<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0">
   <channel>
      <title>Tegenwoordige tijd by menno</title>
      <link>https://padlet.com/elteachermono/26klmymmw8y4qnav</link>
      <description></description>
      <language>en-us</language>
      <pubDate>2023-10-18 20:18:37 UTC</pubDate>
      <lastBuildDate>2023-10-18 21:42:50 UTC</lastBuildDate>
      <webMaster>hello@padlet.com</webMaster>
      <image>
         <url></url>
      </image>
      <item>
         <title>Zelfstandige naamwoorden</title>
         <author>elteachermono</author>
         <link>https://padlet.com/elteachermono/26klmymmw8y4qnav/wish/2753369919</link>
         <description><![CDATA[<div>1ste: ik<br>2de singulaar: jij/je<br>1ste pluraal: wij (ik + jullie)<br>2de pluraal: hun<br>2de pluraal: ZIJ*<br>2de pluraal: jullie<br>3de singulaar man: hij<br>3de singulaar vrouw: ZIJ*<br>3de singulaar dingen: het<br><br>ZIJ wordt gebruikt voor een vrouw(singulaar) en vrouwen(pluraal) en ook pluraal en generaal (pluraal)<br><br>Het verschil kun je zien in zinnen:&nbsp;<br>singularen;<br>Zij IS<br>Zij ZIET<br>Zij GAAT<br>Zij LIGT<br><br>pluraal;<br>Zij ZIJN<br>Zij ZIEN<br>Zij GAAN<br>Zij LIGGEN<br><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2023-10-18 20:18:37 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/elteachermono/26klmymmw8y4qnav/wish/2753369919</guid>
      </item>
      <item>
         <title>De hulp werkwoorden ben/zijn(to be)doen(to do) en hebben(to have) zijn hetzelfde als in engels maar ze worden anders gebruikt</title>
         <author>elteachermono</author>
         <link>https://padlet.com/elteachermono/26klmymmw8y4qnav/wish/2753369920</link>
         <description><![CDATA[<div>Het hulp werkwoord doe wordt NIET gebruikt met vragen<br><br><strong>Soorten hulpwerkwoorden</strong></div><div>Er zijn verschillende soorten hulpwerkwoorden. Het bekendst zijn de <strong>hulpwerkwoorden van tijd</strong>: <em>ZIJN</em> en <em>HEBBEN</em>. Die worden gebruikt om de voltooide tijd te vormen.<br><br></div><ul><li>Jan heeft ZIJN band geplakt.</li><li>Ze ZIJN gelukkig op tijd op hun afspraak gekomen.</li></ul><div>De <strong>hulpwerkwoorden van de lijdende vorm</strong> zijn: <em>zijn</em> en <em>worden. </em>Daarmee kun je een <a href="https://onzetaal.nl/taalloket/lijdende-vorm-passieve-vorm">lijdende vorm (passieve vorm)</a> maken.<br><br></div><ul><li>De band WORDT door Jan geplakt.</li><li>De band IS al wel vaker geplakt.&nbsp;</li></ul><div>De hulpwerkwoorden van modaliteit of <strong>modale hulpwerkwoorden</strong> zijn: <em>ZULLEN</em>, <em>KUNNEN</em>, <em>MOGEN</em>, <em>MOETEN</em>, <em>WILLEN</em>. Ze geven, globaal gezegd, aan of het hoofdwerkwoord als wenselijk, mogelijk, waarschijnlijk (enz.) gezien wordt.<br><br></div><ul><li>Jan KAN de band plakken.</li></ul><div>Er zijn ook nog andere werkwoorden die als hulpwerkwoord gebruikt worden. Die hebben geen speciale naam.<br><br></div><ul><li>Jan <em>GAAT</em> zijn band plakken.</li><li>Ik <em>LAAT</em> nog weten hoe laat ik kom.</li></ul><div><br>De voledigen lijst van HULPWERKWOORDEN (posifief) zijn:<br>Ben/zijn;<br>Ik BEN<br>Jij BENT<br>u BENT<br>Wij ZIJN<br>Hun ZIJN<br>Zij ZIJN<br>Hij IS<br>Zij IS<br>Het IS<br><br>De voledigen lijst van HULPWERKWOORDEN (negatief) zijn:<br>Ben/zijn;<br>Ik BEN niet<br>Jij BENT niet<br>u BENT niet<br>Wij ZIJN niet<br>Hun ZIJN niet<br>Zij ZIJN niet<br>Hij IS niet<br>Zij IS niet<br>Het IS niet<br><br>De voledigen lijst van HULPWERKWOORDEN (vragen) zijn:<br>Ben/zijn;<br>BEN ik ...<br>BEN je .<strong>..</strong><br>BENT u ...<br>ZIJN wij ...<br>ZIJN hun ...<br>ZIJN zij ...<br>IS hij ...<br>IS zij ...<br>IS het ...<br><br>Zoals je kan zien de vraag vorm is bijna hetzelfde als in engels maar bekijk de vorm; jij bent verandert naar Ben je ... <br><br>De andere hulpwerkwoorden zijn: <br>Gaan; ga(1ste), gaat(1ste pluraal) 2de pluraal, 2de singulaar), gaan(2de pluraal), gaat(3de singulaar)<br><br>Komen; kom, komt, <em>komen, komt<br><br>Worden; word, wordt, worden, wordt<br><br>Laten; laat</em>, laat, laten, laat: blijft het zelfde voor singularen(heeft al een T op het eind.<br> <br>liggen; lig, ligt, liggen, ligt<br> <br>Bekomen; bekom, bekomt, bekomen, bekomt<br><br>Aankomen; kom aan, komt aan, komen aan, komt aan<br><br>Hebben; heb, hebt, hebben, heeft<br><br>Doen; doe, doet, doen, doet <strong><br><br></strong><br></div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2023-10-18 20:18:37 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/elteachermono/26klmymmw8y4qnav/wish/2753369920</guid>
      </item>
      <item>
         <title></title>
         <author>elteachermono</author>
         <link>https://padlet.com/elteachermono/26klmymmw8y4qnav/wish/2753369921</link>
         <description><![CDATA[<div>we gebruiken de tegenwoordige tijd om te zeggen wat je nu doet, en in de toekomst.</div>]]></description>
         <enclosure url="" />
         <pubDate>2023-10-18 20:18:37 UTC</pubDate>
         <guid>https://padlet.com/elteachermono/26klmymmw8y4qnav/wish/2753369921</guid>
      </item>
   </channel>
</rss>
