<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>Startstage - BALOA by Femke Van Roy</title>
      <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj</link>
      <description>Dagelijkse reflecties</description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2019-12-09 14:28:53 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2025-11-03 07:40:28 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url></url>
      </image>
      <item>
         <title>Maandag 9/12/19 - 2de leerjaar B (14 lln) - Kringgesprek: weekend-bingo</title>
         <author>femkevanroy</author>
         <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/421607114</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Situatie:</strong> Maandagochtend heb ik in het 2de leerjaar een kringgesprek gehouden aan de hand van een weekend-bingo. We zaten in een apart lokaal waar we in een kring konden zitten op kussentjes. Alle leerlingen van het 2de leerjaar (buiten 1 zieke leerling) zaten mee in de kring. Er waren een aantal activiteiten in een tabel gezet en ze moesten aan elkaar de vraag stellen of ze een bepaalde activiteit gedaan hadden. Indien dit het geval was, mochten ze dat vakje doorstrepen en de naam van de klasgenoot eronder zetten. Wie een rij vol had (en dus bingo had) mocht gaan zitten. </div><div> </div><div><strong>Taak:</strong> Ik moest de leerlingen uitleggen hoe ze de bingo moesten aanpakken. Onder andere hoe ze vragen moeten stellen, hoe ze in de tabel moeten aanduiden, wanneer je juist bingo hebt, .... Daarnaast moest ik ook begeleiden tijdens het moment dat de leerlingen aan elkaar de vragen stelde. Ik moest zien dat het allemaal vlot verliep en dat er niemand uit de boot viel en dat iedereen goed meedeed. En uiteindelijk was ik ook de moderator in het kringgesprek. Dit hield in dat ik ervoor zorgde dat iedereen eens aan bod kwam, dat er vragen gesteld werden en dat de kinderen ook aan elkaar vragen stelde. </div><div> </div><div><strong>Actie:</strong> Er zijn meteen duidelijk afspraken gemaakt vooraleer ze mochten beginnen aan de bingo. Zoals bijvoorbeeld dat ze niet in een gesprek met 2 andere klasgenoten mogen storen en als ze vragen hadden, mochten ze tot bij mij komen. Ik heb bewust gelet op Isaac (anderstalig jongetje waarbij taal een probleem is) zodat hij zeker ook een aantal vragen zou stellen aan mede-klasgenoten. Het werd ook meteen duidelijk dat hij niet meteen goed wist hoe hieraan te beginnen. Als ik hem hielp, lukte dat wel. Ik liep ook rond tijdens de bingo zodat ik kon bijsturen waar het wat moeilijker liep: kindjes die vastzaten met de vragen, kindjes die niet goed wisten wie nu juist op het bingo-blad moest aanduiden,.... Mijn mentor zei dat ik nog kordater mocht zijn bij het aangeven dat het stiller mocht zijn. Ook moet ik nog lang genoeg wachten tot zeker alle leerlingen rustig zitten om verder te gaan met mijn uitleg. </div><div> </div><div><strong>Resultaat:</strong> Doordat de kinderen elkaar goed bevraagd hadden, konden we erna een goed kringgesprek opbouwen. Ik kon aan de kinderen info vragen die ze zelf verzameld hadden wat voor beide partijen leuk was. Als er dan werd aangehaald dat iemand bijvoorbeeld op bezoek was geweest bij familie dan pikte ik hierop in door extra vragen te stellen: 'Wie is er nog op bezoek geweest bij familie?', 'Wanneer ben je op bezoek geweest?'. Ik gaf op die manier een voorbeeld aan de leerlingen van welke vragen ze kunnen stellen aan elkaar. Door de bingo werden dus goede kapstokken gecreëerd om daarop verder een gesprek te bouwen. Ik wist op voorhand dat ze niet uit hunzelf vragen zouden stellen dus wou ik eerst het voorbeeld geven. Elke leerling had ook een 'vraagkaartje' gekregen. Als ze dan een vraag hadden voor een medeleerling, moesten ze dat kaartje in de lucht steken. </div><div> </div><div><strong>Reflectie:</strong> De bingo uitvoeren tijdens het rondlopen in de klas verliep beter dan verwacht. Op voorhand had ik wat schrik dat ik te veel zou moeten bijsturen maar dat viel beter mee dan verwacht. Het gebruiken van de vraagkaartjes verliep niet meteen vlot. Het was eerder tegen het einde toe dat de kinderen daarmee begonnen nadat 1 leerling het vraagkaartje eens had gebruikt. Daarna volgde vlot de andere leerlingen. Ik zou het niet veel anders aanpakken een volgende keer.  Misschien de kinderen meer wijzen op stil zijn en wachten tot zeker iedereen aan het luisteren is. <br><br><strong><em>Extra:</em></strong> <em>de kinderen mochten na rekenoefeningen meester/juffrouw zijn voor elkaar. Ze moesten dan in elkaar rekenschrift kijken welke oefeningen ze zoal fout hadden. Dan gaven ze een som die de andere op hun toverbordje moest schrijven en oplossen. En zo moesten ze dit om de beurt doen. Zo herhaalden ze de oefeningen op een leuke manier. </em><br><br>Hieronder audiofragment:<br>https://www.youtube.com/watch?v=JGgGlRl4Glo </div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2019-12-09 14:29:06 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/421607114</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Maandag 16/12/19 - 3de leerjaar (24 lln) - Kringgesprek: kennismakingskring adhv associatiefoto&#39;s</title>
         <author>femkevanroy</author>
         <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/424506107</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Situatie: </strong>Maandagvoormiddag 16/12 heb ik geobserveerd en geparticipeerd in het 3de leerjaar. Na de speeltijd heb ik een kennismakingskring-gesprek gehouden met de leerlingen adhv associatiefoto's. Tijdens de speeltijd had ik de banken wat opzij geschoven zodat de leerlingen in een cirkel konden zitten. In het midden had ik ook al de foto's klaargelegd. Als de leerlingen dan binnenkwamen, werden ze al meteen getriggerd door de foto's die er lagen.<br><br><strong>Taak:</strong> Ik heb ervoor gezorgd dat ik eerst een voorbeeld gaf aan de leerlingen door mezelf eerst voor te stellen adhv een foto. Op die manier wisten de leerlingen wat er van hun verwacht werd. Daarnaast heb ik hun er ook op gewezen dat het onderwerp heel breed kon zijn (hobby, familie, vrije tijd, ...) Tijdens dat ze hun foto moesten kiezen, heb ik ook rondgekeken of iedereen wel mee was. Anderstaligen of kinderen die het niet helemaal begrepen, mochten tot bij mij komen. Ik gaf hun dan meer uitleg of voorbeelden. Uiteindelijk was ik ook de moderator in het kringgesprek en zorgde ervoor dat iedereen eens aan bod kwam. <br><br><strong>Actie:</strong> De leerlingen moesten een foto kiezen uit de foto's die er lagen en adhv een gekozen foto moesten ze iets meer over zichzelf vertellen. Ik begon het gesprek met aan te halen dat ze mij wel al eens gezien hadden maar dat ik hun beter wou leren kennen en dit op een leuke manier. Ik heb dus eerst mezelf voorgesteld adhv een foto. Op de foto staat een plantje dat groeit en ik heb uitgelegd dat ik heb besloten om voor leerkracht te studeren maar dat ik nog veel moet leren (en dus groeien zoals het plantje op de foto). Daarna heb ik wat afspraken gemaakt: rustig rondlopen om de foto's te bekijken, foto's niet vastnemen, niet babbelen,... . Nadien was ik de moderator in het gesprek: zorgen dat iedereen eens aan bod kwam om te vertellen over de gekozen foto. <br><br><strong>Resultaat:</strong> Doordat ik een voorbeeld heb gegeven en sommige kinderen wat bijgestuurd heb, kon iedereen zich adhv een foto voorstellen. Er waren wel een paar kinderen die andere kinderen nadeden, denk ik, maar ik heb dan extra vragen gesteld zodat ze zeker ook iets over hunzelf zouden zeggen. Bij sommige kinderen kwamen er echte verrassende antwoorden en dat vond ik echt leuk (bijvoorbeeld: een jongen die autisme heeft koos de foto van een boom omdat hij graag stilstaat zoals een boom en dan rustig kan nadenken). <br><br><strong>Reflectie:</strong> De antwoorden die de kinderen gaven waren soms beter en uitgebreider dan verwacht. Moest ik het nog een keer doen, zou ik andere foto's nemen. Foto's zonder dieren zodat ze niet enkel daarop zouden focussen bijvoorbeeld. De leerkracht vond ook dat het vlot liep. <br><br>Hieronder audiofragment: <br>https://www.youtube.com/watch?v=SqqbShBAwgQ<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2019-12-16 13:50:05 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/424506107</guid>
      </item>
      <item>
         <title>STARR - methode</title>
         <author>femkevanroy</author>
         <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/424509569</link>
         <description><![CDATA[]]></description>
         <enclosure url="http://www.sollicitatiedokter.nl/wp-content/uploads/2012/07/STARR-Methode.jpg" />
         <pubDate>2019-12-16 13:55:43 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/424509569</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Maandag 27/01/20 - 3de leerjaar (23 lln) - Voorlezen: &#39;De aap met de blauwe billen&#39; + bewegingstussendoortje: &#39;Samen één&#39;</title>
         <author>femkevanroy</author>
         <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/436949333</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Situatie:</strong> Maandagvoormiddag heb ik weer geobserveerd/geparticipeerd in het 3de leerjaar en hier heb ik dan ook voorgelezen uit het prentenboek 'De aap met de blauwe billen' en een bewegingstussendoortje gedaan. Er waren 3 zieke kindjes in de klas dus waren we met minder. Voor beide activiteiten moest ik niet iets voorbereiden in de klas of materiaal klaar leggen. Enkel bij het aanvangen van het voorlezen, heb ik aan de kinderen gezegd dat ze hun stoel naar voor mochten draaien of dat ze dichter mochten komen zitten. Op die manier konden ze zeker de prenten in het boek goed zien.<br><br><strong>Taak:</strong> Bij het bewegingstussendoortje gaf ik instructies aan de kinderen wat ze moesten uitbeelden of welke bewegingen ze moesten maken. Per 2 waren hun bovenlichaam 1 geheel. Per 2 hadden ze dus 1 paar armen. Ik gaf hen dan aan welke bewegingen ze moesten uitvoeren, welke activiteiten ze moesten uitbeelden (bijvoorbeeld: viool spelen, zwaaien met linkerarm, draaien met armen,...). Bij het voorlezen moest ik uiteraard voorlezen en stelde ik ook gerichte vragen zodat ze op voorhand ,tijdens en na het voorlezen zouden nadenken over het verhaal. Op voorhand liet ik de kinderen nadenken over hoe het verhaal zal lopen, wat zal het verhaal inhouden,... Tijdens het verhaal liet ik de leerlingen verwachtingen scheppen; wat denk je dat er zal gebeuren? Wat bedoelt de aap hiermee? Wat denk je dat de aap hiermee zal doen? En uiteindelijk na het lezen, ging ik bij de kinderen na of hun voorspellingen klopten of niet. Is het verhaal gelopen zoals jullie dachten? Wat is de betekenis nu van het verhaal? Is dit realistisch volgens jullie? Ik moest dus echt ervoor zorgen dat kinderen nadachten hierover adhv vragen. <br><br><strong>Actie:</strong> Bij het bewegingstussendoortje heb ik vooral instructies gegeven zodat de leerlingen konden experimenteren. Dit heb ik opgebouwd door eerst eenvoudige bewegingen te laten uitvoeren en zo op te bouwen naar echt uitbeelden van activiteiten. Op het einde heb ik hun gevraagd of ze zelf nog ideeën hadden om iets uit te beelden. Bij het voorlezen heb ik ook actief vragen gesteld en mezelf ook hard in het verhaal ingeleefd zodat de leerlingen zeker mee zouden zijn met het verhaal. <br><br><strong>Resultaat:</strong> Bij beide activiteiten was het resultaat zoals ik had verwacht, bij het voorlezen misschien zelfs beter.  In het begin van het bewegingstussendoortje was het in het begin niet helemaal duidelijk wat de bedoeling was, maar door meteen de leerlingen bewegingen te laten doen, vonden ze dit snel leuk en waren ze mee. Het was ook niet meteen gemakkelijk om te doen, maar dat was de bedoeling. Dat ze echt moesten samenwerken om de bewegingen uit te beelden. Bij het verhaaltje kwamen leuke reacties van de kinderen. Ik wist op voorhand niet goed of een prentenboek nog iets voor het 3de leerjaar ging zijn, maar het verhaal viel zeker in de smaak. Ze dachten mee na over de dieren in het boek, welke soorten er waren. Het verhaal was ook geschreven in rijm. En toen ik achteraf vroeg wat ze juist leuk vonden aan het boek, reageerde een kindje ook effectief dat hij het leuk vond dat het in rijm geschreven was. Dit bevestigde dat ze echt mee waren en dat het hun boeide. <br><br><strong>Reflectie:</strong> Ik was zeker tevreden over het resultaat van beide activiteiten. Het bewegingsmomentje zou ik zeker opnieuw doen en ik zou het ook houden zoals het was. Een volgende keer zou ik ze misschien ook in interactie met elkaar laten gaan, maar dat hangt af van hoe de klas op dat moment is. Het 3de leerjaar kan namelijk heel druk zijn en vandaag kon ik ze nog in controle houden, maar ik kan me inbeelden op dagen dat ze heel druk zijn en dan op zo'n moment nog eens in interactie met elkaar gaan, dat dit al snel een heel drukke boel kan worden. Bij het voorlezen was ik zelfs meer dan tevreden omdat er leuke antwoorden en feedback van de leerlingen kwamen ondanks dat ik dacht dat een prentenboek misschien niet meer iets voor hun was. Ik zou een volgende keer misschien een prentenboek kiezen met een sterker verhaal, waar meer in zit. 'De aap met de blauwe billen' vonden ze een leuk verhaal, maar ik denk dat ze een boek met een meer inhoudelijk verhaal ook zeker kunnen appreciëren. <br><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2020-01-28 13:55:10 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/436949333</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Donderdag 30/01/2020 - 2de leerjaar B (14 lln) - Informatief vertellen &#39;Eurovisiesongfestival&#39; + bewegingstussendoortje &#39;Op avontuur&#39; </title>
         <author>femkevanroy</author>
         <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/440482790</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Situatie:</strong> In de voormiddag van 30 januari 2020 heb ik informatief verteld in het 2de leerjaar en een bewegingstussendoortje gedaan. Na het eerste lesuur wiskunde was het mijn beurt om samen met de kinderen aan de slag te gaan. Ik heb dus eerst mijn bewegingstussendoortje gedaan en vervolgens informatief verteld over het Eurovisiesongfestival. <br><br><strong>Taak:</strong> Bij het bewegingstussendoortje gingen we samen op avontuur in het bos. Het was dus een fantasieverhaal waarin de leerlingen moesten meegaan en fictieve obstakels overwinnen (bijvoorbeeld: over plassen stappen). Ik vertelde het verhaal en ik bewoog ook mee. Zo was het voor de kinderen duidelijk wat ze moesten doen. Daarna heb ik adhv een filmpje van #LikeMe (J'aime la vie) verteld over het Eurovisiesongfestival (wat dat juist is, de puntenverdeling,...). <br><br><strong>Actie:</strong> Bij de aanvang van het bewegingstussendoortje ben ik meteen begonnen door te zeggen dat we op een kort avontuur gaan om onze gedachten eens te verzetten. De rode draad in het verhaal was eigenlijk dat we op zoek waren van waar het gehuil kwam dat we hoorden. Dus ik gaf aan wanneer ik gehuil hoorde, wanneer er plassen op de grond lagen of boomstronken in de weg lagen. Ik beeldde dan ook uit alsof ik deze hindernissen moest overwinnen en de leerlingen deden deze bewegingen na. Bij het informatief vertellen heb ik de aandacht getrokken door een fragment te laten zien van het filmpje van #LikeMe met 'J'aime la vie'. Daarna heb ik wat vragen gesteld hierover. Vervolgens heb ik een fragment laten tonen van 'J'aime la vie' van Sandra Kim op het Eurovisiesongfestival. Zo kwamen de leerlingen erachter dat dit hetzelfde liedje was. Zo heb ik de overgang gemaakt naar het Eurovisiesongfestival omdat dat liedje ervoor gezorgd heeft dat België deze wedstrijd eens gewonnen heeft. Om de deelnemers en de stemming beter te begrijpen, heb ik de vergelijking gemaakt in de school: 'wat als we Eurovisiesongfestival zouden doen hier op school'. Elke klas kiest 1 artiest + 1 liedje en je mag niet op je eigen klas stemmen. Uiteindelijk heb ik ook nog een fragmentje laten zien van Laura Tesoro op het Eurovisiesongfestival omdat de leerlingen haar graag hebben en het verrassend vonden dat zij ook al had deelgenomen aan Eurosong. <br><br><strong>Resultaat:</strong> Het bewegingstussendoortje was een schot in de roos en de leerlingen waren er ook meteen mee weg. Ze kwamen zelf met eigen input wanneer we bijvoorbeeld een nieuwe paddenstoel aan het zoeken waren of als ik me luidop afvroeg van wie het gehuil zou zijn. De juf van het 2de had me gewaarschuwd dat de leerlingen al snel té enthousiast mee kunnen doen maar ze hebben op een enthousiaste maar kalme manier meegedaan. Ik heb op tijd de klas weer wat kalmer gekregen door onder andere iets aan het verhaal toe te voegen dat ze stil moesten zijn.<br>Bij het informatief vertellen waren de kinderen in het begin heel enthousiast en vooral ook verwonderd over het feit dat het liedje 'J'aime la vie' eigenlijk een oud liedje is. Ik had ze dus wel meteen mee. Maar toen ik aan het uitleggen was, realiseerde ik me dat het onderwerp misschien toch niet echt geschikt was voor de kinderen. Ze begrepen me wel en ze vonden het leuk, maar het is eigenlijk iets ver van hun leefwereld. Ik heb het wel goed kunnen afsluiten door een fragmentje van Laura Tesoro te laten zien op het Eurovisiesongfestival. <br><br><strong>Reflectie:</strong> Als je het verhaal verandert, kan je met dit soort bewegingstussendoortje echt alle richtingen uit. Het is ook perfect aanpasbaar aan verschillende leeftijden. Door het informatief vertellen heb ik me echt gerealiseerd dat je echt vanuit de leefwereld van de kinderen moet denken. Niet te hard focussen op wat ik (als leerkracht) wil of denk, maar op kinderniveau denken.</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2020-02-04 18:26:18 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/440482790</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Donderdag 30/01/2020 - 5de leerjaar (21 lln) - Muvo-activiteit &#39;Gedichten met krantenkoppen&#39;</title>
         <author>femkevanroy</author>
         <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/440484975</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Situatie:</strong> Donderdagnamiddag 30 januari was ik aanwezig in het 5de leerjaar. Na de namiddagspeeltijd op donderdag is het altijd MUVO. Vandaag was het aan mij om deze les te geven. De juf had me in het begin van de stage al aangegeven dat het die dag gedichtendag was en dat het misschien wel leuk zou zijn als ik daarrond iets deed. Voor de speeltijd zat ik een tijd alleen in de klas omdat de juf met het koor moest gaan spelen in het rusthuis. <br><br><strong>Taak:</strong> Voor de namiddagspeeltijd deden de leerlingen een luistertoets van Frans. Ik moest hierbij helpen door het geluidsfragment een paar keer te laten horen. Bij de eerste 2 keer luisteren, mochten ze niet naar de vragen kijken. Bij de 3de keer luisteren mochten ze wel naar de vragen kijken. Mijn taak was dus om er voor te zorgen dat ze dit goed deden en niet bij elkaar keken. Daarna moesten er ook oefeningen gemaakt worden en mochten ze leren voor hun toets die ze de dag erna hadden. Na de namiddagspeeltijd heb ik meteen de rol van leerkracht ingenomen. Ik was dus verantwoordelijk voor de klas tot het school was gedaan. Dit was dus onder andere de MUVO-activiteit begeleiden maar ook zien dat er op tijd opgeruimd werd, de boekentassen werden gemaakt en dat de kinderen op tijd door konden (als de 2de bel gaat, mogen ze naar buiten). <br><br><strong>Actie:</strong> Het beluisteren van het audiofragment bij de luistertoets verliep goed. Bij het maken van de oefeningen achteraf hebben de leerlingen wel mijn grenzen afgetast. Ze wouden uittesten hoe ik zou reageren, denk ik. Ik heb me alleszins niet laten doen en heb goed gereageerd, namelijk op een leuke maar kordate manier en niet op een kwade manier.  Om de MUVO-activiteit in te leiden, heb ik eerst gevraagd aan de kinderen welke dag het was (buiten donderdag :) ). Ze waren al op de hoogte dat het gedichtendag was. Dan heb ik een gedicht voorgelezen zonder dat ze dit gedicht zagen. Ze moesten dus vooral luisteren. Daarna heb ik gevraagd hoe zij het gedicht interpreteren, welke betekenis zij er aan geven. Uiteindelijk liet ik ook het gedicht zien en bleek dat het een gedicht gemaakt was uit krantenkoppen. En dit was dus ook wat de leerlingen zouden gaan doen. De leerlingen moesten per 2 een gedicht maken. Op bord had ik ook 3 stappen opgeschreven hoe je hier het best aan begint. Daarna heb ik ook de kranten verdeeld onder de groepjes. Op het einde van de activiteit moest ik er ook voor zorgen dat de leerlingen op tijd zouden afronden en opruimen. Door op tijd aan te geven dat ze nu wel zeker aan het plakken moeten zijn, was er geen enkel groepje dat op het einde enkel nog maar losse krantenkoppen had en geen gedicht op papier had geplakt. De kinderen hebben mee helpen opruimen en waren zo snel klaar om door te gaan (de boekentassen had ik in het begin van de les laten klaarmaken). Als alles opgeruimd was, hebben we uiteindelijk ook naar enkele gedichten geluisterd die ze gemaakt hadden. De duo's die het wouden voorlezen, hebben dit gedaan. Ze werden niet verplicht om het voor te lezen.  <br><br><strong>Resultaat:</strong> De leerlingen hebben goed gewerkt tijdens het afleggen van de luistertoets Frans. Ook tijdens het maken van de oefeningen verliep alles goed en was het aangenaam om in de klas te staan. Bij een 5de leerjaar vind ik het leuk dat de kinderen al echt een persoonlijkheid en mening ontwikkelen. Bij aanvang van de MUVO-activiteit konden de meeste kinderen er vrijwel meteen aan beginnen. Ze zijn meteen beginnen bladeren en knippen in de kranten en tijdschriften. Er waren een 2-tal groepjes waar ik zag dat ze niet goed wisten hoe ze hieraan moesten beginnen. Bij hun ben ik langsgegaan en nog eens duidelijk verwezen naar de stappen op het bord. Hierbij heb ik nog wat extra uitleg gegeven en voorbeelden gegeven in kranten en tijdschriften. De kinderen gingen er helemaal in op en de tijd was eigenlijk beperkt om deze opdracht heel goed uit te voeren. Er moest namelijk op tijd opgeruimd worden en de kinderen werden zo wat 'geremd' in hun werkproces. Ze hebben wel goed helpen opruimen en de gedichten waren mooi uitgewerkt. Er zaten ook echt leuke gedichten tussen. <br><br><strong>Reflectie:</strong> Ik vond het een zeer geslaagde namiddag in het 5de leerjaar! Vooraf had ik wat stress omdat het al grotere kinderen zijn en de kinderen in het 5de ook wel mondige kinderen zijn. Maar het viel zeer goed mee om hiermee om te gaan. De activiteit was misschien te uitgebreid voor een MUVO-les van 50 minuten. In de toekomst kan dit misschien opgesplitst worden in verschillende lessen waarbij je eerst meer leert over gedichten en uiteindelijk zelf aan de slag gaat en een gedicht maakt (al dan niet adhv krantenkoppen). <br><br><strong>Extra:</strong> Mini-meester of mini-juf: In het 5de leerjaar duidt de leerkracht dagelijks een mini-meester of mini-juf aan. Die leerling zegt dan bijvoorbeeld dat ze stil moeten zijn als ze klaar staan om naar buiten te gaan, welke rij eerst naar buiten mag gaan, moet de klas in het oog houden als de leerkracht even weg is,.. Kortom, ze krijgen wat verantwoordelijkheid over de klas en leren zo hiermee omgaan. Dit is zowel leuk voor de leerlingen als de leerkracht die dan wat minder hiermee moet bezig zijn. </div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2020-02-04 18:28:56 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/440484975</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Dinsdag 4/02/2020 - 3de leerjaar (23 lln) - Muvo-activiteit &#39;Patronen&#39; + bewegingstussendoortje &#39;Tellen met bewegingen&#39; </title>
         <author>femkevanroy</author>
         <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/440487018</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Situatie:</strong> Voor de MUVO-lessen is er voor (onder andere) het 3de leerjaar een andere leerkracht. Hij is 2 namiddagen in de week verantwoordelijk voor het 3de leerjaar. Na de middag zijn we naar de bib geweest met de klas en daarna was het aan mij om een bewegingstussendoortje en de MUVO-les te doen. Ik had dus meer dan 50 minuten de tijd om mijn MUVO-activteit te doen. Hierdoor heb ik voldoende de tijd genomen om de activiteit te doen. <br><br><strong>Taak:</strong> Bij het bewegingstussendoortje moesten de kinderen eerst gewoon tot 4 tellen. Uiteindelijk kwam er voor elk getal een beweging en telden ze niet meer maar deden ze enkel de bewegingen. Bij de MUVO-activiteit ging het in de eerste fase vooral over uitproberen en oefenen van patronen. De leerlingen moesten eerst patronen overtekenen, patronen uit de natuur overtekenen, zelf patronen uitvinden en uiteindelijk ook een patroon telkens vergroten. Het was hier dus vooral aan de kinderen zelf om aan de slag te gaan. Mijn taak als leerkracht was het inleiden van de opdrachten en ondersteunen tijdens de opdrachten. Deze fase was afgewerkt iets na de speeltijd. Hierdoor was er nog voldoende tijd om een hart met patronen in te tekenen.<br><br><strong>Actie:</strong> De kinderen waren meteen mee met het idee 'patronen'. Ze wisten al goed wat dit inhield en dat zorgde ervoor dat de kinderen snel aan de slag konden. Ik ging wel rond bij de kinderen om na te gaan of ze het goed begrepen hadden of om nog eens duidelijk uit te leggen wat de bedoeling is. Om hun interesse te wekken bij de eindopdracht heb ik rond het thema Valentijn gewerkt. Daarbij mochten ze voor hun Valentijn een hart vullen met patronen. Er waren enkelen zo enthousiast dat ze zelf een 2de hart wouden invullen.<br><br><strong>Resultaat:</strong> De meester had me op voorhand al gezegd dat de kinderen dit heel leuk zouden vinden en dit werd al snel bevestigd. Ook al was deze activiteit niet helemaal voor elk kind weggelegd, toch hebben ze deze activiteit allemaal op hun eigen, goede manier ingevuld. Het leuke aan een MUVO-activiteit is dan ook dat er geen echte fouten kunnen gemaakt worden. Mijn rol als leerkracht was dus vooral ondersteuning, begeleiding en bevestiging geven. Ik probeerde ook echt bij elk kind een persoonlijke feedback te geven op hun werk, bijvoorbeeld: 'ik vind het mooi dat je niet enkel hartjes gebruikt, maar ook bolletjes', 'wat goed dat je je patroon vergoot',... Dit werd geapprecieerd door de kinderen.<br><br><strong>Reflectie:</strong> Ik vond dit een hele leuke namiddag. Niet enkel de activiteit die ik gedaan heb, maar ook het bezoek aan de bib met de kinderen. Dit gaf me ook eens de mogelijkheid om met de kinderen beter te leren kennen buiten de klas. Daarnaast vond ik de activiteit ook heel geslaagd. Ik verschoot er wel van dat de kinderen eigenlijk al heel goed wisten wat een patroon was. Maar dat was eigenlijk goed zodat er meer tijd was om echt aan de slag te gaan. Een volgende keer zou ik misschien iets in de activiteit steken waardoor ze in interactie moeten gaan, bijvoorbeeld: patroon afwerken van elkaar. Maar omdat de meester op voorhand had gezegd dat de kinderen eigenlijk niet veel van elkaar kunnen verdragen, heb ik dit nu bewust voor deze activiteit achterwege gelaten.  <br><br><strong>Extra: </strong><br>Videofragment (bewegingstussendoortje + vervolg MUVO-les)<br><a href="https://www.youtube.com/watch?v=agW0h1wwWxg">https://www.youtube.com/watch?v=agW0h1wwWxg</a><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2020-02-04 18:31:39 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/440487018</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Donderdag 13/02/2020 - 3de leerjaar (23 lln) - Lesje &#39;Cijferen: optellen en aftrekken met onthouden en ontlenen&#39; + bewegingstussendoortje &#39;Bewegen via dobbelen&#39; </title>
         <author>femkevanroy</author>
         <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/445481804</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Situatie:</strong> In de voormiddag van 13 februari moest ik de dag beginnen met een herhalingsles wiskunde 'Cijferen'. Aansluitend aan deze les heb ik ook een bewegingstussendoortje gedaan. De juf was zelf juist terug van 2 weken zien te zijn geweest. Tijdens haar afwezigheid hadden ze de oefeningen al gemaakt die ik normaal moest maken met de kinderen. Ze had niet gecommuniceerd hierover tegen collega's. Dit was op zich geen probleem aangezien er nog een ander schrift was met oefeningen en ik niet specifiek met oefeningen uit het schrift aan de slag ben gegaan. <br><br><strong>Taak:</strong> De kinderen hadden ondertussen ook al leren cijferend vermenigvuldigen. Mijn taak was om dus de optelling en aftrekking nog eens te herhalen na dat ze de vermenigvuldiging hadden aangeleerd. Ik wou eerst klassikaal nog eens herhalen en ze dan zelf aan de slag laten gaan. Het bewegingstussendoortje moest ik uitvoeren als overbruggingsmoment met de taalles die op de wiskundeles volgde.  <br><br><strong>Actie:</strong> De les wiskunde ben ik begonnen met de vraag welke dag het de dag erna was (Valentijn). Uiteraard wisten ze dit goed. Hier ben ik verder op ingegaan door te zeggen dat ik nog 2 cadeaus moest kopen voor mijn man. Ik liet 2 cadeaus zien, met de prijs, die ik zou willen kopen. De vraag was dan hoe ik het best kan uitrekenen hoeveel ik zou moeten betalen, zonder een rekenmachine te gebruiken. De leerlingen kwamen dus zelf met het idee om cijferen te gebruiken. Uiteindelijk hebben we klassikaal berekend hoeveel ik zou moeten betalen (cijferend optellen). Daarna heb ik ook verteld hoeveel geld ik maar had op mijn rekening en hoeveel geld ik dus nog moest sparen/zoeken om de cadeaus te kopen. Dit hebben we ook klassikaal uitgerekend (cijferend aftrekken). Ze hebben dan individueel een oefening gemaakt en daarna heb ik hun per 2 laten uitleggen aan elkaar hoe ze de oefening juist gemaakt hadden. Op deze wijze moesten de kinderen dus mondeling kunnen toelichten wat ze hebben gedaan en dit is een test om te weten of ze het wel effectief doorhebben (= leren op hoger niveau). Daarna hebben ze nog oefeningen gemaakt waarbij ik als leerkracht rondging bij de kinderen om te kijken waar het nog fout loopt bij bepaald kinderen of om nog wat extra uitleg te geven. Voor degene die sneller klaar waren, had ik een extra werkblad gemaakt waarbij ze cijferoefeningen moesten verbeteren. Om de wiskundeles af te ronden heb ik een bewegingstussendoortje gedaan waarbij ze per groep  (6 groepjes van 4-3 banken) een beweging mochten verzinnen. Deze werd dan gelinkt aan een getal op een dobbelsteen. Dan mocht er per groep gerold worden met de dobbelsteen en de beweging die bij het gerolde nummer hoorde, moesten ze dan uitvoeren. De klas was dus vrij zelfstandig en mijn rol als leerkracht was vooral het sturen van het 'spel' en aanduiden wie er mocht rollen met de dobbelsteen. <br><br><strong>Resultaat</strong>: De kinderen waren mee met het idee dat ik nog cadeaus moest kopen voor Valentijn. Ik voelde wel dat dit wat onwennig was voor hun omdat hun leerkracht normaal gezien gewoon begint met een voorbeeld, maar niet uit een echte situatie. Ze wouden allemaal antwoorden en mee helpen berekenen. Aangezien de leerkracht wou dat de werkschriften ingevuld zouden worden, hebben ze ook de oefeningen in hun schrift gemaakt. (Uiteindelijk bleken de oefeningen dan al gemaakt in hun werkschrift dus hebben ze oefeningen in een herhalings-werkschrift gemaakt). Als ze per 2 hun oefeningen moesten vergelijken en aan elkaar uitleggen hoe ze dit juist gedaan hebben, merkte ik wel dat ze dit leuk vonden. Ze mochten eens op een andere manier met rekenen bezig zijn dan gewoon individueel oefeningen maken. Het was een beperkt intermezzo maar had wel de indruk dat ze dit leuk vonden. Kinderen die snel klaar waren, kregen van mij dan het extra werkblad. Voor sommigen was het niet meteen heel duidelijk, voor anderen wel. De reactie achteraf was ook positief: 'Juf, dit vond ik heel leuk om te doen.' Als een leerling dit zegt over wiskunde, maakt me dat blij. <br><br><strong>Reflectie:</strong> Ik heb gemerkt dat het echt motiverend is voor de kinderen als je de leerinhoud aanbrengt aan de hand van een realistische situatie. Ook dat je echt moet inspelen op de verschillende niveaus van de kinderen in een klas. Dit heb ik deze les al deels gedaan door een extra werkblad te voorzien, maar eventueel voor zwakkere kinderen kan er ook een werkblad gemaakt worden op hun niveau.  <br><br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2020-02-14 08:46:49 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/445481804</guid>
      </item>
      <item>
         <title>Dinsdag 18/02/2020 - 2de leerjaar B (14 lln) - Lesje &#39;Maaltafel van 7&#39; + bewegingstussendoortje &#39;Vriezen en ontdooien&#39;</title>
         <author>femkevanroy</author>
         <link>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/447330401</link>
         <description><![CDATA[<div><strong>Situatie:</strong> Tijdens de voormiddag van 18 februari was ik weer aanwezig in het 2de leerjaar B. Na de speeltijd zou ik de rekenles geven en deze ging over de maaltafel van 7. Aansluitend aan deze les heb ik een bewegingstussendoortje gedaan. Om de les voor te bereiden had ik een powerpoint  gemaakt met enkele foto's, 10 papieren met de 7 dwergen en kleine papiertjes met de 7 dwergen. <br><br><strong>Taak:</strong> De les ben ik begonnen met de voorkennis aan te halen door foto's van handen (5 vingers - maaltafel van 5) te projecteren en aan de hand hiervan tot de 3 mogelijke notities te komen hoe je deze bewerking opschrijft (optelling, 'keer' gebruiken, maaloefening). De les ging dan verder door de maaltafel van 7 aan te leren met vooral de focus van de veelvouden van 7. Dit had de juf nadrukkelijk gevraagd dus heb ik hier rekening mee gehouden. Er werd ook per 2 ingeoefend en individueel oefeningen gemaakt.<br><br><strong>Actie:</strong> De foto's van de handen riep bij de kinderen de voorkennis op van de maaltafel van 5. Door vragen te stellen hoeveel vingers er nu op bord staan en hoe ze dat nu juist noteren, kwamen we klassikaal tot 3 verschillende notaties: 5 + 5 // 2 keer 5 // 2 x 5. Ik heb daarna 7 afbeeldingen van handen getoond en tot de bewerking 7 x 5 = 35 gekomen. Vervolgens liet ik ook een afbeelding zien van de 7 dwergen. Daar voegde ik dan een tweede afbeelding aan toe en ik stelde de vraag: 'Hoeveel dwergen staan er nu op bord?'. Door eerst de oefening met de afbeeldingen van de handen te doen, wisten de leerlingen hoe moesten verwoorden hoe ze dit berekenden. Uiteindelijk liet ik ook 5 afbeeldingen van de 7 dwergen zien en kwamen we tot de bewerking van 5 x 7 = 35.  Ik had de afbeelding van de 7 dwergen 10 keer afgedrukt. Ik begon met 1 papier te geven aan 1 leerling met daarbij vragen te stellen 'Hoeveel dwergen zijn er nu in de klas?'. Zo kwam er telkens een afbeelding van de 7 dwergen bij en vroeg ik hoeveel dwergen er nu in de klas waren. Samen telden we dan elke keer ook met de veelvouden: 'Er is weer een groepje dwergen bij. Hoeveel zijn er dan nu? We zullen samen eens tellen: 7, 14, 21, 28, ...'. Zo werd er goed ingeoefend op de veelvouden van 7. Daarna werd de klas in duo's verdeeld en kreeg elk duo 10 kaartjes met daarop de 7 dwergen. Ze moesten ook hun toverbordje nemen. Om de beurt mochten ze dan een aantal kaartjes leggen en dan moesten de beide leerlingen de 3 mogelijke notities opschrijven op hun toverbordje die bij het aantal kaartje hoorde. Bijvoorbeeld:  leerling legt 3 kaartjes met de 7 dwergen op de bank. Dan moet op de toverbordjes volgende notities komen: 7 + 7 + 7 // 3 keer 7 // 3 x 7. Bij de minder sterke leerlingen begeleidde ik en koos ik het aantal kaartjes. Uiteindelijk mochten de leerlingen dan de oefeningen in hun werkschrift maken. Ik begeleidde opnieuw de minder sterke leerlingen door aan te geven welke oefeningen ze niet moesten doen en door hen te helpen. Uiteraard ging ik ook langs bij de andere leerlingen als zij vragen hadden of klaar waren met de oefeningen. Bij het bewegingstussendoortje moest ik aangeven welk lichaamsdeel mocht ontdooien en op de muziek mocht beginnen bewegen. Ze begonnen dus met hun lichaam helemaal bevroren en mochten geleidelijk aan meer bewegen. <br><br><strong>Resultaat:</strong> Doordat ik de les met eerder geziene leerstof begon, of toch herkenbare afbeeldingen hiervan, waren de kinderen enthousiast omdat ze meteen konden antwoorden. Ik weet niet echt of het gebruik van de 7 dwergen voor hun echt een meerwaarde was omdat niet alle kinderen vertrouwd waren met het sprookje van Sneeuwwitje. Dit was voor mij ook een verrassing. Ik was er te hard vanuit gegaan dat ze dit wel zouden kennen en omdat dit ook in de handleiding werd gebruikt. Uiteindelijk was het wel leuk omdat ik de leerlingen betrok door papieren uit te delen met de 7 dwergen op en dan klassikaal te vragen hoeveel dwergen er nu in de klas waren. Ook telkens het samen tellen van de dwergen vonden de leerlingen motiverend en via herhaling konden ze dit echt goed meedoen. Het werken in duo ging redelijk goed bij de sterkere leerlingen, zij vonden dit ook leuk om te doen. De leerkracht zei achteraf ook dat de leerlingen het algemeen wel moeilijker hebben met samenwerken maar dat ze dit ook zeker moeten leren. Bij de minder sterke leerlingen was dit moeilijker. Zij moesten echt begeleid worden en wisten niet meteen wat ze moesten opschrijven. Bij het aanbrengen van de maaltafel van 7, dacht ik soms wel 'oei, wat heb ik nu gezegd?' of 'heb ik wel de juiste woorden gebruikt?', maar dat bleek dus wel in orde te zijn volgens de leerkracht achteraf. Bij het individueel maken van de oefeningen was het wel echt moeilijk om alle leerlingen tegelijk te helpen. De ene had een vraag over een oefening, nog iemand anders had een algemene vraag, nog iemand anders was al klaar. Het was echt van hier naar daar rennen en ondertussen moest je ook de minder sterke leerlingen begeleiden en dat vond ik toch wel echt 'heavy'. De leerkracht zei achteraf ook dat ze expres niet geholpen heeft om me die ervaring echt te doen beleven. In mijn hoofd verliep het echt chaotisch, maar volgens de leerkracht heb ik het nog goed aangepakt. Het bewegingstussendoortje achteraf was dan ook welgekomen om de gedachten eens te verzetten. De leerlingen vonden het ook leuk dat het met muziek was en voor hun was het echt een uitdaging om lichaamsdeel per lichaamsdeel te doen 'ontdooien'. Dat was heel leuk om te zien. <br><br><strong>Reflectie: </strong>Over deze stagedag kan ik zeggen dat het een echte 'reality check' is van het beroep leerkracht. De verschillende niveaus van kinderen, de aandacht die je moet verdelen en de kinderen zo goed mogelijk te betrekken bij de les zodat er aandacht is, zijn enkele zaken die ik bij deze stagedag ervaren heb. Wat ik meeneem is dat ik echt in de leefwereld van de kinderen moet blijven en echt op de hoogte moet zijn van wat ze al weten, wat ze nog niet weten of wat hun interesseert. Gelukkig heeft deze stagedag me niet afgeschrikt om leerkracht te worden, integendeel. Ik ben nog gemotiveerder om bij te leren hoe je deze zaken aanpakt in de klas. <br><br><strong>Videofragment:</strong><br>https://www.youtube.com/watch?v=NZpH5UJ1w0Q&amp;feature=youtu.be </div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2020-02-19 11:07:08 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/femkevanroy/81g053psapmj/wish/447330401</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
