Lengte, omtrek en oppervlakte: <br>-</strong> meten met een liniaal en liniaal aflezen.<strong><br></strong>- de volgende maten kennen.&nbsp;</div><ul><li>millimeter.</li><li>centimeter.</li><li>decimeter.</li><li>meter.</li><li>kilometer.</li></ul><div>- cm omzetten in mm.<br>- km omzetten in cm.<br>- omtrek en oppervlakte betekenis kunnen geven.<br>- omtrek kunnen berekenen als lengte maten gegeven zijn.&nbsp;</div><div><br><strong>Inhoud: </strong><br>- het kennen van de volgende standaardmaten:</div><ul><li>milliliter</li><li>centiliter</li><li>deciliter</li><li>liter</li></ul><div>- inhoud aflezen van een maatbeker.<br>- afbeeldingen kunnen koppelen aan standaardmaten.&nbsp;<br>- verhoudingen onderling kennen.&nbsp;</div><div><br><strong>Gewicht: </strong><br>de volgende termen kennen.</div><ul><li>gram.</li><li>hectogram.</li><li>kilogram.</li><li>pond .</li></ul><div>- een kilo = 1000 gram.<br>- een pond = halve kilo = 500 gram.<br>- schatten wat iets weegt.<br>- kunnen wegen in grammen nauwkeurig.&nbsp;<br><br></div><div><strong>Tijd:&nbsp;</strong></div><div>- digitaal en analoog klokkijken tot op de minuut nauwkeurig.<br>- omrekenen van minuten naar uren en omgekeerd.<br>- digitale tijdsaanduiding omzetten naar analoog en omgekeerd<br>- kan de gegevens van een kalender toepassen<br>- een tijdsduur bepalen&nbsp;<br><br>Geld: &nbsp;<br>- kan gepast betalen&nbsp;<br>- kan wisselgeld berekenen<br>- kan munten en biljetten inwisselen tegen andere munten en biljetten<br>- kan optellen en aftrekken met geldbedragen t/m 100<br>- weet wat en komma betekend in een geldbedrag<br>- kan geldbedragen uitspreken<br>- kan geldbedragen met komma vergelijken en ordenen.<br><br>tabellen en grafieken:&nbsp;<br>- staafgrafiek aflezen en uitleggen<br>- kan een eenvoudige beeldgrafiek aflezen en uitleggen<br>- kan zelf een eenvoudige grafiek maken met gegevens uit een tabel.&nbsp;<br>______________________________________________________________</div><div><br><br></div><div><br></div><div><br></div><div><em><br></em><br></div><div><strong><br></strong><br></div><div><br><br></div><div><br><br></div><div><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-12-03 11:09:48 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927118082</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Groep 6</title>
         <author>fhuisman</author>
         <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927118185</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Uit het boek leerlijnen: </strong><br><br><strong>Getalrelaties en getalbegrip:</strong><br>Ik ken de plaats van getallen op de getallenrij tot en met 100.000<br>Ik kan heen- en terugtellen met sprongen van 1,2,5,10,25 of 50 in het getallengebied tot 1000.000 <br>Ik kan getallen aanvullen tot een tiental, honderdtal of (tien) duizendtal<br>Ik kan getallen tussen twee andere getallen plaatsen op de getallenlijn tot 100.000<br><br><strong>Optellen en aftrekken:</strong><br>Ik kan vlot optellen en aftrekken met ronde hele getallen (340) onder de 10.000<br>Ik kan optellen en aftrekken in het getallengebied tot 10.000<br>Ik kan optellen en aftrekken tot 10.000 waarbij de informatie komt uit een verhaalsom. <br>Ik kan schattend optellen en aftrekken met sommen tot 10.000<br>Ik kan viercijferige getallen onder elkaar optellen en aftrekken met het DHTE schema.<br>Ik kan eenvoudige kommagetallen optellen en aftrekken bij geldbedragen met twee cijfers achter de komma.<br>Ik kan geldbedragen schattend optellen en aftrekken. <br><br><strong>Vermenigvuldigen en delen:</strong><br>Ik ken de tafels tot en met 10 uit mijn hoofd.<br>Ik kan keersommen maken in het getallengebied tot 1000.<br>Ik kan deelsommen maken in het getallengebied tot 1000.<br>Ik kan uitleggen wat rest betekent bij een deling die niet uitkomt op een heel getal.<br>Ik kan schattend vermenigvuldigen en delen tot ten minste 10.000<br>Ik kan kommagetallen met twee cijfers achter de komma vermenigvuldigen.<br>Ik kan kommagetallen schattend vermenigvuldigen.<br><br><strong>Hoofdrekenen: </strong><br>Ik kan optellingen en aftrekkingen onder de 100 uit mijn hoofd uitrekenen.<br>Ik kan optellen en aftrekken met getallen tot 1000.<br>Ik kan vermenigvuldigingen van een 1- cijferig getal met een meercijferig getal uit mijn hoofd uitrekenen.<br>Ik kan grotere delingen uit mijn hoofd uitrekenen. (600:4)<br><br><strong>Rekenmachine:</strong><br>Ik kan eenvoudige contextsommen uitrekenen met de rekenmachine. <br><br><strong>Breuken:</strong><br>Ik weet wat een teller, noemer en breukstreep is.<br>Ik kan een heel getal verdelen in gelijke stukken en ken de naam van elk stuk.<br>Ik kan een breuk aanvullen tot een heel getal.<br>Ik kan breuken berekenen als deel van een aantal of hoeveelheid.<br>Ik kan het resultaat van een verdeling benoemen met een breuk.<br>Ik kan rekenen met breuken als een maatgetal.<br>Ik kan breuken plaatsen op een getallenlijn en op volgorde zetten.<br>Ik begrijp breuken groter dan een hele en kan die plaatsen op een getallenlijn.<br>Ik kan vanuit een context eenvoudige berekeningen met breuken uitvoeren.<br><br><strong>Meetkunde/oriënteren:</strong><br>Ik kan op een plattegrond standpunt en richting aangeven.<br>Ik weet wat de legenda van een kaart is en kan deze gebruiken.<br>Ik kan routes tekenen op een kaart, rekening houdend met de schaal.<br>Ik kan een plattergrond of kaart lezen en rekenen met de schaal.<br>Ik weet wat staat tot betekent (1:00) en kan hier mee rekenen.<br>Ik ken de aanduidingen op een windroos (N NO O ZO Z ZW W NW).<br><br><strong>Meetkunde, opereren met vormen en figuren:</strong><br>Ik ken verschillende meetkundige vormen.<br>Ik kan aangeven hoe een vooraanzicht van een figuur er van bovenaf of van de zijkant uitziet.<br>Ik kan aangeven welk figuur van gegeven stukjes kan worden gemaakt.<br>Ik kan figuren omvormen en in gedachten bouwplaten reconstrueren.<br><br><strong>Lengte/omtrek:</strong><br>Ik weet hoe ik de lengte van voorwerpen kan schatten en berkenen.<br>Ik weet wat een hm is en kan deze omzetten naar meters en km.<br>Ik kan maten zoals km hm dam m dm cm mm naar elkaar omrekenen.<br>Ik kan lengte en omtrek meten met een liniaal.<br>Ik kan de omtrek van een vierkant of rechthoekig voorwerp uitrekenen.<br><br><strong>Oppervlakte:</strong><br>Ik weet wat vierkante cm betekent en hoe je dit opschrijft.<br>Ik weet wat een vierkante m is en hoe je dit opschrijft.<br>Ik weet wat een vierkante dm is en hoe je dit opschrijft.<br>Ik weet dat cm2 dm2 en m2 maten zijn om de oppervlakte aan te geven. <br><br><strong>Inhoud:</strong><br>Ik kan de juiste maat kiezen.<br>Ik ken binnen een context de begrippen M3 dm3 cm3 maat voor inhoud.<br>Ik kan maten (m3 dm3 en cm3) herleiden.<br>Ik ken de maten millimeter, centiliter, deciliter, liter.<br>Ik kan de inhoud aflezen bij een maatbeker.<br>Ik ken enkele voorbeelden uit de praktijk bij standaardmaten (zoals een melkpak is 1 liter).<br><br><strong>Gewicht:</strong><br>Ik kan wegen met een weegschaal.<br>Ik weet wat een gram en een kilogram is.<br>Ik kan kilogrammen omrekenen in gram en omgekeerd.<br>Ik weet dat een ton = 1000 kg.<br>Ik kan schatten hoe zwaar voorwerpen ongeveer zijn.<br><br><strong>Tijd:</strong><br>Ik kan klokkijken tot op minuten nauwkeurig (analoog en digitaal).<br>Ik kan digitale tijdsaanduidingen omzetten naar analoog en omgekeerd.<br>Ik kan herleidingen uitvoeren met tijdmaten (uur, kwartier, minuut en seconde).<br>Ik kan de gegevens van een kalender aflezen en gebruiken.<br>Ik kan tijdstip en tijdsduur bepalen.<br>Ik kan klokkijken en rekenen met 24 uurstijd.<br>Ik leer de digitale tijd met seconden lezen, berekenen en opschrijven. <br><br><strong>Geld:</strong><br>Ik kan het totaalbedrag bepalen van een aantal munten of biljetten.<br>Ik kan gepast betalen met munten en biljetten.<br>Ik kan aangeven welke munten men terug krijgt.<br>Ik kan bedragen schatten<br>Ik ken de regels voor het afronden van geldbedragen op hele euro's.<br>Ik kan rekenen met kommagetallen in geldnotaties.<br><br><strong>Tabellen en grafieken</strong><br>Ik weet wat een verhoudingstabel is en kan er mee rekenen.<br>Ik weet wat een lijngrafiek en een staafgrafiek is en kan deze aflezen.<br>Ik kan een eenvoudige staafdiagram maken op basis van gegevens.<br>Ik weet wat een cirkeldiagram is en hoe ik deze moet aflezen.<br>Ik kan informatie uit veel voorkomende tabellen aflezen, zoals een dienstregeling en lesrooster.<br>Ik kan een eenvoudige legenda gebruiken.<br>Ik weet wat "staat tot" betekent (1:100) en kan hier mee rekenen. <br><br> <br><br><strong>Betekenis van getallen</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Tellen tot 10 000 met behulp van een structuur</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Getallen tot 10 000 tussen duizendtallen en honderdtallen op de getallenlijn plaatsen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Getallen tot 10 000 afronden</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Getallen tot 100 000 ongeveer op de getallenlijn plaatsen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; De waarde van een cijfer in een getal tot 100 000<br><br></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Getallen tot 10 000 maken en splitsen<br><br></div><div><strong>Optellen en aftrekken</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Sommen als 643 + 288 en 643 – 288 uitrekenen op de getallenlijn of in sommentaal</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Optellen en aftrekken tot 2000</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Sommen als 7002 – 6998 uitrekenen door aanvullen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Sommen als 5645 + 267 en 5645 – 1267 uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Sommen als 643 + 288 en 643 – 288 uitrekenen op de getallenlijn of in sommentaal</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Cijferend optellen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Cijferend optellen met een 0 in het antwoord<br><br></div><div><strong>Vermenigvuldigen</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een som als 4 x 26 uitrekenen vanuit een context</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een som als 15 x 99 of 12 x 45 handig uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een som als 6 x 48 splitsend onder elkaar uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een som als 6 x 326 splitsend onder elkaar uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een som als 5 x 876 uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Vermenigvuldigen met tientallen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een som als 6 x 32 uitrekenen door te splitsen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een som als 6 x 49 of 6 x 45 handig uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Vermenigvuldigen met tientallen, honderdtallen en duizendtallen<br><br></div><div><strong>Geld</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Grotere bedragen tellen en betalen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Bedragen tot 10 euro betalen en uitrekenen hoeveel je terugkrijgt</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een groot bedrag betalen en uitrekenen hoeveel je terugkrijgt<br><br></div><div><strong>Tijd</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Minuten op een klok met wijzers</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Minuten op een digitale klok</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Kloktijden bij elkaar zoeken</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Kalenders en agenda’s aflezen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Uitrekenen hoelang iets precies duurt – &nbsp; 1 minuut<br><br></div><div><strong>Delen</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Sommen als 120 : 10 en 150 : 3 in een context uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Deelsommen als 65 : 5 in een context uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Deelsommen als 372 : 6 uitrekenen door te splitsen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Deelsommen als 744 : 6 onder elkaar uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Deelsommen met rest, zoals 861 : 6, uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Deelsommen als 2635 : 31 uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Deelsommen met rest uitrekenen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Grote getallen delen door 10</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Deelsommen als 52 : 4 uitrekenen, bijvoorbeeld door te splitsen<br><br></div><div><strong>Lengte en omtrek</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; De betekenis van omtrek</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Lengtematen omzetten – m, dm, cm en mm</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Kilometers in meters omzetten en andersom</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; De omtrek van rechthoeken berekenen met een formule</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Lengtematen omzetten – m, dm, cm en mm</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Lengtematen met kommagetallen omzetten<br><br></div><div><strong>Oppervlakte en inhoud</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een maatbeker aflezen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Alle litermaten in elkaar omzetten</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Oppervlakte bepalen met een roostervierkantje</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Alle litermaten in elkaar omzetten</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; De oppervlakte van rechthoeken met de formule berekenen<br><br></div><div><strong>Verhoudingsproblemen</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; De onderste rij van een verhoudingstabel invullen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een verhoudingstabel afmaken</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Zelf een verhoudingstabel maken</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Verhoudingentaal gebruiken</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Oppervlaktes berekenen met behulp van hokjes<br><br></div><div><strong>Schattend rekenen</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Schattend optellen en aftrekken met kommagetallen in een context</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Schattend vermenigvuldigen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Schatten in verschillende situaties</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Grote getallen schattend optellen of aftrekken</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Grote deelsommen schattend oplossen<br><br></div><div><strong>Grafieken, diagrammen, tabellen en patronen</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Informatie uit een rooster, dienstregeling of tabel aflezen en toepassen</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een lijngrafiek aflezen<br><br></div><div><strong>Betekenis van breuken en procenten</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een deel van een geheel bepalen met een strook of cirkel</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Een totaal berekenen op basis van een deel<br><br></div><div><strong>Breuken vereenvoudigen en vergelijken</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Makkelijke breuken vergelijken met behulp van een strook</div><div><br></div><div><strong>Gewicht en temperatuur</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; 1 kg = 1000 g<br><br></div><div><strong>&nbsp;</strong>O<strong>ppervlakte en inhoud</strong></div><div><strong>Verhoudingsproblemen</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; De echte lengte van iets berekenen met een schaallijn</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Schattend rekenen</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Schattend optellen en aftrekken tot 1000</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Schattend vermenigvuldigen met kommagetallen in een context</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Grote getallen schattend optellen of aftrekken</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Grote(re) vermenigvuldigingen schattend oplossen<br><br></div><div><strong>(Rekenen met) kommagetallen</strong></div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Kommagetallen aftrekken in een geldcontext</div><div>-&nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; &nbsp; Meerdere kommagetallen optellen<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-12-03 11:09:53 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927118185</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Groep 7</title>
         <author>fhuisman</author>
         <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927118268</link>
         <description><![CDATA[<div><strong><em>Uit het boek leerlijnen:</em></strong><br><strong>Getalrelaties en getalbegrip</strong><br>- lk kan getallen in spreektaal omzetten naar getallen met cijfers (ook miljoen)<br>- lk kan duizendtallen, honderdtallen. tientallen en eenheden onderscheiden in cijfers.</div><div>- lk kan hele getallen, kommagetallen en breuken plaatsen op de getallenlijn.<br>- lk kan verder en terugtellen met eenheden en sprongen van o.a. 10, 100, 250, 0,1 en 0,01.<br>- lk kan hoeveelheden opnieuw groeperen.&nbsp;<br>200 = 1 % x 50.</div><div>- lk kan hele getallen afronden op ronde getallen.<br>- lk kan kommagetallen afronden.<br>- lk weet wat het gemiddelde betekent.<br>- Ik kan het gemiddelde van een aantal getallen berekenen.<br><br></div><div><strong>Optellen en aftrekken</strong><br>- lk kan vlot optellen en aftrekken met ronde hele getallen (44.000-12.0001 onder de 100.000.<br>- lk kan optellen en aftrekken in het getallengebied tot 100.000.<br>- Ik kan optellen en aftrekken tot 10.000 waarbij de informatie komt uit een verhaalsom.<br>- Ik kan schattend optellen en aftrekken bij sommen tot 100.000.</div><div>- lk kan eenvoudige kommagetallen uit mijn hoofd optellen, aftrekken en splitsen.<br>- lk kan kommagetallen, ook met ongelijk aantal decimalen, optellen en aftrekken.<br>- lk kan kommagetallen schattend optellen en aftrekken.<br>- lk kan nagaan of de werkelijke uitkomst groter of kleiner is dan een met afgeronde getallen gemaakte schatting.<br>- lk kan een globale berekening uitvoeren om de orde van grootte van de uitkomst aan te geven.<br><br><strong>Vermenigvuldigen en delen</strong><br>- Ik ken de tafels tot en met 10 uit mijn hoofd.<br>- lk kan vermenigvuldigen en delen met getallen groter dan tien (13 x 57/ 156l12).<br>- lk kan keersommen maken in het getallengebied tot ten minste 10.000.<br>- lk kan deelsommen maken in het getallengebied tot ten minste 10.000.<br>- lk kan kommagetallen vermenigvuldigen en delen.<br>- lk kan kommagetallen schattend vermenigvuldigen.<br>- lk kan schattend vermenigvuldigen en delen tot ten minste 10.000.<br>- lk kan nagaan of de werkelijke uitkomst groter of kleiner is dan de met de afgeronde getallen gemaakte schatting.<br>- lk kan een globale berekening uitvoeren om aan te geven wat de uitkomst ongeveer wordt.</div><div>- lk kan delen met rest, waarbij ik kan uitleggen wat de rest is.<br>- Ik kan vermenigvuldigen en delen met hele getallen en met kommagetallen.<br>- lk kan delingen uit de tafels tot en met 10 uit mijn hoofd uitrekenen.<br><br></div><div><strong>Hoofdrekenen</strong><br>- lk kan optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met hele getallen en kommagetallen (zonder uitrekenpapier).<br><br></div><div><strong>Rekenmachine</strong><br>- lk kan eenvoudige contextsommen uitrekenen met de rekenmachine.&nbsp;<br>- lk kan antwoorden op de rekenmachine controleren.<br>- lk weet wanneer ik een rekenmachine moet gebruiken of wanneer ik het zelf kan uitrekenen, ik kan een goede keuze maken.<br><br></div><div><strong>Breuken</strong><br>- lk kan breuken vereenvoudigen en gelijknamig maken.<br>- lk kan breuken vergelijken en koppelen aan hoeveelheden.</div><div>- lk kan ongelijknamige breuken optellen en aftrekken.<br>- lk kan ongelijknamige breuken en gemengde getallen optellen en aftrekken.<br>- lk kan breuken vermenigvuldigen met een heel getal en omgekeerd.<br>- lk kan breuken delen door een heel getal en omgekeerd.<br>- lk kan breuken vermenigvuldigen met breuken.<br>- lk kan eenvoudige breuken omzetten in kommagetallen (1/2=0,5).<br>- lk begrijp wat breuken, kommagetallen en procenten met elkaar te maken hebben.<br><br></div><div><strong>Procenten</strong><br>- lk kan breuken omzetten in procenten en omgekeerd.</div><div>- lk kan procenten omzetten in kommagetallen en omgekeerd.<br>- lk kan verhoudingen omzetten in breuken en omgekeerd.<br>- lk weet dat 1 op de 4 hetzelfde is als 25% of als 'een kwart van'.<br>- lk kan rekenen met eenvoudige percentages zoals 10%, 50%.</div><div>- lk kan aangeven in procenten hoe groot een bepaald deel in vergelijk is met het geheel.<br>- lk kan verhaaltjessommen maken met daarin berekeningen over procenten.<br>- lk weet wat een percentage boven de 100% betekent en kan hier mee rekenen.<br>- lk kan eenvoudige verhoudingen met elkaar vergelijken, zoals 1 op de 3, is dat meer of minder dan de helft?<br><br></div><div><strong>Combinatie van berekeningen</strong><br>- Ik kan een eenvoudige verhaaltjessom vertalen naar een berekening.<br>- lk kan een ingewikkelder verhaaltjessom vertalen naar een berekening.<br><br></div><div><strong>Meetkunde, oriënteren</strong><br>- lk kan aangeven wat je vanuit een bepaald standpunt ziet.<br>- Ik kan ruimtelijk redeneren, bijvoorbeeld door op een bouwplaat aan te geven welk cijfer op een bepaalde plaats van de dobbelsteen komt te staan.</div><div>- Ik kan aangeven hoe een vooraanzicht er van bovenaf of van de zijkant uitziet&nbsp;<br>- lk herken symmetrie en spiegelbeeld van een figuur<br>- lk weet wat een legenda is en kan deze op een goede manier uitleggen.<br><br></div><div><strong>Meetkunde, construeren</strong><br>- lk ken verschillende meetkundige vormen, zoals een driehoek, kubus en pyramide.<br>- Ik weet wat horizontaal, verticaal en diagonaal betekent.<br><br></div><div><strong>Lengte en omtrek</strong><br>- lk kan meetinstrumenten zoals een liniaal of meetlint gebruiken en aflezen.<br>- Ik kan de lengte of omtrek inschatten op basis van referentiematen (vergelijkende maten uit een echte situatie).<br>- Ik kan de omtrek van rechthoekige figuren berekenen.<br>- lk kan maten zoals kilometer, hectometer, decameter, meter, decimeter, centimeter en millimeter naar elkaar omrekenen.<br><br></div><div><strong>Oppervlakte</strong><br>- lk weet wat een vierkante centimeter, meter en decimeter is en kan hier mee rekenen.<br>- lk kan de oppervlakte inschatten op basis van vergelijkende maten uit een echte situatie.<br>- Ik kan de oppervlakte uitrekenen van een rechthoek.<br>- lk kan precies en schattend de oppervlakte uitrekenen van figuren.<br>- lk kan maten zoals km <sup>2 </sup>, hm <sup>2</sup>, dam <sup>2 </sup>, m<sup>2, </sup>dm <sup>2</sup>, cm <sup>2 </sup>en mm <sup>2 </sup>naar elkaar omrekenen.<br>- lk weet wat een vierkante kilometer, een are en een hectare is en kan hier mee rekenen.<br><br></div><div><strong>Inhoud</strong><br>- lk kan meetinstrumenten gebruiken en aflezen om de inhoud te bepalen<br>- lk kan de inhoud uitrekenen mbv de formule lengte x breedte x hoogte<br>- lk weet wat inhoud en liter met elkaar te maken hebben.</div><div>- lk kan de maten milliliter, centiliter, deciliter, liter omrekenen.<br>- lk weet dat 1 dm <sup>3 </sup>= 1 liter = 1000 ml.<br>- lk ken de maten m <sup>3</sup>, dm <sup>3</sup>, cm<sup>3 </sup>, kan hier berekeningen mee uitvoeren en ze herleiden. <br><br><strong>Gewicht<br></strong>- Ik kan kilogram omrekenen in gram en omgekeerd.<br>- Ik begrijp wat een gewichtsmaat met een komma betekent (zoals 0,423 gram).<br>- Ik weet dat een ton = 1000kg en ik kan hier mee rekenen.<br><br><strong>Tijd en snelheid<br></strong>- Ik kan klokkijken tot op minuten en seconden nauwkeurig (analoog en digitaal).<br>- Ik kan digitale tijdaanduidingen omzetten in analoge tijdsaanduidingen en omgekeerd.<br>- Ik kan tijdstip en tijdsduur bepalen.<br>- lk kan een tijdsduur in minuten omrekenen naar het seconden.&nbsp;<br>- lk kan eeuwen en jaartallen plaatsen in een tijdbalk en aflezen.</div><div>- lk weet wat een kwartaal, schrikkeljaar. tijdzones en zomer- en wintertijd zijn. &nbsp;<br>- lk weet dat snelheid wordt aangegeven in kilometer per uur (km/u).</div><div>- lk kan uitrekenen hoelang het duurt om ergens te komen bij een gegeven snelheid en afstand.</div><div><br><strong>Geld</strong></div><div>- lk kan rekenen met kommagetallen met geld.<br>- lk kan het totaalbedrag bepalen van een aantal munten of biljetten.<br>- lk kan gepast betalen met munten en biljetten.</div><div>- Ik kan aangeven welke munten je terugkrijgt bij betaling van een groter bedrag.&nbsp;<br>- lk kan bedragen schatten.<br>- lk ken de regels voor het afronden van geldbedragen op hele euro's.</div><div><br><strong>Tabellen en grafieken</strong><br>- lk kan beoordelen of een gegeven verhouding overeenkomt met gegevens in een grafiek.</div><div>- Ik kan gegevens vergelijken met behulp van verhoudingstabellen.</div><div>- lk kan een eenvoudige staafdiagram maken op basis van gegevens.<br>- Ik weet wat een lijngrafiek en een staafgrafiek is en kan deze aflezen.<br>- Ik weet wat een cirkeldiagram is en hoe ik deze moet aflezen.<br>- lk kan informatie uit veel voorkomende tabellen aflezen, zoals een dienstregeling en lesroosteL</div><div>- Ik kan een eenvoudige legenda gebruiken.<br>- Ik weet wat 'staat tot' betekent (1:100) en kan hier mee rekenen.<br>- lk kan beschrijvingen met verhoudingsgetallen (uit een tabel) omzetten in een breuk of in procenten en omgekeerd.</div><div>- lk kan eenvoudige tabellen en diagrammen opstellen op basis van een beschrijving in woorden.<br>- lk kan een globale grafiek tekenen op basis van een beschrijving in woorden (bijvoorbeeld tijd-afstand grafiek).</div><div><strong><br></strong><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2021-12-03 11:09:58 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1927118268</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Groep 4 - Leerlijnen</title>
         <author>fhuisman</author>
         <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1999836001</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Rekenen groep 4</strong></div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Getallen en getalrelaties</strong></div><div>o &nbsp; Ik kan de waarde van cijfers in getallen bepalen (4 bij 45 is 40).</div><div>o &nbsp; Ik kan getallen tot ten minste 100 goed schrijven.</div><div>o &nbsp; Ik kan getallen plaatsen op de getallenlijn t/m 100.</div><div>o &nbsp; Ik kan verder en terugtellen met sprongen van 1,2,5,10 en 15.</div><div>o &nbsp; Ik kan uitleggen hoe de structuur van tientallen en eenheden werkt bij getallen.</div><div>o &nbsp; Ik kan structurerend tellen en samenstellen, gebruik maken van bijv. 2,5, 10, 25 of 100.</div><div>o &nbsp; Ik kan hoeveelheden verdelen in delen die al dan niet gelijk zijn (120 betalen met briefjes van 10).</div><div>o &nbsp; Ik kan getallen en hoeveelheden vergelijken en ordenen.</div><div>o &nbsp; Ik weet wat groter dan en kleiner dan betekent en ken de tekens hiervoor.</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Optellen en aftrekken</strong></div><div>o &nbsp; Ik begrijp wat optellen, erbij, vermeerderen en samenvoegen betekent.</div><div>o &nbsp; Ik begrijp wat aftrekken, eraf, verminderen en verschilbepalen betekent.</div><div>o &nbsp; Ik kan optellen en aftrekken in het getallengebied tot 100 (ook met overschrijding van het tiental).</div><div>o &nbsp; Ik kan optelsommen, minsommen en splitsingen tot 20 vlot uit mijn hoofd uitrekenen.</div><div>o &nbsp; Ik kan optellen en aftrekken tot ten minste 100 mbv de informatie uit een verhaaltjessom.&nbsp;</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Vermenigvuldigen en delen</strong></div><div>o &nbsp; Ik begrijp wat vermenigvuldigen is en kan dit uitleggen aan de hand van concrete situaties.</div><div>o &nbsp; Ik ken de begrippen vermenigvuldigen, keer, maal en ken het teken (x) dat hierbij hoort.</div><div>o &nbsp; Ik ken de begrippen delen, gedeeld door, en het deelteken/ of : .</div><div>o &nbsp; Ik begrijp wat delen is en kan dit uitleggen aan de hand van concrete situaties.</div><div>o &nbsp; Ik kan verdubbelen en begrijp wat dit met vermenigvuldigen te maken heeft.</div><div>o &nbsp; Ik kan halveren en begrijp wat dit met delen te maken heeft.</div><div>o &nbsp; Ik kan hoeveelheden verdelen, met of zonder rest.&nbsp;</div><div>o &nbsp; Ik kan hoeveelheid splitsen in groepen, soms met afronden.</div><div>o &nbsp; Ik kan eenvoudige keersommen maken.</div><div>o &nbsp; Ik kan eenvoudige deelsommen maken.</div><div>o &nbsp; Ik ken de tafel van 2 uit mijn hoofd.</div><div>o &nbsp; Ik ken de tafel van 5 uit mijn hoofd.</div><div>o &nbsp; Ik ken de tafel van 10 uit mijn hoofd.</div><div>o &nbsp; Ik ken de tafel van 3 uit mijn hoofd.</div><div>o &nbsp; Ik ken de tafel van 4 uit mijn hoofd.</div><div>o &nbsp; Ik kan eenvoudige deelsommen en keersommen oplossen waarbij de informatie uit een verhaaltje komt.&nbsp;</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Meetkunde, oriënteren</strong></div><div>o &nbsp; Ik kan een eenvoudige route beschrijven aan de hand van een plattegrond.</div><div>o &nbsp; Ik kan uitleggen wat iemand wel en niet ziet vanaf een bepaald standpunt.</div><div>o &nbsp; Ik kan een eenvoudige route beschrijven waarbij ik begrippen als links, rechts, vooruit, rechtdoor gebruik.</div><div>o &nbsp; Ik kan aangeven hoe een getekend gebouw er van bovenaf uitziet.&nbsp;</div><div>o &nbsp; Ik kan aangeven hoe je iets vanaf een bepaalde plaats ziet.</div><div>o &nbsp; Ik kan tegelpatronen maken.</div><div>o &nbsp; Ik kan een bouwplaat herkennen van een kubus, balk en piramide.</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Lengte, omtrek, oppervlakte</strong></div><div>o &nbsp; Ik kan het meetresultaat van een meting met een liniaal aflezen.</div><div>o &nbsp; Ik weet van een meter is en kan hiermee meten.</div><div>o &nbsp; Ik weet wat een centimeter is en kan deze meten.</div><div>o &nbsp; Ik weet wat een meter en centimeter met elkaar te maken hebben.</div><div>o &nbsp; Ik kan lengtes schatten en vergelijken.</div><div>o &nbsp; Ik kan meetresultaten afronden.&nbsp;</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Inhoud</strong></div><div>o &nbsp; Ik ken het begrip ‘inhoud’ en kan uitleggen wat dit betekent.</div><div>o &nbsp; Ik kan uitleggen wanneer er sprake is van inhoud.</div><div>o &nbsp; Ik weet wat inhoud en gewicht met elkaar te maken hebben.&nbsp;</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Gewicht</strong></div><div>o &nbsp; Ik weet wat een kilogram is.</div><div>o &nbsp; Ik kan voorwerpen wegen in kilo’s.</div><div>o &nbsp; Ik kan gewichten schatten.</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Tijd</strong></div><div>o &nbsp; Ik kan klokkijken tot op de minuut nauwkeurig (digitaal en analoog).</div><div>o &nbsp; Ik kan eenvoudige tijdsbeperkingen uitvoeren (hoe laat is het over een uur).</div><div>o &nbsp; Ik kan aangeven hoe lang iets duurt (tijdsbeleving).</div><div>o &nbsp; Ik weet wat een maand, week, dag en uur met elkaar te maken hebben.</div><div>o &nbsp; Ik weet hoe de jaarkalender en de maandkalender werken.</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Geld</strong></div><div>o &nbsp; Ik kan gepast betalen met munten en biljetten (van 5,10,20,50 en 100).</div><div>o &nbsp; Ik kan aangeven welke munten met terugkrijgt.</div><div>o &nbsp; Ik kan munten en biljetten inwisselen tegen andere munten en biljetten.</div><div>o &nbsp; Ik kan optellen en aftrekken van geldbedragen t/m 100.&nbsp;</div><div><strong>&nbsp;</strong></div><div><strong>Tabellen en grafieken</strong></div><div>o &nbsp; Ik kan een eenvoudige tafel lezen en invullen.</div><div>o &nbsp; Ik kan een staafgrafiek aflezen en maken.</div><div>o &nbsp; Ik kan eenvoudige beeldgrafiek aflezen en uitleggem.&nbsp;<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2022-01-19 08:19:35 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/1999836001</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Groep 3 - Leerlijnen</title>
         <author>fhuisman</author>
         <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/2085715229</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Getalrelaties en getalbegrip<br></strong>o &nbsp; Ik kan de waarde van cijfers in getallen bepalen ( 1 bij 15 is 10 )</div><div>o &nbsp; Ik kan getallen ordenen, ook buurgetallen</div><div>o &nbsp; Ik kan aantallen turven</div><div>o &nbsp; Ik ken de vijf- en tienstructuur.</div><div>o &nbsp; Ik kan niet zichtbare hoeveelheden tellen op een plaatje, waar een deel is afgedekt.</div><div>o &nbsp; Ik kan de telrij tot 100 vlot opzeggen.</div><div>o &nbsp; Ik ken de getallen en de telrij t/m 20.</div><div>o &nbsp; Ik kan de getallen plaatsen op de getallenlijn t/m 20.</div><div>o &nbsp; Ik kan vijftallen en tientallen plaatsen op de getallenlijn t/m 100.</div><div>o &nbsp; Ik kan getallen t/m 20 splitsen, verdubbelen en halveren.</div><div>o &nbsp; Ik kan verder en terugtellen met sprongen van 1, 2, 5 en 10.</div><div>o &nbsp; Ik ken de even- en oneven getallen.</div><div>o &nbsp; Ik kan hoeveelheden verdelen in gelijke delen.<br><br></div><div><strong>Optellen en aftrekken<br></strong>o &nbsp; Ik weet wat de tekens +,- en = betekenen.</div><div>o &nbsp; Ik kan getallen t/m 10 splitsen.</div><div>o &nbsp; Ik kan getallen splitsen in tientallen en eenheden.</div><div>o &nbsp; Ik kan splitsingen opschrijven als optelsom</div><div>o &nbsp; Ik kan optellen en aftrekken in het getallengebied t/m 20, met overschrijding van het tiental.</div><div>o &nbsp; Ik kan aanvullen t/m 20.</div><div>o &nbsp; Ik kan herhaald optellen.</div><div>o &nbsp; Ik kan optel- en aftreksommen uit een verhaaltjessom halen.</div><div>o &nbsp; Ik weet wat optellen en aftrekken met elkaar te maken hebben.</div><div>o &nbsp; Ik kan optelsommen, minsommen en splitsingen tot 10 vlot uit mijn hoofd uitrekenen.<br><br></div><div><strong>Vermenigvuldigen en delen<br></strong>o &nbsp; Ik kan tellen met vaste groepjes.</div><div>o &nbsp; Ik kan verdubbelen en tellen met sprongen.</div><div>o &nbsp; Ik kan een hoeveelheid halveren.</div><div>o &nbsp; Ik kan een hoeveelheid splitsen in groepen.<br><br></div><div><strong>Meetkunde, orienteren<br></strong>o &nbsp; Ik ken ruimtelijke begrippen als voor, achter, links en rechts.</div><div>o &nbsp; Ik ken meetkundige vormen zoals driehoek, vierkant, rechthoek, cirkel, balk en kubus.</div><div>o &nbsp; Ik kan uitleggen hoe een voorwerp eruit ziet vanaf een ander standpunt.</div><div>o &nbsp; Ik kan een route volgen aan de hand van een eenvoudige plattegrond.</div><div>o &nbsp; Ik kan een eenvoudige route beschrijven vanuit mijn eigen standpunt.</div><div>o &nbsp; Ik kan een eenvoudige route beschrijven aan de hand van een plattegrond.</div><div>o &nbsp; Ik kan uitleggen wat een kaart en de werkelijke situatie met elkaar te maken hebben.<br><br></div><div><strong>Meetkunde, construeren<br></strong>o &nbsp; Ik kan een blokkenbouwsel nabouwen, beschrijven en omzetten in plattegronden.</div><div>o &nbsp; Ik kan het aantal blokjes van een bouwwerk bepalen.</div><div>o &nbsp; Ik kan het aantal stukjes van een puzzel bepalen die gelegd is.<br><br></div><div><strong>Lengte, omtrek, oppervlakte<br></strong>o &nbsp; Ik kan de lengte van een bouwwerk bepalen als een deel van de lengte gegeven wordt.</div><div>o &nbsp; Ik kan de lengte meten met natuurlijke maten.</div><div>o &nbsp; Ik kan lengtes met elkaar vergelijken.</div><div>o &nbsp; Ik kan de oppervlakte meten met een natuurlijke maat.<br><br></div><div><strong>Inhoud<br></strong>o &nbsp; Ik kan een hoeveelheid gelijk verdelen.</div><div>o &nbsp; Ik ken het begrip “inhoud” en kan uitleggen wat dit betekent.</div><div>o &nbsp; Ik kan uitleggen wanneer er sprake is van inhoud.<br><br></div><div><strong>Gewicht<br></strong>o &nbsp; Ik kan wegen met een balansweegschaal.</div><div>o &nbsp; Ik kan weegresultaten met elkaar vergelijken.</div><div>o &nbsp; Ik begrijp dat het gewicht van een voorwerp niet altijd wat te maken heeft met hoe groot het is.<br>&nbsp;<br><strong>Tijd<br></strong>o &nbsp; Ik weet wat een wijzerklok en wat een digitale klok is.</div><div>o &nbsp; Ik kan klokkijken met hele uren op een analoge en digitale klok.</div><div>o &nbsp; Ik kan klokkijken met halve uren op een analoge en digitale klok.</div><div>o &nbsp; Ik ken de namen van de dagen.</div><div>o &nbsp; Ik weet wat een kalender is.</div><div>o &nbsp; Ik weet wat het dagritme met de kloktijden te maken heeft.</div><div>o &nbsp; Ik weet hoe lang iets duurt. ( tijdsbeleving )<br><br></div><div><strong>Geld<br></strong>o &nbsp; Ik ken de munten van 1 en 2 euro.</div><div>o &nbsp; Ik ken de biljetten 5, 10 en 20 euro.</div><div>o &nbsp; Ik kan optellen met geldbedragen tot 20 euro.</div><div>o &nbsp; Ik kan bedragen t/m 10 euro op verschillende manieren betalen met munten en biljetten.</div><div>o &nbsp; Ik weet wat je met geld kan kopen en hoe je aan geld komt.<br><br></div><div><strong>Verbanden<br></strong>o &nbsp; Ik kan een eenvoudig beelddiagram aflezen.</div><div>o &nbsp; Ik kan een eenvoudig staafdiagram aflezen.</div><div>o &nbsp; Ik kan het patroon in een eenvoudige reeks figuren ontdekken en voortzetten.<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2022-03-09 09:35:28 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/2085715229</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Groep 8 leerlijn</title>
         <author></author>
         <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/2102055256</link>
         <description><![CDATA[<div>Getalrelaties en getalbegrip<br><br></div><div><br>&nbsp;-Ik kan getallen in spreektaal omzetten naar getallen met cijfers (ook miljard).<br>&nbsp;-Ik kan het gemiddelde van een aantal getallen berekenen.<br>&nbsp;-Ik kan de waarde van cijfers in hele getallen en kommagetallen bepalen.<br>&nbsp;-Ik kan verder en terugtellen op de getallenlijn met eenheden en sprongen van 10, 100, 250, 0,1 en 0,01.<br>&nbsp;-Ik kan hoeveelheden opnieuw groeperen, bijvoorbeeld 4x200 = 16 x 50.<br>&nbsp;-Ik kan hele getallen afronden op ronde getallen.<br>&nbsp;-Ik kan breuken en kommagetallen plaatsen op de getallenlijn.<br>&nbsp;- Ik kan een kommagetal afronden op een heel getal<br>&nbsp;- Ik ken het verschil tussen een cijfer (0t/m 9) en een getal<br>&nbsp;- Ik kan uitleggen wat de betekenis is van het getal 0 (in 0 of in 10 of 100).<br>&nbsp;<br>&nbsp;<br><br></div><div><br></div><div>Optellen en aftrekken<br>&nbsp;- Ik kan optellen en aftrekken met hele getallen en met hele getallen en met kommagetallen.<br>&nbsp;- Ik kan optellen en aftrekken toepassen in diverse contexten waarbij ik de informatie uit een verhaaltje haal.<br>&nbsp;- Ik kan kommagetallen tot 100 uit mijn hoofd optellen en aftrekken.<br>&nbsp;- Ik kan kommagetallen boven de 1000 optellen en aftrekken in complexere situaties.<br>&nbsp;- Ik kan bij een gemengd getal (bijvoorbeeld 2 1/2) uitleggen wat dit betekent en kan hiermee rekenen.<br>&nbsp;-Ik kan uitleggen wat de positie van cijfers achter de komma betekent voor de waarde van die cijfers.<br>&nbsp;-Ik weet dat je kommagetallen steeds verder kunt verfijnen (meer cijfers achter de komma) en kan uitleggen waarom dit zo is.<br><br></div><div>&nbsp;<br><br></div><div>Vermenigvuldigen en delen<br>&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan vermenigvuldigen en delen met hele getallen.<br>&nbsp;-Ik kan vermenigvuldigen en delen met hele getallen waarbij ik de informatie uit een verhaaltje haal.<br>&nbsp;-Ik kommagetallen vermenigvuldigen en delen.<br>&nbsp;-Ik kan kommagetallen afronden.<br>&nbsp;-Ik kan delen met rest, waarbij ik kan uitleggen wat rest is.<br>&nbsp;-Ik kan delingen uit de tafels tot en met 10 uit mijn hoofd rekenen.<br><br></div><div>Schatten<br>&nbsp;-Ik kan een schatting maken van een som.<br>&nbsp;-Ik kan nagaan of de werkelijke uitkomst groter of kleiner is dan de met de afgeronde getallen gemaakte schatting.<br>&nbsp;-Ik kan een globale berekening uitvoeren om uit te rekenen wat een uitkomst ongeveer wordt.<br><br></div><div>&nbsp;<br><br></div><div>Hoofdrekenen&nbsp;<br>&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met hele getallen en kommagetallen (zonder uitrekenpapier)&nbsp;<br>&nbsp;<br>&nbsp;Rekenmachine&nbsp;<br>&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan verhaaltjessommen&nbsp; uitrekenen met de rekenmachine.&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan antwoorden op de rekenmachine controleren.&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan verhoudingen en breuken met een rekenmachine omzetten in een (afgerond) kommagetal.&nbsp;<br>&nbsp;<br>&nbsp;Breuken&nbsp;<br>&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan breuken vereenvoudigen en gelijknamig maken.&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan breuken vergelijk en koppelen aan hoeveelheden&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan ongelijknamige breuken optellen en aftrekken.&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan breuken vermenigvuldigen met een heel getal en andersom.&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan een heel getal delen door een breuk of door een gemengd getal (10: 2½&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan breuken vermenigvuldigen met breuken.&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan uitleggen wat breuken zijn en hierover redeneren.&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan een breuk die is geschreven met een schuine streep (3/4) herkennen als een breuk<br>&nbsp;-Ik kan aangeven in procenten hoe groot een bepaald deel is in vergelijk met het geheel.<br>&nbsp;-Ik gebruik wat breuken, kommagetallen en procenten met elkaar te maken hebben.<br>&nbsp;-Ik kan moeilijke breuken omzetten in kommagetallen, eventueel met een rekenmachine<br>&nbsp;-Ik kan een breuk of gemengd getal delen door een breuk, vooral binnen een context (hoeveel pakjes van ¼ liter moet je kopen als je 1,5liter slagroom nodig hebt).<br><br></div><div>&nbsp;<br><br></div><div>Procenten<br>&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan breuken omzetten in procenten en omgekeerd.<br>&nbsp;-Ik begrijp dat je bij procenten niet zo maar mag optellen en aftrekken (10% erbij en 10% eraf).<br>&nbsp;-Ik weet wat een percentage boven de 100% betekend en kan hiermee rekenen.<br>&nbsp;-Ik kan verhaaltjessommen maken met daarin berekeningen over procenten.<br>&nbsp;-Ik kan eenvoudige verhoudingen met elkaar vergelijken, zoals 1 op de 3, is dat meer of minder dan de helft.<br>&nbsp;<br>&nbsp;Combinaties van berekeningen<br>&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan een eenvoudige verhaaltjessom vertalen naar een berekening.<br>&nbsp;-Ik kan verhaaltjessommen maken met daarin berekeningen over procenten.<br>&nbsp;-Ik kan een ingewikkelder verhaaltjessom (met hele getallen, breuken of kommagetallen) vertalen naar een berekening.<br>&nbsp;-Ik weet dat er procedures ( stappenplannen) zijn die altijd werken en kan uitleggen waarom dit zo is.<br><br></div><div>Meetkunde, oriënteren<br><br></div><div>-Ik kan aangeven wat je vanuit een bepaald standpunt ziet.<br>&nbsp;-Ik kan ruimtelijk redeneren, bijvoorbeeld door op een bouwplaat aan te geven welk cijfer op een bepaalde plaats van de dobbelsteen komt te staan.<br>&nbsp;-Ik kan aangeven hoe een vooraanzicht ervan bovenaf of van de zijkant uitziet.<br><br></div><div>Meetkunde, construeren<br>&nbsp;-Ik kan uitleggen wat symmetrische figuren zijn.<br>&nbsp;-Ik ken verschillende meetkundige vormen, zoals een driehoek, kubus en pyramide.<br>&nbsp;-Ik kan platte figuren en driedimensionale figuren spiegelen.<br>&nbsp;-Ik kan uitleggen wat het volgende figuur in een rij moet zijn.<br>&nbsp;<br>&nbsp;<br><br></div><div>Lengte en omtrek<br><br></div><div>-Ik ken verschillende meetinstrumenten zoals een liniaal of meetlint gebruiken en aflezen.<br>&nbsp;-Ik kan de lengte en de omtrek inschatten op basis van referentiematen (vergelijkende maten uit een echte situatie).<br>&nbsp;-Ik kan de omtrek van rechthoekige figuren berekenen.<br>&nbsp;-Ik kan de omtrek uitrekenen, ook van niet rechthoekige figuren (via globaal rekenen).<br>&nbsp;-Ik kan maten zoals kilometer, hectometer, decameter, meter, decimeter, centimeter, en millimeter naar elkaar omrekenen.<br>&nbsp;-Ik kan uitleggen waarom er een verschillende omtrek mogelijk is bij gelijkblijvende oppervlakte.<br><br></div><div>Oppervlakte<br>&nbsp;<br>&nbsp;-Ik weet wat een vierkante centimeter, meter en decimeter is en kan hiermee rekenen.<br>&nbsp;-Ik weet dat een vierkante meter geen vierkant hoeft te zijn.<br>&nbsp;-Ik kan precies en schattend de oppervlakte van figuren uitrekenen.<br>&nbsp;-Ik kan de oppervlakte inschatten op basis van vergelijkende maten uit een echte situatie.<br>&nbsp;-Ik kan maten zoals km2, hm2, dam2, m2, dm2, cm2, en mm2 naar elkaar omrekenen.<br>&nbsp;-Ik weet wat een vierkante kilometer, een are, en een hectare is en kan hier mee rekenen.<br>&nbsp;-Ik weet wat een vierkante kilometer, een are en een hectare is en kan hier mee rekenen.<br>&nbsp;-Ik kan de oppervlakte uitrekenen, ook van niet rechthoekige figuren (via globaal rekenen).<br>&nbsp;-Ik kan formules gebruiken bij het berekenen van oppervlakte en inhoud van eenvoudige figuren.<br>&nbsp;-Ik kan formules voor het berekenen van oppervlakte en inhoud uitleggen.<br><br></div><div>Inhoud<br>&nbsp;<br>&nbsp;- Ik kan meetinstrumenten gebruiken en aflezen om de inhoud te bepalen.<br>&nbsp;- Ik kan de inhoud uitrekenen met behulp van de formule lengte x breedte x hoogte.<br>&nbsp;- Ik weet wat inhoud en liter met elkaar te maken hebben.<br>&nbsp;- Ik ken de maten m3, dm3, cm3, kan hier berekenen mee uitvoeren en ze omrekenen.<br>&nbsp;- Ik weet dat 1dm3= 1 liter = 1000 ml.<br>&nbsp;- Ik weet dat 1m3 gelijk is aan 1000 liter.<br>&nbsp;<br>&nbsp;<br>&nbsp;<br>&nbsp;<br><br></div><div><br></div><div>Gewicht<br>&nbsp;<br>&nbsp;- Ik begrijp wat kg, gram en mg met elkaar te maken hebben in betekenisvolle situaties.<br>&nbsp;- Ik kan kilogram omrekenen in gram en omgekeerd.<br>&nbsp;- Ik weet wat een ton (1000 kg) is en kan hier mee rekenen.<br>&nbsp;<br>&nbsp;Tijd<br>&nbsp;<br>&nbsp;- Ik kan klokkijken tot op tien minuten en seconden nauwkeurig (analoog en digitaal).<br>&nbsp;- Ik kan herleidingen uitvoeren met tijdmaten (uur, kwartier, minuut, seconde).<br>&nbsp;- Ik kan eeuwen en jaartallen plaatsen in een tijdbalk en aflezen.<br>&nbsp;- Ik kan tijdstip en tijdsduur bepalen.<br>&nbsp;- Ik weet wat schrikkeljaar , tijdzones en zomer- en wintertijd zijn.<br>&nbsp;- Ik kan samengestelde eenheden gebruiken en uitleggen en uitleggen zoals kilometer per uur.<br><br></div><div>Geld<br>&nbsp;<br>&nbsp;-Ik kan rekenen met kommagetallen met geld.<br>&nbsp;-Ik kan het totaalbedrag bepalen van een aantal munten of biljetten.<br>&nbsp;-Ik kan gepast betalen met munten en biljetten.<br>&nbsp;-Ik kan aangeven welke munten men terugkrijgt.<br>&nbsp;-Ik kan bedragen schatten.<br>&nbsp;-Ik kan de regels voor het afronden van geldbedragen op hele euro’s toepassen.<br><br></div><div>Tabellen en grafieken&nbsp;<br><br></div><div>-Ik kan beoordelen of een verhouding overeenkomt met een gegeven grafiek.<br>&nbsp;-Ik kan gegevens vergelijken met behulp van verhoudingstabellen.<br>&nbsp;-Ik kan een eenvoudige tabel gebruiken om informatie uit een beschreven situatie ordenen.<br>&nbsp;-Ik kan eenvoudige staafdiagram maken op basis van gegevens.<br>&nbsp;-Ik kan beschrijvingen met verhoudingsgetallen omzetten in beschrijvingen met een breuk of procenten en omgekeerd.<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2022-03-18 14:43:08 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/2102055256</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Groep 1 en 2</title>
         <author>tdeboer2</author>
         <link>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/2207495042</link>
         <description><![CDATA[]]></description>
         <enclosure url="https://padlet-uploads.storage.googleapis.com/482863623/944b7bdb66211aa0c6ba0aa6229af52b/REKENEN_GROEP_1.pdf" />
         <pubDate>2022-06-01 13:11:10 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/fhuisman/gwa6j6jfx5xbmrsa/wish/2207495042</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
